Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn in geschil over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun twee minderjarige kinderen, die sinds december 2023 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling. De rechtbank had in april 2024 de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld met een zorgregeling voor de weekenden en vakanties. De moeder verzocht om wijziging van deze regeling, waaronder verblijf en schoolgang bij haar, wat door de rechtbank grotendeels werd afgewezen.
De moeder stelde hoger beroep in tegen de beschikking van 26 september 2024, maar trok haar verzoeken over de basiszorgregeling en vakantieverdeling in augustus 2025 in. De vader verzocht vervolgens in incidenteel hoger beroep om de moeder te veroordelen in de proceskosten wegens vermeend misbruik van procesrecht. De moeder voerde aan dat zij op het moment van het indienen van haar beroepschrift wel degelijk belang had, omdat de rechtbank nog niet op haar nieuwe verzoeken had beslist.
Het hof oordeelde dat de moeder op het moment van het indienen van het hoger beroep belang had bij de procedure en dat geen sprake was van misbruik van procesrecht of nodeloos procederen. Gezien de langdurige en hoogopgelopen strijd tussen de ouders en de belastende situatie voor de kinderen, compenseerde het hof de proceskosten in hoger beroep, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.