ECLI:NL:GHARL:2025:7065

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
200.358.972
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van minderjarigen in hoger beroep

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [minderjarige1] en [minderjarige2]. De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland had eerder op 14 augustus 2025 de ondertoezichtstelling verlengd tot 17 augustus 2026. De vader van de kinderen was het niet eens met deze beslissing en heeft hoger beroep ingesteld, terwijl de moeder en de gecertificeerde instelling (GI) de beslissing van de kinderrechter wilden handhaven. Het hof heeft vastgesteld dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen, die sinds 19 mei 2021 onder toezicht staan van de GI. De ouders hebben samen het gezag over de kinderen, maar er zijn grote zorgen over hun opvoeding en verzorging. De vader betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling en stelt dat de GI niet aan de formele vereisten heeft voldaan, terwijl de moeder en de GI van mening zijn dat de situatie van de kinderen verbetering behoeft. Het hof heeft de argumenten van beide ouders gehoord en geconcludeerd dat de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen nog steeds actueel is. De beslissing van de kinderrechter is bekrachtigd, en de ondertoezichtstelling blijft van kracht tot 17 augustus 2026.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.358.972
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 597783
beschikking van 11 november 2025
over de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2]
in de zaak van
[verzoeker](de vader)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. H.E. Brokers-van Dijk
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(de GI)
die is gevestigd in Utrecht
en
[de moeder](de moeder)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. M. Dickhoff.

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2] verlengd tot 17 augustus 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben twee kinderen: [minderjarige1] en [minderjarige2] . [minderjarige1] is geboren [in] 2012 en [minderjarige2] is geboren [in] 2015.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.
2.3.
[minderjarige1] staat ingeschreven op het adres van de vader en [minderjarige2] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
2.4.
De kinderen staan sinds 19 mei 2021 (voorlopig) onder toezicht van de GI.
2.5.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 18 juli 2025 het verzoek van de GI tot opheffing van de ondertoezichtstelling afgewezen, omdat de kinderrechter het te vroeg vond om deze maatregel te beëindigen. Verder is de beslissing (op verzoeken van de moeder en van de GI tot vaststelling van een zorgregeling) voor negen maanden aangehouden. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) heeft de opdracht gekregen onderzoek te doen naar de relatie tussen de ouders en naar de gevoelens van de kinderen, onder andere via speciale interviews.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1
De kinderrechter heeft het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling toegewezen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2] verlengd tot 17 augustus 2026.
3.2
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 14 augustus 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De vader is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter van 14 augustus 2025. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt en het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2] alsnog afwijst.
4.2.
De moeder is het wel eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter in stand laat.
4.3.
De GI wil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift van de vader
  • het verweerschrift van de moeder
  • het standpuntstuk van de GI
4.5.
[minderjarige1] heeft op 27 oktober 2025 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van de ondertoezichtstelling. [minderjarige2] heeft in een brief aan het hof verteld wat zij vindt van de ondertoezichtstelling.
4.6.
De zitting bij het hof was op 30 oktober 2025. Aanwezig waren:
  • de vader met zijn advocaat
  • de moeder met haar advocaat
  • een vertegenwoordiger van de GI

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening.
Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen [1] . Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.
5.2.
De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling verlengen. Dat mag steeds voor maximaal een jaar. [2]
Standpunten
5.3.
De vader vindt dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2] niet verlengd moet worden. Volgens de vader heeft de GI niet aan de formele vereisten voor de verlenging voldaan omdat er bij het verzoek geen plan van aanpak en doelen voor de komende periode zijn gevoegd. De vader vindt dat er sprake is van een ‘omgangsondertoezichtstelling’ en dat is niet toegestaan. Hij betwist uitdrukkelijk de vermoedens van ouderverstoting en stelt dat het gaat om een hardnekkige gezinsdynamiek. Volgens de vader heeft de ondertoezichtstelling niet geleid tot verbetering van de situatie en zorgt de bemoeienis van de GI enkel voor verharding van de situatie. Het zou daarom volgens de vader beter zijn als er geen ondertoezichtstelling meer is.
5.4.
De moeder vindt dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2] wel verlengd moet worden. Volgens de moeder heeft de kinderrechter terecht geoordeeld dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen. Volgens de moeder is het volstrekt onbegrijpelijk dat de GI eerder een verzoek heeft gedaan tot opheffing. De schade aan de emotionele en identiteitsontwikkeling van de kinderen wordt volgens de moeder steeds groter. De kinderen kunnen geen normaal leven leiden en de moeder maakt zich zorgen om hun fysieke veiligheid. De benodigde hulpverlening komt volgens de moeder niet van de grond omdat de vader daar geen toestemming voor geeft. De blijvende inzet van ondertoezichtstelling is volgens de moeder dan ook noodzakelijk.
5.5.
Volgens de GI is de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige1] en [minderjarige2] nog onverminderd aanwezig. Het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling is gedaan omdat de GI op dat moment geen mogelijkheden meer zag om de situatie te verbeteren. Door de GI is geprobeerd om de gezinspatronen in beeld te krijgen via MASIC-onderzoek en een NICHD-interview met de kinderen. Dit is niet van de grond gekomen omdat het de ouders niet lukt om overeenstemming te krijgen over het onderzoeksplan. Volgens de GI is er sprake van een patroon veroorzaakt door de strijd tussen de ouders, wat maakt dat de hulpverlening voor [minderjarige1] en [minderjarige2] niet tot stand komt.
Hoe oordeelt het hof?
5.6.
De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van de kinderen terecht verlengd. Het hof vindt net als de kinderrechter dat de (ernstige) ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige1] en [minderjarige2] nog steeds actueel is. Ook in hoger beroep is gebleken dat er nog steeds grote zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige1] en [minderjarige2] . De ouders zijn het erover eens dat de situatie de afgelopen periode is verslechterd. Bij de moeder thuis gaan de kinderen het contact met haar zoveel mogelijk uit de weg. Met name [minderjarige1] zondert zich af en wil volgens de moeder steeds vaker niet aan tafel komen. Voor de moeder wordt het steeds moeilijker om in contact te komen met [minderjarige1] en [minderjarige2] . Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling verteld dat de kinderen niets meer met haar willen ondernemen. Ook de GI heeft nog nauwelijks contact met de kinderen. Volgens de vader wordt dit veroorzaakt door een hardnekkige gezinsdynamiek waardoor de kinderen knel komen te zitten. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft de vader toegelicht dat hij vindt dat de problemen tussen de moeder en de kinderen bij de moeder moeten worden opgelost. Er is daardoor geen ruimte voor verbetering van de situatie bij de moeder en het gezinssysteem, inzet van hulpverlening is hiervoor noodzakelijk. De hulpverlenging komt alleen niet van de grond, omdat de ouders hier geen overeenstemming over bereiken. Zo zijn [minderjarige1] en [minderjarige2] kort geleden opnieuw aangemeld bij jeugdhulpverleningsorganisatie [naam] , maar kan die hulpverlening niet gestart worden omdat de vader hier geen toestemming voor geeft. Ook het MASIC-onderzoek en het NICHD interview met de kinderen is niet gestart door de opstelling van de ouders. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige1] en [minderjarige2] kan op dit moment dan ook niet door de ouders zelf worden weggenomen. Gelet op de overgelegde stukken en wat de ouders op de mondelinge behandeling (ook over elkaar) hebben verteld is het hof van oordeel dat sprake is van een zeer zorgelijke toestand waarbinnen [minderjarige1] en [minderjarige2] hun weg in de wereld moeten zien te vinden. Die weg is voor de kinderen vooralsnog een eenzame, want de ouders zijn tot nu toe niet in staat gebleken om bij hun keuzes in plaats van hun eigen gelijk het belang van de kinderen voorop te stellen. Hulpverlening en regievoering daarop door de GI is dan ook onverminderd noodzakelijk.
5.7.
Het hof gaat voorbij aan het betoog van de vader dat aan de formele vereisten voor de verlenging van de ondertoezichtstelling niet is voldaan omdat de GI bij het verzoek geen recent plan van aanpak en doelen voor de komende periode heeft gevoegd. Net als de kinderrechter vindt het hof dat het verzoek van de GI gezien moet worden in het licht van de procedure die hieraan voorafging. Nu de kinderrechter de raad heeft verzocht onderzoek te doen naar de relatie tussen de ouders en de gevoelens van de kinderen, kunnen de doelen naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek ook nog worden aangepast.
Hiermee is aan de formele gronden voor het verlengen van de ondertoezichtstelling voldaan. De beslissing van de kinderrechter zal in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van
14 augustus 2025 over de ondertoezichtstelling van [minderjarige1] en [minderjarige2] .
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, E. de Boer en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.

Voetnoten

1.artikel 1:255 lid 1 onder a en b BW
2.artikel 1:260 lid 1 BW