Uitspraak
(de GI)
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
De kinderrechter heeft in die beschikking overwogen dat het aangehouden deel van het verzoek van 17 januari 2025 (zaak met nummer 587353) niet meer wordt behandeld omdat die machtiging is vervallen.
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift
- een verweerschrift van de GI
- een bericht van de raad van 27 augustus 2025, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting
- de moeder met mr. De Gruijl, als waarnemer voor mr Schiettekatte
- twee vertegenwoordigers van de GI
- de vader
5.Het oordeel van het hof
Tijdens de zitting is besproken dat de dagverslagen van de medewerkers van [naam4] een discrepantie vertonen met de conclusies in het evaluatieverslag van [naam4] van april 2025. Zowel de ouders, als de GI en ook het hof hebben dit gelezen. Uit de dagverslagen blijkt dat ouders vooruitgang hebben geboekt, zoals bijvoorbeeld bij het stellen van grenzen en de veiligheid in huis. De ouders hebben adviezen van de hulpverlening opgevolgd. De conclusie van [naam4] is dat, ondanks de inzet en motivatie van ouders, zij op dit moment onvoldoende in staat zijn om structureel en consistent te voorzien in de basisbehoeften van beide kinderen. Er blijven aanzienlijke zorgen bestaan over de veiligheid, voorspelbaarheid en ontwikkelingskansen van de kinderen in de thuissituatie. Volgens de GI wordt de conclusie in het evaluatieverslag gedragen door het volledige team van [naam4] .
Uit de stukken blijkt dat [minderjarige1] en [minderjarige2] , meer nog dan andere kinderen, een voorspelbare en veilige opvoedsituatie nodig hebben. Zij moeten de rust, regelmaat en emotionele ondersteuning krijgen die voor hen nodig is om tot een gezonde ontwikkeling te komen. Bij [minderjarige1] is lang sprake geweest van druk, ongeremd en fysiek grensoverschrijdend gedrag. Hij heeft moeite met het opvolgen van regels en aanwijzingen. In de zomer van 2025 is zijn gebit gesaneerd, twee kiezen zijn getrokken. Hij was niet gewend aan tanden poetsen. Hij is overbezorgd voor zijn broertje. Bij [minderjarige2] is herhaaldelijk gezien dat hij zichzelf verwondt. Hij heeft in het gezinshuis veel met zijn hoofd gebonkt en was extreem gefocust op eten. Hij heeft veel behoefte aan medische en ontwikkelingsgerichte ondersteuning vanwege zijn aangeboren hersenletsel en gebrek aan pijngrens.
Met de GI ziet het hof dat de conclusie van [naam4] in lijn is met eerdere bevindingen van hulpverleners, zoals onder meer van [naam6] . De ouders hebben moeite met het herkennen van de signalen van de kinderen en zij passen hun opvoeding maar beperkt aan, en het beklijft niet. Ondanks alle hulp blijven er ook spanningen bestaan in het gezin en kunnen de ouders onvoldoende met elkaar samenwerken. Tijdens de zitting hebben de ouders verklaard dat zij onderzoeken of zij weer als partners samen verder willen.