In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 november 2025 uitspraak gedaan over de beëindiging van het gezag van de ouders over vijf minderjarige kinderen. De rechtbank Gelderland had eerder, op 13 januari 2025, het gezag van de ouders beëindigd, en de ouders gingen hiertegen in hoger beroep. Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank en legt uit dat het gezag van de ouders beëindigd kan worden als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De ouders hebben in het verleden veel meegemaakt en de kinderen hebben extra zorg nodig. Het hof oordeelt dat de ouders niet in staat zijn om de verzorging en opvoeding van de kinderen binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich te nemen. De ouders zijn betrokken bij hun kinderen, maar het hof concludeert dat het beter is voor de kinderen dat het gezag van de ouders wordt beëindigd. Daarnaast hebben de ouders verzocht om een andere gecertificeerde instelling te benoemen, maar het hof verklaart hen niet-ontvankelijk in dit verzoek, omdat zij dit niet eerder bij de kinderrechter hebben gedaan. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.