De ouders van twee minderjarige kinderen, geboren in 2012 en 2015, hebben gezamenlijk gezag over hun kinderen die sinds mei 2021 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De kinderrechter in Midden-Nederland verlengde de ondertoezichtstelling tot 17 augustus 2026, een beslissing waartegen de vader in hoger beroep ging. Hij betwistte de formele vereisten voor verlenging en stelde dat de ondertoezichtstelling niet tot verbetering leidde.
De moeder en de GI steunden de verlenging vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen, veroorzaakt door een hardnekkige gezinsdynamiek en het ontbreken van effectieve hulpverlening. Het hof ontving schriftelijke stukken, sprak met de kinderen en hield een zitting op 30 oktober 2025.
Het hof oordeelde dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging nog steeds actueel is en dat de ouders onvoldoende samenwerken om hulpverlening mogelijk te maken. De kinderen ervaren emotionele afstand en isolatie, vooral bij de moeder. Het hof verwierp het formele bezwaar van de vader over het ontbreken van een recent plan van aanpak, omdat lopend onderzoek nog doelen kan opleveren.
Daarom bekrachtigde het hof de beschikking van de kinderrechter tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De GI blijft verantwoordelijk voor de hulpverlening en regie, aangezien de ouders niet in staat zijn het belang van de kinderen voorop te stellen. De ondertoezichtstelling blijft van kracht tot 17 augustus 2026.