Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland waarin verdachte was veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor gewoontewitwassen. Verdachte heeft deels bekend dat hij betrokken was bij het vervoeren van contante geldbedragen afkomstig van internationale drugshandel, waarbij pakketten met drugs vanuit Nederland en Spanje naar Duitsland werden verzonden en betalingen via verborgen ruimtes in auto's werden vervoerd.
Het hof oordeelt dat verdachte naast een uitvoerende ook een organiserende rol had en dat het witwassen een bedreiging vormt voor de legale economie en de integriteit van het financiële verkeer. Hoewel verdachte deels verantwoordelijkheid heeft genomen en persoonlijke omstandigheden heeft aangevoerd, acht het hof een forse gevangenisstraf passend. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep wordt de straf verminderd.
Het hof vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legt een gevangenisstraf op van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De rest van het vonnis wordt bevestigd.