Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van verzoeker is sinds december 2022 onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke en/of geestelijke toestand. Verzoeker vroeg in oktober 2024 om benoeming tot tweede bewindvoerder naast de huidige bewindvoerder. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna verzoeker in hoger beroep ging.
Tijdens de zitting stelde de bewindvoerder dat verzoeker in het verleden financiële zaken niet naar behoren behartigde en dat er geen noodzaak is voor een tweede bewindvoerder. Ook wees hij op een eerdere bedreigende houding van verzoeker, waardoor een vruchtbare samenwerking niet mogelijk is. Verzoeker stelde dat hij de financiële zaken eerder goed behartigde en dat de moeder hem wenst als bewindvoerder, wat zou blijken uit een levenstestament.
Het hof oordeelde dat de bewindvoerder zijn taken goed uitvoert en dat benoeming van een tweede bewindvoerder niet in het belang is van de moeder. De verstandhouding tussen verzoeker en bewindvoerder is onvoldoende voor samenwerking en er is een risico op belangenverstrengeling, mede door een lopend verzoek van verzoeker om een lening bij de moeder. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot benoeming van een tweede bewindvoerder af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.