ECLI:NL:GHARL:2025:6593
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak wegens overlijden betrokkene
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat niet aan de verplichting tot zekerheidstelling was voldaan. Volgens artikel 11 Wahv Pro moet zekerheid gesteld worden voor betaling van sanctie en administratiekosten.
De gemachtigde voerde aan dat zekerheid niet vereist is indien de boete is vernietigd. Uit het dossier bleek dat de betrokkene was overleden voordat de officier van justitie op het administratief beroep besliste, waardoor het recht op verhaal verviel volgens artikel 25, vierde lid, Wahv. Dit betekent dat betaling van sanctie en administratiekosten niet meer vereist is.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Het hof vernietigde deze beslissing en besloot de zaak zelf af te doen conform artikel 20d, tweede lid, Wahv. Het beroep tegen de afwijzing van proceskostenvergoeding werd ongegrond verklaard omdat geen onrechtmatigheid van het bestuursorgaan was vastgesteld.
De kosten gemaakt voor het administratief beroep kwamen niet voor vergoeding in aanmerking. Het hof wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.