Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een vader die een omgangsregeling wilde met zijn zoon, een minderjarige met een diagnose van ASS en een totaal IQ van 29. De zoon is niet verbaal communicatief en heeft een specifieke opvoedings- en begeleidingsbehoefte, waarbij hij volledig afhankelijk is van voorspelbaarheid en nabijheid van vertrouwde personen.
De raad voor de kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd gesteld dat omgang met de vader het risico op overprikkeling en agressief gedrag bij het kind zou vergroten. De raad zag geen geschikte omgeving voor omgang en adviseerde het verzoek af te wijzen. De moeder stemde hiermee in, terwijl de vader zijn wens tot contact benadrukte vanwege zijn zorgrol en bezorgdheid over de toekomst van het kind.
Het hof oordeelde dat de uitzonderlijke zorgbehoefte en kwetsbaarheid van het kind het belang van het kind prevaleren boven het contactverzoek van de vader. Het hof bekrachtigde daarom de eerdere beslissing van de rechtbank Gelderland om geen omgangsregeling toe te staan. Wel is afgesproken dat de moeder de vader maandelijks informeert en af en toe een filmpje stuurt om het contact op afstand te onderhouden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn kwetsbare zoon af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.