ECLI:NL:GHARL:2025:611
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening kinderalimentatie na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarige met gezamenlijk gezag en een co-ouderschapsregeling. De rechtbank had de man verplicht een bijdrage te betalen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, inclusief wettelijke indexering.
De man verzocht het hof om bij voorlopige voorziening de alimentatie vanaf 25 oktober 2023 op nihil te stellen, stellende dat hij financieel niet in staat is te betalen en afhankelijk is van een WW-uitkering en voedselbank. De vrouw voerde verweer en stelde dat de man kinderbijslag en kindgebonden budget ontvangt en dat hij geen onderbouwd overzicht van zijn financiële situatie heeft gegeven.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een dringende financiële noodsituatie die een voorlopige nihilstelling rechtvaardigt. Ook is gebleken dat de zorg voor het kind geen belemmering hoeft te zijn voor het verrichten van werk. Het belang van de vrouw bij nakoming van de betalingsverplichting weegt zwaarder dan het belang van de man bij nihilstelling.
Daarom wijst het hof het verzoek van de man af. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskostenveroordeling wordt in de bodemprocedure beoordeeld.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af om de kinderalimentatie voorlopig op nihil te stellen.