ECLI:NL:GHARL:2025:7144
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens appelverbod bij bestuursstrafrechtelijke beslissing kantonrechter
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde in een bestuursstrafrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De sanctie bedroeg €24, wat onder de drempel van €110 ligt, waardoor artikel 14 Wahv Pro het hoger beroep beperkt. De gemachtigde voerde aan dat het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten omdat de kantonrechter een evidente verkeerde toepassing van de Algemene Termijnenwet had gemaakt, waardoor de betrokkene geen effectieve toegang tot de rechter had gehad.
Het hof oordeelde dat klachten die in wezen neerkomen op een onjuiste beslissing van de kantonrechter niet leiden tot het buiten toepassing laten van het appelverbod. De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 1998, dat drie criteria voor doorbreking van het appelverbod noemt, was onvoldoende om het appelverbod te doorbreken in deze bestuursrechtelijke context.
Het recht op toegang tot de rechter was niet geschonden omdat de gemachtigde op correcte wijze was opgeroepen en de gelegenheid had om zijn zienswijze toe te lichten. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod bij een sanctie van minder dan €110.