Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep tevens memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk gezaghebbend over twee minderjarige kinderen, voeren een geschil over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun dochter [minderjarige2]. Na ontbinding van het huwelijk in 2018 is een zorgregeling vastgesteld en later aangepast. De vader stelde zich op het standpunt dat hij de minderjarige niet kan dwingen contact met de moeder te hebben, waardoor dwangsommen zinloos zouden zijn.
De voorzieningenrechter legde dwangsommen op bij niet-naleving van de zorgregeling en het hoofdverblijf, en verbood de vader zonder toestemming van de moeder derden als belangenbehartiger in te schakelen. De vader stelde hoger beroep in tegen dit vonnis en verzocht onder meer om schorsing van de zorgregeling en maximering van de dwangsommen.
Het hof oordeelt dat het vonnis van 18 april 2025 bekrachtigd wordt, dat dwangsommen een prikkel zijn om naleving te verzekeren en dat het aan de vader is om een klimaat te scheppen waarin de minderjarige onbelast contact met de moeder kan hebben. De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar aanvullende vordering wegens ontbreken van de beschikking waarop zij zich baseert. Het hof bepaalt dat het totaal van de dwangsommen gemaximeerd wordt op € 25.000,-.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis met dwangsommen en beperkt het totaalbedrag tot € 25.000,-; de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar aanvullende vordering.