ECLI:NL:GHARL:2025:7076
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening beroepschrift per e-mail
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursrechtelijke verkeerszaak onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De beroepstermijn voor het instellen van hoger beroep bedroeg zes weken vanaf de dag na verzending van de beslissing, welke op 25 april 2025 aan de betrokkene was toegestuurd. De termijn eindigde derhalve op 6 juni 2025. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het beroepschrift op 6 juni 2025 om 23:59 uur per e-mail was verzonden.
Echter, uit het dossier bleek dat het beroepschrift pas op 7 juni 2025 om 00:01 uur door de rechtbank was ontvangen, en het beroepschrift was gedateerd op 7 juni 2025. Volgens artikel 6:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat het beroepschrift tijdig is indien het vóór het einde van de termijn is ontvangen. Omdat het beroepschrift niet per post was verzonden, is het tweede lid niet van toepassing.
Daarmee is het beroepschrift niet tijdig ingediend en is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het gerechtshof kan de inhoudelijke bezwaren tegen de sanctie niet behandelen. Tevens is het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift per e-mail.