De kinderrechter in Lelystad heeft op 3 juni 2025 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij een pleeggezin, geldig tot 5 juni 2026. De moeder is tegen deze machtiging in hoger beroep gegaan en verzocht het hof om vernietiging of verkorting van de machtiging.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder het beroepschrift, het verweerschrift en gesprekken met de minderjarige [minderjarige1]. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 waren de moeder, haar advocaat, vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling en de pleegmoeder aanwezig.
Het hof constateert dat de kinderen niet thuis kunnen wonen vanwege hun kwetsbare situatie, mede veroorzaakt door het overlijden van een jonger broertje en de daaropvolgende detentie van de moeder. De moeder toont liefde voor haar kinderen maar is momenteel niet in staat hen de noodzakelijke emotionele stabiliteit te bieden. De pleegmoeder biedt deze stabiliteit en de benodigde hulpverleningstrajecten zijn bij haar opgestart.
Het hof wijst de verzoeken van de moeder af en bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing. Het hof benadrukt het belang van een veilige en stabiele omgeving voor de kinderen en hoopt op een betere samenwerking tussen moeder en GI in de toekomst.
De beschikking is op 4 november 2025 in het openbaar uitgesproken door het hof te Leeuwarden.