De kinderrechter heeft op 18 juni 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige verleend tot 20 november 2025. De minderjarige staat sinds november 2024 onder toezicht van de GI vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De ouders zijn gehuwd en hebben gezamenlijk gezag, maar de minderjarige had sinds de zomer van 2024 geen vaste woon- of verblijfplaats en ging niet meer naar school.
De ouders woonden met de minderjarige op wisselende adressen en hebben onvoldoende bewijs geleverd voor een bestendige woonplaats en schoolgang. De GI heeft moeite met de medewerking van de ouders en ervaart hen als moeilijk bereikbaar en niet transparant. De basis voor een veilige ontwikkeling ontbreekt daardoor bij de ouders.
Het hof heeft in hoger beroep de beslissing van de kinderrechter bekrachtigd. De machtiging blijft van kracht omdat de noodzakelijke voorwaarden voor verzorging en opvoeding, zoals een stabiele woonplaats en school, niet aanwezig zijn. De ouders hebben hun verantwoordelijkheid niet voldoende genomen om deze basis te bieden.