ECLI:NL:GHARL:2025:7080
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanhoudingsverzoek en niet-ontvankelijkheid minderjarige verdachte in hoger beroep
Deze zaak betreft een minderjarige verdachte die in eerste aanleg bij verstek is veroordeeld tot jeugddetentie. De verdachte was op het moment van de zitting vermist en had geen bekende verblijfplaats in Nederland. Hoewel de verdachte zich later meldde bij zijn voogd, vertrok hij opnieuw met onbekende bestemming en verscheen niet op afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming.
De advocaat van de verdachte verzocht om aanhouding van de zitting zodat de minderjarige aanwezig kon zijn, maar het hof oordeelde dat het belang van een spoedige en doeltreffende berechting zwaarder weegt dan het aanwezigheidsrecht van de verdachte. Gezien het ontbreken van grieven tegen het vonnis en het ontbreken van redenen voor inhoudelijke behandeling, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 september 2025. De beslissing weerspiegelt een belangenafweging tussen het recht op aanwezigheid van de minderjarige en het belang van een ordentelijke rechtsgang en rechtspleging.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en het aanhoudingsverzoek wordt afgewezen.