Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Ik, verbalisant, zag dat een vrouw als persoon, samen met het kindje het voertuig instapte. Ik zag dat de bestuurder haar voertuig startte en weg reed. Ik heb de bestuurder ongeveer 50 meter vanaf de parkeeractie staandegehouden ter controle van de gehandicaptenparkeerkaart. Ik vroeg de bestuurder de gehandicaptenparkeerkaart ter inzage. Ik zag dat de bestuurder de gehandicaptenparkeerkaart uit het dashboardkastje pakte en mij deze ter inzage aanbood. Ik zag op de achterzijde van de gehandicaptenparkeerkaart (B) met kaartnummer 1703706 dat de bestuurder niet de kaarthouder was. Tevens heb ik de kaarthouder niet in of rondom het voertuig waargenomen. Ik vroeg de bestuurder waar de kaarthouder zich op het moment bevond. Ik hoorde dat de bestuurder mij hierop antwoorde: “hij is in het gemeentehuis iets aan het aanvragen”. Ik stelde de bestuurder voor om samen te controleren of de kaarthouder daadwerkelijk in het gemeentehuis was. Ik hoorde dat bestuurder mij hierop antwoordde: “hij is eigenlijk op vakantie in Irak. Ik dacht gewoon even snel gebruiken omdat ik haast had.” Omdat de parkeeractie niet in het belang was van de kaarthouder heb ik de bestuurder proces-verbaal aangezegd voor het onjuist gebruik maken van de gehandicaptenparkeerkaart. Ik heb vervolgens de gehandicaptenparkeerkaart aan het verkeer onttrokken. De gehandicaptenparkeerkaart wordt, samen met een rapport van bevindingen opgestuurd naar de gemeente van uitgifte. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: ik wilde eigenlijk heel snel naar de gemeente gaan, daarom.”