ECLI:NL:GHARL:2025:6452

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
21-001031-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak witwassen

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was in een eerdere procedure vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen.

Het hof heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming, omdat de vrijspraak van witwassen betekent dat er geen grondslag bestaat voor het opleggen van een betalingsverplichting aan de staat. Hierdoor vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht.

Tijdens de terechtzitting op 30 september 2025 en de openbare uitspraak op 14 oktober 2025 heeft het hof kennisgenomen van de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging. De raadsheren oordeelden dat de vordering tot ontneming niet kan worden toegewezen zonder een veroordeling voor het onderliggende strafbare feit.

De beslissing van het hof betekent dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is verklaard in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, waarmee de procedure in dit onderdeel wordt beëindigd.

Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege de vrijspraak van witwassen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001031-24
Uitspraak van 14 oktober 2025
TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 29 februari 2024 met parketnummer 05-014701-20 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
wonende te [woonadres] .

Het hoger beroep

Betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 september 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en haar raadsman,
mr. J.A. Schadd, naar voren is gebracht.

De beslissing waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met de beslissing waarvan beroep zodat die behoort te worden vernietigd. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Betrokkene is bij arrest van dit hof van 14 oktober 2025, gewezen onder parketnummer
21-001030-24, vrijgesproken van het tenlastegelegde witwassen. Gelet hierop is er geen grondslag voor de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Om die reden zal het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het
openbaar ministerie niet-ontvankelijkin de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. J. Steenbrink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en op 14 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 14 oktober 2025.
mr. Th.C.M. Willemse, voorzitter,
mr. V.T.R.W. van Thiel, advocaat-generaal,
mr. M.J. van de Ruitenbeek, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
Verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.