ECLI:NL:GHARL:2025:7144

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
Wahv 200.349.508/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 6 EVRMAlgemene Termijnenwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep afgewezen wegens appelverbod bij bestuursstrafrechtelijke beslissing kantonrechter

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde in een bestuursstrafrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De sanctie bedroeg €24, wat onder de drempel van €110 ligt, waardoor artikel 14 Wahv Pro het hoger beroep beperkt. De gemachtigde voerde aan dat het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten omdat de kantonrechter een evidente verkeerde toepassing van de Algemene Termijnenwet had gemaakt, waardoor de betrokkene geen effectieve toegang tot de rechter had gehad.

Het hof oordeelde dat klachten die in wezen neerkomen op een onjuiste beslissing van de kantonrechter niet leiden tot het buiten toepassing laten van het appelverbod. De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 1998, dat drie criteria voor doorbreking van het appelverbod noemt, was onvoldoende om het appelverbod te doorbreken in deze bestuursrechtelijke context.

Het recht op toegang tot de rechter was niet geschonden omdat de gemachtigde op correcte wijze was opgeroepen en de gelegenheid had om zijn zienswijze toe te lichten. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod bij een sanctie van minder dan €110.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.508/01
CJIB-nummer
: 256283193
Uitspraak d.d.
: 13 november 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 juli 2024, betreffende

Stichting [naam] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is Codex Mulder B.V., kantoorhoudende te Haarlem.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 oktober 2025. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [advocaat-generaal] .

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie is € 24,- en de kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. De gemachtigde voert aan dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten. Toegang tot de rechter is pas effectief als de rechter daadwerkelijk de aan hem gepresenteerde argumenten beoordeelt. Als, zoals hier, de inhoudelijke argumenten in het geheel niet zijn beoordeeld vanwege een evident verkeerde toepassing van de Algemene Termijnenwet, heeft de betrokkene geen effectieve toegang tot de rechter gehad. Dat de gemachtigde was uitgenodigd voor de zitting doet hier niet aan af. Het hof geeft in het arrest van 12 juli 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:6402) een te beperkte invulling aan de vaste doorbrekingsjurisprudentie van de Hoge Raad. De gemachtigde verwijst daarbij naar een arrest van de Hoge Raad van 15 mei 1998 (NJ 1999/672), waaruit volgt dat er drie criteria zijn om te beoordelen of een appelverbod buiten werking moet blijven, te weten: de rechter heeft een bepaalde rechtsregel ten onrechte toegepast, de rechter is buiten het toepassingsgebied van een bepaalde rechtsregel getreden of er is sprake van een zodanig schending van essentiële vormen dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling geen sprake meer is. Doordat de aangevoerde inhoudelijke argumenten werden genegeerd, wordt niet alleen de effectieve toegang tot de rechter geschonden, maar worden ook meer algemene essentiële vormen geschonden als bedoeld in de derde situatie. Bovendien is er sprake van de eerste situatie, omdat ten onrechte geen toepassing was gegeven aan de Algemene Termijnenwet.
4. In artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ligt het recht op toegang tot de rechter besloten. Wanneer een beroep wordt gedaan op schending van dit recht en dit beroep wordt gegrond bevonden, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het eerder aangehaalde arrest van het hof van 12 juli 2018).
5. Het recht op toegang tot de rechter is niet geschonden. De gemachtigde is op voorgeschreven wijze opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter waarmee de gelegenheid is geboden ter zitting het woord te voeren en zijn zienswijze toe te lichten. Dat inhoudelijke argumenten in het geheel niet zijn beoordeeld vanwege een evident verkeerde toepassing van de Algemene Termijnenwet zoals de gemachtigde stelt, leidt niet tot buiten toepassing laten van het appelverbod. Uit bestendige jurisprudentie van het hof volgt dat klachten die er in de kern op neer komen dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen (inhoudelijk, dan wel procedureel) niet kunnen leiden tot het buiten toepassing laten van het appelverbod. Het hof ziet in de verwijzing van de gemachtigde naar het arrest van de Hoge Raad, dat betrekking heeft op een civiele procedure, geen reden anders te oordelen.
6. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.