ECLI:NL:GHARL:2025:6317

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
200.334.050
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging omgangsregeling en verdeling zorg- en opvoedingstaken tussen ouders

In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de omgangsregeling en zorgverdeling tussen ouders van een minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI).

Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank Gelderland en wijzigde de omgangsregeling. De minderjarige zal voortaan minimaal één dagdeel (vier uur) per twee weken contact hebben met haar vader, waarbij moeder bij de eerste twee contactmomenten aanwezig mag zijn. Deze regeling sluit aan bij de huidige situatie waarin contact plaatsvindt om de twee tot drie weken in aanwezigheid van moeder. Het hof acht het in het belang van de minderjarige dat zij op korte termijn ook contact kan hebben met vader zonder aanwezigheid van moeder.

Het hof overwoog dat een uitgebreidere regeling, zoals voorgesteld door vader met langere verblijven en vakanties, momenteel niet passend is vanwege eerdere weerstand en onrust bij de minderjarige. Het lopende hulpverleningstraject bij Pactum wordt afgewacht alvorens verdere uitbreiding mogelijk is. De kosten van het geding worden gecompenseerd en de overige vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling zodat de minderjarige één dagdeel per twee weken contact heeft met vader, met aanwezigheid van moeder bij de eerste twee contactmomenten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.334.050
(zaaknummer rechtbank Gelderland 422096)
beschikking van 14 oktober 2025
in de zaak van
[vader],
wonende te [woonplaats1]
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: [vader] ,
advocaat: mr. I.H. Grandjean,
en
[moeder],
wonende te [woonplaats1]
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: [moeder] ,
advocaat: mr. E. Uijt de boogaardt,
en
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Gelderland,
gevestigd te Arnhem,
verder te noemen: de GI.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 10 april 2025 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit:
- een brief van de GI van 21 augustus 2025 met productie, en
- een journaalbericht van mr. Grandjean van 1 september 2025 met producties.
1.3
De mondelinge behandeling is op 16 september 2025 voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [vader] , bijgestaan door zijn advocaat;
- [moeder] , bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, en
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
1.4
De advocaat van [vader] heeft spreekaantekeningen overgelegd.
1.5
Op 22 september 2025 is [minderjarige] naar het hof gekomen en heeft zij een gesprek gehad met een rechter en griffier van het hof. [minderjarige] heeft gezegd dat zij niet wil dat de inhoud van dat gesprek verder wordt gedeeld.

2.De motivering van de beslissing

2.1
In de tussenbeschikking van 10 april 2025 heeft het hof, op advies van de raad, iedere (eind)beslissing aangehouden omdat de ouders en [minderjarige] inmiddels een traject bij Pactum zijn aangegaan, en de ontwikkelingen daarin worden afgewacht.
2.2
[minderjarige] staat onder toezicht van de GI. Op 13 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling verlengd tot 15 augustus 2026.
Wat staat in de wet?
2.3
In artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek staat dat de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang kan vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
Hoe oordeelt het hof?
2.4
Het hof zal de zorgregeling wijzigen naar een regeling waarbij [minderjarige] en [vader] minimaal één dagdeel per twee weken contact hebben met elkaar, waarbij een dagdeel vier uur duurt. Daarbij zal het hof bepalen dat [moeder] bij de eerste twee contactmomenten aanwezig mag zijn en daarna niet meer. Het hof zal deze beslissing hierna uitleggen.
2.5
Gebleken is dat [minderjarige] en [vader] sinds een aantal maanden om de twee tot drie weken contact hebben met elkaar, in aanwezigheid van [moeder] . Zij gaan dan iets leuks doen samen, bijvoorbeeld met z’n drieën uit eten.
Tegen die achtergrond vindt het hof een regeling waarbij de regie over het contact tussen [vader] en [minderjarige] volledig bij de GI ligt, zonder een concreet minimum aan contact, niet passend. De nu vast te stellen regeling sluit aan bij de huidige omvang van de contacten.
Daarnaast is het hof van oordeel dat [minderjarige] en haar vader op korte termijn samen dingen moeten kunnen ondernemen, zonder dat [moeder] daarbij aanwezig is.
Het hof weegt hierbij mee dat [moeder] , net als [vader] , op de zitting heeft gezegd dat [minderjarige] het leuk vindt om [vader] te zien. Daarnaast is niet gebleken van contra-indicaties. De hulpverlening ziet evenmin onveiligheid bij [vader] thuis. Bovendien zijn de ouders inmiddels al drie jaar bezig om te komen tot een regeling waarbij alle betrokkenen zich goed voelen, maar tot nu toe is er geen concrete regeling tot stand gekomen. Het hof verwacht dat de gewijzigde zorgregeling, in ieder geval duidelijkheid en rust brengt voor de ouders en [minderjarige] . Ook gelet op haar leeftijd is enige regelmaat in het contact met [vader] in het belang van [minderjarige] . Op dit moment is die regelmaat er niet, en wordt de regie vooral bij [minderjarige] gelegd.
Een regeling zoals [vader] heeft verzocht waarbij [minderjarige] eens per twee weken van vrijdagmiddag tot maandagmorgen bij [vader] is, alsmede gedurende de helft van de vakanties, is naar het oordeel van het hof (nu) niet in het belang van [minderjarige] . Een eerdere poging om het contact op te bouwen tot een regeling waarbij [minderjarige] wekelijks van vrijdag 17.30 uur tot zaterdag 17.30 uur bij [vader] was, zorgde bij [minderjarige] voor weerstand en veel onrust rondom de contactmomenten. Als gevolg daarvan is er van juli 2024 tot februari 2025 geen contact geweest tussen [vader] en [minderjarige] . Op dit moment gaat het weer goed met [minderjarige] , ook rond het contact met [vader] , en dat moet zo blijven. Daarbij komt dat de ouders en [minderjarige] op dit moment bezig zijn met een hulpverleningstraject bij Pactum. Voordat van een eventuele uitbreiding sprake kan zijn, moeten eerst de resultaten van dat traject worden afgewacht. Het traject is onder andere erop gericht om de ouders inzicht te geven in hun onderlinge dynamiek. Ook komt in het traject aan de orde wat nodig is om het contact tussen [vader] en [minderjarige] te kunnen behouden en uit te breiden. Beide ouders hebben recent met een handtekening hun
commitmentvoor het traject gegeven.
De zorgregeling die het hof zal bepalen kan als minimale regeling worden gezien. Afhankelijk van het verloop en uitkomsten van dat traject kan een verdere uitbreiding van de frequentie, de duur van de contacten en de wijze van begeleiding door de GI worden bepaald. Het hof oordeelt hiermee niet (geheel) in lijn met het advies van de raad tijdens de zitting. Die heeft geadviseerd de uitkomsten van het traject bij Pactum af te wachten, met dien verstande dat de raad zich zou kunnen voorstellen dat een minimale regeling wordt vastgesteld (en de eindbeslissing eventueel zou worden aangehouden). De ouders hebben het hof gevraagd om een knoop door te hakken, wat het hof vandaag ook doet.
[minderjarige] heeft de rechter laten weten dat zij de beslissing van het hof via haar moeder wil vernemen.
2.6
[vader] stelt in zijn laatste grief dat de kinderrechter zich heeft gebaseerd op een incompleet en incorrect dossier. De GI en [moeder] hebben dit in hun verweerschriften deels weersproken, deels verklaard. In hoger beroep heeft de GI dossierstukken en omgangsverslagen van Eleos als producties overgelegd. [vader] is er tijdens de zitting niet meer op teruggekomen en het hof zal deze grief verder onbesproken laten.
2.7
[vader] verzoekt [moeder] te veroordelen in de proceskosten. Het hof ziet daartoe geen aanleiding en zal de proceskosten compenseren gelet op de aard van de zaak. Compensatie van kosten betekent dat iedere ouder de eigen proceskosten betaalt.

3.De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt een deel van de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 11 augustus 2023 en, opnieuw beschikkende:
wijzigt de omgangsregeling zoals vastgelegd bij beschikking van 15 februari 2022 en verdeelt de zorg- en opvoedtaken tussen [moeder] en [vader] zo dat [minderjarige] één dagdeel per twee weken bij [vader] verblijft, waarbij een dagdeel vier uur duurt en waarbij [moeder] de eerste twee contactmomenten die volgens deze regeling plaatsvinden aanwezig mag zijn;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, S. Kuijpers en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers en is op 14 oktober 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.