ECLI:NL:GHARL:2025:7114
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een bestuursstraf. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene geen zekerheid had gesteld voor de sanctie en administratiekosten binnen de gestelde termijn.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de termijn om een verzuim te herstellen niet eerder kan eindigen dan de beroepstermijn en dat de gemachtigde niet als gemachtigde was erkend, waardoor hij geen draagkrachtverweer kon voeren. Het hof oordeelde dat de brieven over zekerheid terecht aan de betrokkene waren gericht en dat de termijn om zekerheid te stellen op 26 oktober 2024 eindigde.
Omdat binnen deze termijn geen zekerheid was gesteld of draagkrachtverweer gevoerd, was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.