ECLI:NL:GHARL:2025:6684
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van nalaten hulp aan hulpbehoevend dier
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is verdachte vrijgesproken van het niet verlenen van de nodige zorg aan een hulpbehoevend dier, een hond. De politierechter had verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis wegens een andere bewijswaardering.
Uit het onderzoek en de getuigenverklaringen bleek onvoldoende overtuigend dat verdachte daadwerkelijk de gelegenheid had om te voorkomen dat de hond werd mishandeld en gedood. De medeverdachte verklaarde wisselend over de rol van verdachte bij het vastbinden en in het water gooien van de hond. Verdachte gaf aan bang te zijn en niet te hebben kunnen ingrijpen.
Het hof oordeelde dat niet duidelijk is of verdachte actief heeft geholpen of slechts toekeek, en of hij überhaupt de mogelijkheid had om in te grijpen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de mishandeling en dood van de hond heeft kunnen voorkomen.