ECLI:NL:GHARL:2025:7135

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
200.356.582/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a lid 1 BWArt. 1:253a lid 4 BWArt. 1:377e BWArt. 1:265b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging hoofdverblijfplaats en machtiging uithuisplaatsing in belang van minderjarige

De vader en moeder hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat oorspronkelijk bij de moeder woonde. Sinds maart 2025 woonde het kind tijdelijk bij de grootmoeder van vaderszijde en vanaf april 2025 volledig bij de vader en diens partner.

De rechtbank Gelderland wees in juni 2025 het verzoek van de vader af om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en verleende een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voor de duur van een ondertoezichtstelling. In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de omstandigheden zijn gewijzigd doordat het kind al bij de vader woont.

Tijdens de zitting bereikten de ouders overeenstemming over het wijzigen van de hoofdverblijfplaats naar de vader. De moeder trok haar verzet in, omdat dit rust en duidelijkheid voor het kind zou brengen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking over de hoofdverblijfplaats en bepaalde deze bij de vader.

Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigde het hof de beschikking tot de datum van de beschikking, maar vernietigde deze vanaf dat moment en wees het verzoek van de raad af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Deze beslissing weerspiegelt het belang van het kind en de gewijzigde feitelijke situatie, waarbij het hof het gezamenlijke gezag en de wensen van de ouders respecteert.

Uitkomst: Het hof bepaalt de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader en vernietigt de machtiging tot uithuisplaatsing vanaf de datum van de beschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummers gerechtshof 200.356.582 (uithuisplaatsing) en 200.356.586 (hoofdverblijfplaats)
zaaknummers rechtbank Gelderland 449974 (uithuisplaatsing) en 445560 (hoofdverblijfplaats)
beschikking van 13 november 2025
in de zaak van
[appellant](de vader)
die woont in [woonplaats1]
verzoeker in hoger beroep in beide zaken
advocaat: mr. H.L. Thiescheffer
en
[geïntimeerde](de moeder)
die woont in [woonplaats2]
verweerster in beide zaken
advocaat: mr. R.J.W.C. Giebels
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Arnhem
verweerder in de zaak met nummer 200.356.582.
Als overige belanghebbende in beide zaken is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd te Arnhem.

1.De procedure in eerste aanleg

In de zaak met nummer 200.356.582
1.1
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer 449974.
In de zaak met nummer 200.356.586
1.2
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025, uitgesproken onder het hiervoor genoemde zaaknummer 445560.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Gelet op de onderlinge samenhang en verwevenheid van de zaken en beslissingen ziet het hof aanleiding om alle zaken in één beschikking te bespreken.
In de zaak met nummer 200.356.582
2.2
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift van de moeder
  • het verweerschrift van de raad
  • het journaalbericht namens de vader van 26 september 2025 met bijlagen
  • het journaalbericht namens de vader van 7 oktober 2025
  • een brief van de raad van 8 oktober 2025 met een gewijzigd standpunt
In de zaak met nummer 200.356.586
2.3
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift van de moeder
  • het journaalbericht namens de vader van 26 september 2025 met bijlagen
  • het journaalbericht namens de vader van 7 oktober 2025
In beide zaken
2.4
De mondelinge behandeling heeft op 10 oktober 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de raad;
- twee vertegenwoordigers van de GI.

3.De feiten in beide zaken

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] .
3.2
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] .
3.3
[minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder. Sinds 13 maart 2025 woonde [minderjarige] bij oma (vaderszijde) en ging zij ieder weekend naar de vader, maar vanaf half april 2025 woont [minderjarige] volledig bij de vader en zijn partner.
4. Het oordeel van het hof
In de zaak met nummer 200.356.586 (hoofdverblijfplaats)
De bestreden beschikking
4.1
In de bestreden beschikking van 10 juni 2025 (met zaaknummer 445560) heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen, afgewezen.
Wettelijke bepaling
4.2
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] en dat betekent onder andere dat zij samen beslissen over de hoofdverblijfplaats. Een geschil daarover kan op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd (artikel 1:253a lid 1 BW). De rechter kan een afspraak van de ouders over de hoofdverblijfplaats wijzigen als de omstandigheden daarna zijn gewijzigd (artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377e BW). De rechter neemt een zodanige beslissing als in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
4.3
Het hof stelt allereerst vast dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de ouders kennelijk onderling hebben afgesproken dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft, alleen al omdat [minderjarige] vanaf april 2025 volledig bij vader woont.
Oordeel van het hof
4.4
Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] van de moeder naar de vader. De moeder heeft verklaard in het belang van [minderjarige] de beslissing te hebben genomen zich niet langer te verzetten tegen dit verzoek van de vader, omdat er dan rust en duidelijkheid voor [minderjarige] komt.
Het hof is van oordeel dat wat de ouders hebben afgesproken over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] in haar belang is en zal daarom de bestreden beschikking op dit punt vernietigen en alsnog haar hoofdverblijfplaats bij de vader bepalen.
In de zaak met nummer 200.356.582 (uithuisplaatsing)
De bestreden beschikking
4.5
In de bestreden beschikking van 10 juni 2025 (met zaaknummer 449974) heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld vanaf 10 juni 2025 tot 10 juni 2026 en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend bij de andere met gezag belaste ouder, te weten de vader, voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Wettelijke bepaling
4.6
De kinderrechter kan een machtiging geven een kind uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van een kind of voor onderzoek van een kind (artikel 1:265b lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)).
Oordeel van het hof
4.7
Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 4.4 blijkt zijn de ouders het erover eens en is ook het hof van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij bij de vader woont, reden waarom het hof de beslissing ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing bij de andere ouder met gezag (de vader) bekrachtigt voor zover deze zich uitstrekt over de periode tot de datum van deze beschikking en vernietigt met ingang van de datum van deze beschikking omdat het hof vanaf dat moment de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader zal bepalen.

5.De beslissing

Het hof:
In de zaak met nummer 200.356.582 (uithuisplaatsing)
5.1
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025 (met zaaknummer 449974) over de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor zover deze zich uitstrekt over de periode tot heden;
5.2
vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025 (met zaaknummer 449974) over de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] met ingang van de datum van deze beschikking en beslist:
5.3
wijst het verzoek van de raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] alsnog af;
In de zaak met nummer 200.356.586 (hoofdverblijfplaats)
5.4
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 10 juni 2025 (met zaaknummer 445560) voor zover daarbij een beslissing is genomen over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en opnieuw beschikkende:
5.5
bepaalt dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] , voortaan haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft;
5.6
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de beslissingen onder 5.2 tot en met 5.5 van dit dictum betreft.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, P.B. Kamminga en D.J.I. Kroezen en is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.