ECLI:NL:GHARL:2025:7188

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
200.358.182/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing wegens ontbreken bestendige woonplaats minderjarige

De kinderrechter heeft op 18 juni 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige verleend tot 20 november 2025. De minderjarige staat sinds november 2024 onder toezicht van de GI vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De ouders zijn gehuwd en hebben gezamenlijk gezag, maar de minderjarige had sinds de zomer van 2024 geen vaste woon- of verblijfplaats en ging niet meer naar school.

De ouders woonden met de minderjarige op wisselende adressen en hebben onvoldoende bewijs geleverd voor een bestendige woonplaats en schoolgang. De GI heeft moeite met de medewerking van de ouders en ervaart hen als moeilijk bereikbaar en niet transparant. De basis voor een veilige ontwikkeling ontbreekt daardoor bij de ouders.

Het hof heeft in hoger beroep de beslissing van de kinderrechter bekrachtigd. De machtiging blijft van kracht omdat de noodzakelijke voorwaarden voor verzorging en opvoeding, zoals een stabiele woonplaats en school, niet aanwezig zijn. De ouders hebben hun verantwoordelijkheid niet voldoende genomen om deze basis te bieden.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd wegens ontbreken van een bestendige woonplaats en schoolgang.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.358.182/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 151929)
beschikking van 11 november 2025
in de zaak van
[verzoeker](de vader)
en
[verzoekster](de moeder)
(samen ‘de ouders’)
die wonen op een geheim te houden adres,
verzoekers in hoger beroep,
advocaat: mr. N. Schiettekatte te Rotterdam,
en
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering Groningen(de GI),
locatie Groningen.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft op 18 juni 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verleend tot 20 november 2025. Het hof is het eens met deze beslissing van de kinderrechter en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is [in] 2011 geboren. De ouders zijn met elkaar gehuwd en hebben samen het gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] staat sinds 20 november 2024 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling loopt tot 20 november 2025.
2.3.
[de minderjarige] woonde tot 18 juni 2025 bij haar ouders. [de minderjarige] woont sinds 18 juni 2025 in de [verblijfplaats] .

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
De GI heeft de kinderrechter verzocht [de minderjarige] uit huis te mogen plaatsen.
3.2.
Op 21 mei 2025 heeft de eerste zitting plaatsgevonden en is de behandeling aangehouden om de ouders de gelegenheid te geven specifieke bewijsstukken te overleggen. Op 18 juni 2025 heeft de tweede zitting plaatsgevonden en voorafgaand aan die zitting heeft de kinderrechter met [de minderjarige] gesproken.
3.3.
De kinderrechter heeft op 18 juni 2025 het verzoek van de GI toegewezen en de GI gemachtigd om [de minderjarige] uit huis te plaatsen tot 20 november 2025. Die beslissing is vastgelegd op 24 juni 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De ouderszijn het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij vinden dat de uithuisplaatsing niet noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] en zij zijn in hoger beroep gekomen. Zij willen dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt.
4.2.
De GIwil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift van de ouders ingekomen op 12 augustus 2025
  • het verweerschrift
  • de brief van de raad van 25 augustus 2025, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting
4.4.
[de minderjarige] heeft op 27 oktober 2025 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij heeft verteld wat zij vindt van de uithuisplaatsing.
4.5.
De zitting bij het hof was op 29 oktober 2025. Aanwezig waren:
  • de ouders met mr. F. Pool, waarnemend voor mr. Schiettekatte
  • twee vertegenwoordigers van de GI

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De kinderrechter kan een machtiging geven kinderen uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen of voor onderzoek van de kinderen [1] .
Hoe oordeelt het hof?
5.2.
De kinderrechter heeft terecht de machtiging voor de uithuisplaatsing van [de minderjarige] aan de GI gegeven. [de minderjarige] kan nog niet thuis wonen. De beslissing van de kinderrechter zal worden bekrachtigd. Het hof neemt de overwegingen van de kinderrechter over en voegt daaraan het volgende toe.
5.3.
[de minderjarige] staat onder toezicht van de GI omdat zij ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Dit feit staat tussen partijen niet ter discussie en de ouders hebben hun medewerking aan de ondertoezichtstelling en de benodigde hulpverlening toegezegd.
5.4.
Voordat [de minderjarige] op 18 juni 2025 uit huis werd geplaatst, had zij sinds de zomer van 2024 geen vaste woon- of verblijfplaats. Zij verbleef met haar ouders op verschillende vakantieparken. Onduidelijk is hoe lang die situatie zich al voordeed. Ook ging [de minderjarige] sinds de zomer van 2024 niet meer naar school. Begin mei 2025 zijn de ouders met [de minderjarige] bij een kennis in [plaats1] gaan wonen. De ouders hebben aangegeven dat er voor de woonplaats en de schoolgang concreet zicht is op stabiliteit in [plaats1] . Echter, ondanks deze toezegging hebben de ouders met [de minderjarige] eind mei [plaats1] verlaten. De kennis wilde hen niet meer in huis hebben. Zij zijn naar [plaats2] gegaan. De ouders vertellen dat zij daar wonen bij opa (vz). Zij zouden bij opa (vz) kunnen blijven wonen totdat zij een eigen woning kunnen betrekken. Zij stellen op afzienbare termijn in aanmerking te komen voor een woning met urgentie. De ouders geven aan dat [de minderjarige] in [plaats3] naar school kan gaan. De ouders willen in [plaats2] blijven wonen en zij zeggen dat de woonplaats daar bestendig is. De ouders hebben deze stellingen echter niet met eventuele bewijsstukken onderbouwd. Het hof merkt op dat de ouders dit niet bij de kinderrechter hebben gedaan en ook niet in deze hoger beroep procedure. De ouders hebben de GI niet op de hoogte gehouden. Zij hebben de GI verschillende adressen gegeven waar ze in [plaats2] zouden verblijven. De GI heeft ook diverse malen de gemeente gebeld om informatie te krijgen over wanneer de ouders in aanmerking zouden komen voor een woning. De GI is verteld dat de ouders nog documenten moeten aanleveren en dat zij (nog) niet in aanmerking komen voor een urgentieverklaring. Ook heeft de GI geen informatie gekregen over waar [de minderjarige] naar school kan gaan. De GI wil graag met de ouders samenwerken omdat dat belangrijk is voor [de minderjarige] , maar ouders zijn moeilijk bereikbaar, niet open en geven niet altijd de juiste informatie.
5.5.
De basis voor een veilige ontwikkeling, verzorging en opvoeding van [de minderjarige] is dat zij een bestendige woonplaats heeft en dat zij naar school gaat. Vanuit die basis kan de noodzakelijke hulpverlening worden ingezet. [de minderjarige] had en heeft die basis bij haar ouders niet. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om die basis voor [de minderjarige] te verzorgen en daarover de nodige informatie aan de GI te verschaffen. De ouders hebben dit niet gedaan. Dit betekent dat [de minderjarige] nu niet bij haar ouders kan wonen.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 18 juni 2025 over de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. K.H.P. Selcraig, mr. M.A.F. Veenstra en mr. L. van Dijk, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.

Voetnoten

1.artikel 1:265b lid 1 BW.