ECLI:NL:GHARL:2025:7154
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schorsing voorlopige hechtenis voor uitzitten onherroepelijke gevangenisstraf
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 november 2025 het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, die het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis had afgewezen. De verdachte verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis zodat hij zijn onherroepelijke gevangenisstraf in een andere strafzaak kon uitzitten. De raadsman voerde aan dat volgens artikel 5 EVRM Pro voorlopige hechtenis niet mag worden toegepast indien een minder ingrijpend middel hetzelfde doel bereikt, en dat de belangen van de verdachte zwaarwegend zijn vanwege zijn verslavingsproblematiek en de noodzaak tot klinische opname.
De advocaat-generaal stelde zich op het standpunt dat de rechtbank de juiste beslissing had genomen. Het hof overwoog dat de Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen bepaalt dat de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis voorgaat op die van een gevangenisstraf, en dat slechts in uitzonderlijke gevallen van deze executievolgorde kan worden afgeweken. De belangen van verdachte moeten zwaarwegend zijn om een wijziging te rechtvaardigen.
Het hof nam mee dat het gunstiger regime bij het uitzitten van de gevangenisstraf niet zonder meer een zwaarwegend belang vormt. Ook de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over het subsidiariteitsbeginsel werd in de beoordeling betrokken. Gezien de omstandigheden en belangen van verdachte oordeelde het hof dat deze onvoldoende zwaarwegend zijn om van de executievolgorde af te wijken. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis voor het uitzitten van de onherroepelijke gevangenisstraf.