ECLI:NL:GHARL:2025:6974

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
21-002552-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 285 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bedreiging met voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 6 november 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter van 10 mei 2022, na terugwijzing door de Hoge Raad. Verdachte werd beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht jegens zijn bovenbuurvrouw op 8 december 2021.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de woorden 'ik maak je af' heeft geuit, waarmee de bedreiging is vastgesteld. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten. Het hof hield rekening met het strafblad van verdachte, waarin soortgelijke veroordelingen voorkwamen, en met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een psychiatrische diagnose, licht verstandelijke beperking en een verleden van middelengebruik.

Het reclasseringsrapport adviseerde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden om de positieve ontwikkeling van verdachte te ondersteunen. Het hof volgde dit advies en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken op met een proeftijd van drie jaar, gekoppeld aan voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, beschermd wonen en middelencontrole.

De strafoplegging is mede gebaseerd op de ernst van de bedreiging, de locatie voor de woning van het slachtoffer en de noodzaak om recidive te voorkomen. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken door mr. R. Godthelp, voorzitter, en raadsheren mr. M.C. van Linde en mr. H.K. Elzinga.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaar.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002552-25
Uitspraakdatum: 6 november 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen naar terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: Hoge Raad) bij arrest van 3 juni 2025 - op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 10 mei 2022 met parketnummer 16-022177-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is - na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad - gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 oktober 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde en veroordeling van verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd in het rapport van 21 oktober 2025. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat, mr. P.J. Stronks, gemachtigd raadsman, namens verdachte heeft aangevoerd.

Het vonnis

Verdachte is door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 december 2021 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:
- 'ik maak je af' en/of
- 'jullie gaan zien' en/of
- ‘ik ga mensen op jullie afsturen',

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Deze bewijsmiddelen worden aangevuld wanneer tegen dit arrest cassatie wordt ingesteld. Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:
hij op 8 december 2021 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: 'ik maak je af'.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De bedreiging heeft hij geuit tegenzijn bovenbuurvrouw. De bedreiging heeft plaatsgevonden voor de woning van aangeefster, en dus op een plek waar zij zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie, van 16 september 2025, betrekking hebbend op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze veroordelingen hebben de verdachte er blijkbaar niet van weerhouden om nogmaals een soortgelijke feit te plegen. Zo bezien weegt verdachte’s strafblad in strafverzwarende zin mee in de strafoplegging.
Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die door de raadsman van verdachte op zitting naar voren zijn gebracht. Ook heeft het hof het reclasseringsrapport van 21 oktober 2025 bij de strafoplegging betrokken. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte een belast verleden heeft en vanaf zijn twaalfde bekend is binnen de gedwongen (jeugd)hulpverlening. Hij is gediagnosticeerd met schizofrenie, een licht verstandelijke beperking en in het verleden was er sprake van problematisch middelengebruik. Dit leidde eerder tot disfunctioneren en delictgedrag. Het is hem jarenlang niet gelukt om, ondanks de tientallen hulpverleningstrajecten, stabiliteit aan te brengen in zijn leven.. In een andere zaak is aan verdachte een reclasseringstoezicht opgelegd. Binnen dit reclasseringstoezicht is het voor het eerst in jaren wel gelukt om meer stabiliteit aan te brengen. Hij is inmiddels abstinent van de middelen en is sinds juni 2024 woonachtig bij een beschermde woonvorm. Dit gaat goed. Hij verricht dagbesteding en krijg hulp bij zijn financiële situatie. Daarnaast volgt hij trouw zijn ambulante behandeling bij het [zorgverlener] . De kans op recidive wordt inmiddels ingeschat als laag – gemiddeld.
De reclassering adviseert om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden omvatten een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang en het meewerken aan middelencontrole.
Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de positieve lijn in het leven van verdachte mogelijk doorkruisen, hetgeen het hof onwenselijk acht. Het hof zal daarom aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf opleggen om hem in de gelegenheid te stellen de ingezette weg naar stabiliteit te bestendigen. Het hof is van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van drie weken voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden is. Het hof zal aan deze voorwaardelijke veroordeling de bijzondere voorwaarden verbinden zoals die door de reclassering in het rapport van 21 oktober 2025 zijn geadviseerd.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaardedat verdachte zich binnen 5 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij [GGZ Reclassering] op het [adres 2] . Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaardedat verdachte zich laat behandelen door [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling.
Stelt als bijzondere voorwaardedat verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma die de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Stelt als bijzondere voorwaardedat verdachte meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Aldus gewezen door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mr. M.C. van Linde en mr. H.K. Elzinga, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier,
en op 6 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.