ECLI:NL:GHARL:2025:6957
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie met afwijking forfaitaire woonlasten
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel inzake de vaststelling van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De vrouw vordert een hogere alimentatie dan door de rechtbank vastgesteld, waarbij het geschil vooral draait om de woonlasten die bij de draagkracht van de man in aanmerking moeten worden genomen.
De rechtbank had rekening gehouden met de werkelijke huurlasten van de man van € 1.275,- per maand in plaats van het forfaitaire woonforfait van 30% van het netto besteedbaar inkomen. De vrouw betwist dit en stelt dat de man zijn woonlasten kan verlagen of delen, waardoor hij meer draagkracht zou hebben voor alimentatie.
Het hof oordeelt dat tot de verhuisdatum van de man naar een koopwoning de werkelijke huurlasten redelijk zijn en dat vanaf die datum de woonlasten gedeeld worden met zijn partner, waardoor de draagkracht van de man toeneemt. De kinderalimentatie wordt daarom deels vernietigd en vastgesteld op € 68,- per kind per maand tot de verhuisdatum en € 286,50 per kind per maand vanaf die datum.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige vorderingen zijn afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op € 68,- per kind per maand tot de verhuisdatum en € 286,50 per kind per maand vanaf die datum.