ECLI:NL:GHARL:2025:6958

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
21-002570-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ontnemingszaak: terugwijzing naar rechtbank Midden-Nederland

In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van betrokkene behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland die een betalingsverplichting van €201.027,00 oplegde wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het hof heeft tijdens de zitting op 23 oktober 2025 kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot vernietiging van de bestreden beslissing en terugwijzing naar de rechtbank. Ook de raadsman van betrokkene heeft zijn standpunten toegelicht.

Gezien het feit dat het hof in de hoofdzaak het vonnis heeft vernietigd en de strafzaak teruggewezen naar de rechtbank, volgt het hof in deze ontnemingszaak dezelfde lijn. Het besluit van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de hoofdzaak.

Deze beslissing is mondeling gemotiveerd en ter zitting uitgesproken in aanwezigheid van de raadsman en griffier.

Uitkomst: Beslissing rechtbank Midden-Nederland vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002570-24
Uitspraakdatum: 23 oktober 2025
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Beslissingvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 5 juni 2024 met parketnummer 16-148446-21 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] , [adres] ( [land] ).

Het hoger beroep

De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 23 oktober 2025 en op de zitting van de rechtbank Midden-Nederland besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van de beslissing waarvan beroep en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat mr. O. Smits, gemachtigd raadsman, namens de betrokkene ter zitting heeft aangevoerd.

De beslissing

Aan betrokkene is door de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, op 5 juni 2024 in verband met wederrechtelijk verkregen voordeel een betalingsverplichting opgelegd ter hoogte van € 201.027,00.
De beslissing zal worden vernietigd omdat deze niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Terugwijzing naar de rechtbank

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van betrokkene. De beslissing is toen mondeling als volgt gemotiveerd.
Het hof heeft bij beslissing van heden in de hoofdzaak (parketnummer 21-002568-24) het vonnis vernietigd en de strafzaak teruggewezen naar de rechtbank Midden-Nederland.
Nu de ontnemingszaak de behandeling van de hoofdzaak volgt in eerste aanleg, zal het hof ook de ontnemingsbeslissing, ingevolge artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, vernietigen en deze zaak terugwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de beslissing waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.
Aldus gewezen door
mr. M.C. van Linde, voorzitter,
mr. L.J. Hofstra en mr. R. Godthelp, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.E. Renders, griffier,
en op 23 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.