ECLI:NL:GHARL:2025:7235

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
21-000308-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor opzetheling, lokaalvredebreuk, beschadiging, vernieling en bedreiging

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een veroordeling van de politierechter in de rechtbank Gelderland. De verdachte is veroordeeld voor opzetheling, lokaalvredebreuk, beschadiging, vernieling en bedreiging. Gedurende vier maanden heeft de verdachte een fiets gestolen, een auto beschadigd, zich niet gehouden aan een winkelverbod en op een dag de ruiten van een horecapand vernield, waarbij hij de eigenaar met een mes en stukken glas heeft bedreigd. Ondanks de problematiek van de verdachte, heeft de reclassering geen mogelijkheden voor begeleiding gezien, en is de verdachte niet verschenen in zowel de eerste aanleg als het hoger beroep. Het hof legt een 38v-maatregel op en wijst de vordering van de benadeelde partij voor de schade aan de auto toe. De politierechter had eerder een gevangenisstraf van acht weken opgelegd, waarvan drie weken voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan, waarbij het hof de verdachte veroordeelt tot een gevangenisstraf van acht weken, met een voorwaardelijk deel en een 38v-maatregel ter beveiliging van het slachtoffer. De vordering van de benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000308-24
Uitspraakdatum: 18 november 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 11 januari 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-151633-23 en 05-259381-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-046352-20, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [adres] , [woonplaats]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. G.J.B.C. Maton, en de benadeelde partij is aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest wegens – kort gezegd – opzetheling (feit 1, parketnummer 05-151633-23), vernieling (feit 1 en 3, parketnummer 05-259381-23), lokaalvredebreuk (feit 2, parketnummer 05-259381-23) en bedreiging (feit 4, parketnummer 05-259391-23). Aan feit 4 heeft de politierechter daarnaast de dadelijk uitvoerbare maatregelen van een contact- en locatieverbod opgelegd. De vordering van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1, parketnummer 05-259381-23) is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 800,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van benadeelde partij [benadeelde 2] is niet-ontvankelijk verklaard. Tot slot heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf toegewezen.
Benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd, zodat het hof over de gehele vordering dient te oordelen. Benadeelde partij [benadeelde 2] heeft de vordering in hoger beroep niet gehandhaafd waardoor deze niet meer aan de orde is.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 05-151633-23:
primair
hij op of omstreeks 20 juni 2023 te [plaats] in de [gemeente] een elektrische fiets (merk/type: Gazelle Miss Grace C7, framenummer: GZ61305133), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
hij op of omstreeks 20 juni 2023 te [plaats] in [gemeente] , een elektrische fiets (merk/type: Gazelle Miss Grace C7, framenummer: GZ61305133, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
Zaak met parketnummer 05-259381-23 (gevoegd):
1.
hij in of omstreeks 156 juli 2023 te [plaats] , [gemeente] , opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
2.
hij op of omstreeks 21 augustus 2023 te [plaats] , [gemeente] , in het besloten lokaal op/aan de [straat] bij de Albert Heijn, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 17 juli 2023 schriftelijk de toegang tot die supermarkt ontzegd voor de duur van één jaar
3.
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te [plaats] , [gemeente] , opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
4.
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te [plaats] , [gemeente] , [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:
- met een mes op/tegen de ruit te slaan,
- glas te gooien in de richting van voornoemde [benadeelde 3] en/of
- ( met het mes in zijn hand) voornoemde [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik maak je dood", "Ik steek je zaak in de fik" en/of "Je gaat eraan", althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Ten aanzien van het onder parketnummer 05-151633-23 subsidiair tenlastegelegde overweegt het hof als volgt.
Verdachte heeft verklaard dat hij de betreffende fiets al zeker langer dan een half jaar geleden heeft gekocht. Aangeefster heeft verklaard dat zij haar fiets op de ochtend van 20 juni 2023 om 8 uur nog bij haar werk heeft gestald. Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte op voornoemde dag de fiets om 12.30 uur bij een sportschool heeft gestald en dat de zoon van aangeefster de fiets daar diezelfde middag heeft aangetroffen.
Het hof acht de verklaring van de verdachte dat hij de fiets al lang geleden heeft gekocht hoogst onaannemelijk, aangezien er geen enkele aanleiding is om te twijfelen aan de verklaring van aangeefster dat zij haar fiets die ochtend nog heeft gebruikt om naar haar werk te gaan. Wegens het ontbreken van een aannemelijke hem ontlastende verklaring voor het voorhanden hebben van de fiets, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat deze van misdrijf afkomstig was. Het hof betrekt bij dat oordeel de omstandigheid dat aanwijzingen ontbreken dat wetenschap bij de verdachte van de criminele herkomst van de fiets pas is ontstaan na het verwerven of voorhanden krijgen daarvan. Het hof concludeert dan ook tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde opzetheling.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-151633-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 05-151633-23:
1.subsidiair
hij op
of omstreeks20 juni 2023 te [plaats] in [gemeente] , een elektrische fiets (merk/type: Gazelle Miss Grace C7, framenummer: GZ61305133,
althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad,
en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van
de verwerving ofhet voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoedendat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Zaak met parketnummer 05-259381-23 (gevoegd):
1.
hij
in ofop
omstreeks 15616 juli 2023 te [plaats] , [gemeente] , opzettelijk en wederrechtelijk een auto,
in elk geval enig goed,
dat/die
geheel of ten deleaan [benadeelde 1] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft
vernield,beschadigd
, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
2.
hij op
of omstreeks21 augustus 2023 te [plaats] , [gemeente] , in het besloten lokaal
op/aan de [straat] in gebruik bij de Albert Heijn
, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte,wederrechtelijk is binnengedrongen
immers was hem, verdachte, met ingang van 17 juli 2023 schriftelijk de toegang tot die supermarkt ontzegd voor de duur van één jaar.
3.
hij op
of omstreeks4 oktober 2023 te [plaats] , [gemeente] , opzettelijk en wederrechtelijk
een of meerruiten, i
n elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan de [benadeelde 2] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft vernield
, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
4.
hij op
of omstreeks4 oktober 2023 te [plaats] , [gemeente] , [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,door:
- met een mes op/tegen de ruit te slaan,
- glas te gooien in de richting van voornoemde [benadeelde 3] en/
of
- ( met het mes in zijn hand) voornoemde [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik maak je dood", "Ik steek je zaak in de fik" en
/of"Je gaat eraan", a
lthans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking;.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-151633-23 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
Het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
Het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
Het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 4 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot eenzelfde straf als opgelegd door de politierechter.
Standpunt verdediging
De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vooral gebaat zou zijn bij hulp en niet bij een gevangenisstraf.
Oordeel hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof ziet daarin aanleiding om verdachte te veroordelen tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft meerdere vernielingen gepleegd, een fiets geheeld, bedreigingen geuit en zich schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk. Hij heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een reeks vervelende en overlast gevende feiten. Verdachte heeft laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen en heeft niet geschroomd om hele nare bedreigingen te uiten richting slachtoffer [benadeelde 3] .
Bij het bepalen van de strafmaat houdt het hof ook rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten die gelden ter zake van bedreiging en de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Het hof slaat hierbij ook acht op het meest recente Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij al eerder is veroordeeld voor onder meer een vermogensdelict. De straf zoals is opgelegd door de politierechter acht het hof in beginsel passend.
Verdachte is helaas niet ter zitting verschenen om te kunnen vertellen hoe het nu met hem gaat. Ook zijn raadsman beschikte over weinig informatie over de actuele persoonlijke omstandigheden, anders dan van horen zeggen. In het dossier bevindt zich een gedateerd reclasseringsrapport uit 2023. In de beperkte informatie die het hof heeft over de persoon van verdachte ziet het hof geen redenen om hier in strafmatigende zin rekening mee te houden. Alhoewel het hof begrijpt dat de raadsman graag zou willen dat verdachte geholpen wordt, ziet het hof hiervoor binnen het strafrechtelijk kader geen mogelijkheden. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat de reclassering eerder geen mogelijkheden zag om te werken aan gedragsverandering en/of risicobeheersing, omdat verdachte onbereikbaar was en zich niet kan conformeren aan afspraken. Dat eerste blijkt ook nu nog aan de orde te zijn, aangezien zelfs zijn raadsman geen dan wel zeer moeilijk rechtstreeks contact met hem heeft kunnen krijgen. Daarbij is verdachte zowel in eerste aanleg als in hoger beroep niet op zitting verschenen.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van acht weken, waarvan drie weken voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest passend en geboden is.
Vrijheidsbeperkende maatregel op de voet van artikel 38v Wetboek van Strafrecht
Het hof ziet daarnaast, ter beveiliging van slachtoffer [benadeelde 3] , aanleiding om op voet van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht twee vrijheidsbeperkende maatregelen aan verdachte op te leggen voor een periode van drie jaar, met aftrek van de periode dat genoemde maatregel al van kracht is geweest. Deze maatregelen houden in dat:
- veroordeelde gedurende 3 jaren zich niet zal ophouden in het navolgende gebied: [straat] in [plaats] , [gemeente] .
- veroordeelde gedurende 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde 3] , geboren op [geboortedatum] 1987, [geboorteplaats] .
Het hof beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan één van of de maatregelen wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan een maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden in totaal.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregelen niet op.
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een
strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen tegen aangever, beveelt het hof, gelet op artikel 38v, vierde lid, Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank Gelderland van 23 januari 2023 met parketnummer 05-046352-20 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Verdachte heeft voor het einde van de proeftijd een nieuw strafbaar feit gepleegd waardoor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf bevolen had kunnen worden. Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie blijkt echter dat de straf al ten uitvoer is gelegd. Het hof verklaart het openbaar ministerie om die reden niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.599,73 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen tot een bedrag van € 800,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat zij een bedrag van € 1.000,- vordert, omdat zij haar auto inmiddels heeft ingeruild voor een nieuwe en zij de minderprijs veroorzaakt door de schade schat op € 1.000,-.
Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van € 800,- kan worden toegewezen.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering.
Oordeel hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Verdachte moet die schade vergoeden. De vordering wordt daarom toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 63, 138, 285, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-151633-23 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-151633-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-151633-23 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
3 (drie) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaren
  • op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde 3] , geboren op [geboortedatum] 1987, [geboorteplaats] ;
  • zich niet zal ophouden in het navolgende gebied [straat] in [plaats] , [gemeente] .
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.000,00 (duizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-259381-23 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.000,00 (duizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 16 juli 2023.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 05-046352-20.
Dit arrest is gewezen door mr. N.I.S. Boers, mr. R.W. van Zuijlen en mr. M. Zwartjes, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H. van Dalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 18 november 2025.