ECLI:NL:GHARL:2025:6745
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging beslissing officier van justitie wegens onontvankelijkheid administratief beroep en hoorplichtschending
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie die het administratief beroep onontvankelijk had verklaard. De kantonrechter vernietigde deze beslissing omdat het beroep tijdig was ingediend en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. Tevens oordeelde de kantonrechter dat de hoorplicht niet was geschonden vanwege een tijdelijke schriftelijke procedure.
De gemachtigde van de betrokkene betwistte dat de hoorplicht niet was geschonden en stelde dat het sanctiebedrag met 75% verlaagd moest worden wegens schending van de hoorplicht, onterechte niet-ontvankelijkheid en een onjuiste beslissing van de kantonrechter. Het hof stelde vast dat de gemachtigde niet was gehoord door de officier van justitie, terwijl dit wel was verzocht, en dat er geen gronden waren om van horen af te zien.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte had geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden, maar dat dit geen vernietiging van diens beslissing rechtvaardigt omdat de beslissing van de officier van justitie op andere gronden was vernietigd. De schending van de hoorplicht was niet structureel en leidde niet tot matiging van het sanctiebedrag. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het administratief beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.