De moeder en haar twee minderjarige kinderen zijn gevlucht uit een oorlogsgebied en verblijven sinds maart 2025 in een pleeggezin. De kinderrechter heeft op verzoek van de raad voor de kinderbescherming een machtiging tot uithuisplaatsing verleend vanwege zorgen over kindermishandeling en de opvoedsituatie.
De moeder is het niet eens met de uithuisplaatsing en tekent hoger beroep aan. Zij betwist de beschuldigingen en stelt dat de letsels verklaard kunnen worden door spelen en de kwetsbare gezondheid van de kinderen. De raad en de gecertificeerde instelling handhaven echter hun standpunt dat de veiligheid van de kinderen niet kan worden gegarandeerd.
Het hof bevestigt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Ondanks de positieve stappen van de moeder richting hulpverlening, zijn de zorgen over het welzijn van de kinderen groot, mede door het forensisch onderzoek dat aanwijzingen voor toegebracht letsel geeft.
Gezien de ernst van de situatie en de onzekerheid over de stabiliteit van de opvoeding, vooral met een nieuwe baby op komst, acht het hof de uithuisplaatsing noodzakelijk en bekrachtigt het de beschikking van de kinderrechter.