ECLI:NL:GHARL:2025:7236

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
21-003941-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in jeugdzaak betreffende openlijke geweldpleging met vrijspraak voor letsel en veroordeling tot taakstraf

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland. De verdachte, geboren in 2004, was eerder veroordeeld voor openlijke geweldpleging en kreeg een werkstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen jeugddetentie. Het hof heeft de zaak opnieuw beoordeeld na het horen van getuigen en de vordering van de advocaat-generaal. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte aanwezig was bij een geweldsincident op 4 maart 2022, waarbij een andere jongen, [benadeelde], ernstig werd mishandeld. De getuigenverklaringen waren tegenstrijdig, maar het hof heeft aansluiting gezocht bij de verklaringen van twee onafhankelijke getuigen die bevestigden dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. De verdachte werd vrijgesproken van het strafverzwarende onderdeel van de tenlastelegging dat betrekking had op specifiek letsel, omdat niet kon worden vastgesteld dat zijn handelen dit letsel had veroorzaakt. Het hof heeft de redelijke termijn overschreden geconstateerd, wat leidde tot een verlaging van de opgelegde taakstraf. De vordering van de benadeelde partij werd grotendeels toegewezen, met een schadevergoeding van € 6.647,92, bestaande uit materiële en immateriële schade. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, met aftrek van het voorarrest, en heeft de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003941-24
Uitspraakdatum: 18 november 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 10 september 2024 met parketnummer 16-055441-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [woonadres] , [woonplaats]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B.J. Tieman, en de advocaat van de benadeelde partij hebben aangevoerd.

Het vonnis

De kinderrechter heeft verdachte veroordeeld voor openlijke geweldpleging en aan hem een werkstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen jeugddetentie, opgelegd. De vordering van de benadeelde partij is gedeeltelijk toegewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de kinderrechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 maart 2022 te [plaats] , [gemeente] openlijk, te weten op/aan de [adres] , in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] door
- deze [benadeelde] onderuit te halen, althans te duwen,
- deze [benadeelde] meermalen (met vuisten) met kracht te slaan tegen het lichaam, terwijl hij op de grond lag en/of
- deze [benadeelde] meermalen met kracht te trappen tegen het hoofd, de nek, de rug en/of het lichaam, terwijl hij op de grond lag,
terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten
- een zware hersenschudding,
- meerdere schaafwonden,
- een bult op het hoofd, - pijn in/aan de nek en/of
- pijn in/aan de benen,
voor die [benadeelde] ten gevolge heeft gehad;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd om [verdachte] te veroordelen voor het aan hem ten laste gelegde feit.
Standpunt verdediging
[verdachte] vindt dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Hij heeft wel een duw gegeven, maar dat was al voordat de openlijke geweldpleging plaatsvond. De raadsman van [verdachte] heeft bepleit dat hij vrijgesproken moet worden.
Dat [verdachte] erbij was staat vast, maar dat maakt nog niet dat hij een aandeel heeft gehad in de openlijke geweldpleging. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de duw waar [verdachte] over verklaart, heeft plaatsgevonden in het voortraject en dus geen onderdeel heeft uitgemaakt van de openlijke geweldpleging. De duw die hij heeft gegeven is vergelijkbaar met de trap die [naam] heeft gegeven. De zaak van [naam] is geseponeerd, omdat de trap door het openbaar ministerie kennelijk niet wordt gezien als onderdeel van het openlijke geweld.
In het dossier zitten veel verklaringen. Deze verklaringen lopen uiteen en spreken elkaar tegen. Ook zijn er ernstige redenen om te vermoeden dat de getuigen elkaar hebben beïnvloed. [getuige] heeft [verdachte] specifiek aangewezen, maar volgens de raadsman vast staat ook dat hij bij het aanwijzen van iemand anders zich heeft vergist. Tussen [getuige] en [getuige] heeft duidelijk onderling overleg plaatsgevonden. [getuige] is beïnvloed gelet op de appjes die aan zijn verhoor bij de raadsheer-commissaris vooraf gegaan zijn. Het belastende bewijs is niet hard en daarnaast is er ontlastend bewijs. Van het ontlastende bewijs kan niet gezegd worden dat dit verklaringen van goede vrienden zijn die [verdachte] uit de wind zouden willen houden.
Oordeel hof
Niet ter discussie staat dat [benadeelde] op 4 maart 2022 door meerdere personen ernstig is mishandeld op het voetbalveldje aan de [adres] in [plaats] . Hij heeft hierbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Ook staat niet ter discussie dat [verdachte] aanwezig was bij dit openlijke geweld en dat hij de enige persoon was die een rood trainingspak droeg. Het hof gaat er dan ook vanuit dat daar waar wordt gesproken in de verklaringen over een persoon met een rood trainingspak aan, dit over [verdachte] gaat. De vraag die het hof moet beantwoorden is of [verdachte] een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijke geweld. Hierbij hoeft niet bewezen te worden dat hij zelf geweldshandelingen geeft gepleegd. Voldoende is dat hij (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het in vereniging plegen van openlijk geweld.
Het dossier bestaat enkel uit verklaringen. Zoals door de verdediging ook is aangevoerd lopen deze verklaringen uiteen. De verklaringen zouden bovendien niet allemaal als onafhankelijke verklaringen gezien kunnen worden, omdat de getuigen horen bij ‘de groep van [benadeelde] ’ of ‘de groep van [verdachte] ’. Het hof gaat daarom bij zijn oordeel uit van de verklaringen van [getuige] en [getuige] . Deze twee getuigen horen bij geen van beide groepen en hebben daarom geen enkel belang om niet naar waarheid te verklaren. Beide getuigen zijn direct na het voorval gehoord door verschillende verbalisanten, waardoor het hof geen redenen heeft om aan te nemen dat ten aanzien van deze getuigen sprake is geweest van – al dan niet bewuste – beïnvloeding door andere getuigen of verdachten.
[getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij een veld verderop stond toen hij zag dat een groep jongens ging vechten met een andere groep jongens die aan het voetballen waren. Hij zag dat één van de jongens door meerdere andere jongens naar de grond werd geslagen en geschopt. Ook toen hij op de grond lag werd hij geslagen en geschopt door in ieder geval drie jongens. Eén van die jongens had een rood trainingspak aan. Bij de raadsheer-commissaris, bijna 2,5 jaar na het incident, heeft hij deze verklaring in grote lijnen bevestigd en nog aangevuld dat hij op ongeveer tien meter van het incident stond. De getuige kon zich de kleuren van de kleding niet meer herinneren ten tijde van deze laatste verklaring.
[getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [getuige] op het veldje stond naast het voetbalveld waar het incident heeft plaatsgevonden. Hij zag dat een jongen werd geslagen en geschopt door een groep jongens. De jongen viel. [getuige] zag dat de jongen op zijn zij lag en nog ongeveer vijf seconden tegen zijn rug en hoofd geschopt werd. Hij zag dat een jongen met een bordeauxrood trainingspak aan, de jongen op de grond tegen zijn rug trapte. Hij zag ook dat de jongen die mishandeld werd door de jongens tegen beide kanten van zijn gezicht, tegen zijn achterhoofd en tegen zijn rug getrapt werd.
Op basis van deze verklaringen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijke geweld nu immers beide getuigen hebben verklaard dat de jongen in het rode trainingspak deelnam aan het groepsgeweld tegen [benadeelde] en [verdachte] als enige een rood trainingspak aan had. Hoewel [getuige] meer specifiek heeft verklaard over het geweld door de jongen in rode trainingspak, kan op basis van de bewijsmiddelen niet worden vastgesteld wie exact welke geweldshandelingen heeft gepleegd en welk letsel de specifieke geweldshandelingen tot gevolg hebben gehad en zal het hof [verdachte] vrijspreken van het strafverzwarende onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op letsel ten gevolge van het openlijke geweld.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks4 maart 2022 te [plaats] , [gemeente] openlijk, te weten
op/aan de [adres] , in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] door
- deze [benadeelde] onderuit te halen
, althans te duwen,
- deze [benadeelde] meermalen
(met vuisten)met kracht te slaan tegen het lichaam, (terwijl hij op de grond lag) en
/of
- deze [benadeelde] meermalen met kracht te trappen tegen het hoofd, de nek, de rug en/of het lichaam, terwijl hij op de grond lag,

terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten

- een zware hersenschudding,
- meerdere schaafwonden,
- een bult op het hoofd, - pijn in/aan de nek en/of
- pijn in/aan de benen,

voor die [benadeelde] ten gevolge heeft gehad;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf ter hoogte van 40 uren, te vervangen door 20 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Oordeel hof
Bij het bepalen van de straf en/of maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof ziet daarin aanleiding om hem te veroordelen tot een onvoorwaardelijke werkstraf.
Op 4 maart 2022 heeft een geweldsexplosie plaatsgevonden gericht tegen één persoon. [benadeelde] is op flinke wijze mishandeld door de toenmalige vriendengroep van [verdachte] en [verdachte] heeft aan deze mishandeling meegedaan. [benadeelde] is geslagen en geschopt. Het geweld is doorgegaan terwijl hij weerloos op de grond lag en [benadeelde] is onder meer tegen zijn hoofd getrapt. Uit de verklaring van [benadeelde] blijkt dat hij door het geweld buiten bewustzijn is geraakt. Dit is een ernstig feit, met grote gevolgen voor [benadeelde] . Dit blijkt ook uit zijn (schriftelijke) slachtofferverklaring. Niet alleen voor [benadeelde] is dit een heftige gebeurtenis. Het geweld heeft plaatsgevonden op een openbare plaats. Meerdere mensen zijn hiervan getuige geweest. Een feit als het onderhavige zorgt voor gevoelens van angst in de maatschappij. Het hof rekent verdachte dit alles aan.
Rechters hebben afgesproken welke straf als uitgangspunt kan gelden bij openlijke geweldpleging gericht tegen personen. Dit worden de rechterlijke oriëntatiepunten genoemd. Het uitgangspunt is een taakstraf van 40 uur of 20 dagen jeugddetentie. De straf kan hoger worden als er bijvoorbeeld sprake is van ernstig geweld. Het hof houdt bij het bepalen van de straf rekening met deze oriëntatiepunten. Het hof kijkt hierbij ook of [verdachte] al eerder voor dezelfde soort feiten veroordeeld is. Uit zijn strafblad blijkt dat dat niet het geval is. Op basis van dit alles vindt het hof in beginsel – net als de kinderrechter – een taakstraf van 60 uren passend.
Het hof betrekt bij het bepalen van de straf ook de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] . Hierover heeft [verdachte] tijdens de zitting iets verteld. Het gaat goed met hem, maar hij is door de verdenking wel veel mensen kwijtgeraakt. [verdachte] heeft een tijd veel problemen met school gehad, maar hij heeft zich herpakt. Hij is gestopt met blowen en werkt fulltime als kok, daar haalt hij veel plezier uit. Ook thuis gaat het goed. De ouders van [verdachte] bevestigen dat het beter gaat en hebben verteld dat de strafzaak veel impact heeft gehad op het gezin. Het hof beschikt over een rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming van 1 augustus 2023. De Raad voor de Kinderbescherming is positief over [verdachte] . Het hof vindt het positief om van verschillende kanten te horen dat het beter gaat met [verdachte] en hoopt dat hij dit vasthoudt. Het hof ziet in deze persoonlijke omstandigheden echter geen aanleiding om een andere en/of lagere straf op te leggen.
Het feit heeft inmiddels al lang geleden plaatsgevonden. In eerste aanleg is er sprake geweest van een schending van de redelijke termijn met zes maanden. De zaak is in hoger beroep wel binnen de daarvoor geldende termijn behandeld. De kinderrechter heeft al rekening gehouden met de schending van de redelijke termijn en [verdachte] daarom niet veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, maar van 40 uren. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om hier in hoger beroep in nog grotere mate rekening mee te houden.
Alles overwegende is het hof van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen jeugddetentie, passend en geboden is. De tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht wordt hiervan afgetrokken. Concreet betekent dit dat hij geen 40 uur, maar 36 uur zal moeten werken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 8.722,94 ingediend. De schade bestaat uit de volgende posten:
Materiële schade:
Ziekenhuisdaggeldvergoeding € 62,00
Eigen risico 2022 € 373,03
Kosten medicatie € 15,96
Kosten aangepaste werkplek € 311,89
Kosten halskraag € 100,00
Mantelzorg € 2.075,00
Reiskosten € 289,80
Examentraining € 79,45
Eigen risico 2023 € 371,88
Kosten opvragen medische info € 43,91
Immateriële schade:
€ 5.000,00
De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 6.647,94, bestaande uit € 3.500,00 immateriële schade en € 3.147,94 materiële schade. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de vordering benadeelde partij gevolgd kan worden.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden vanwege de bepleitte vrijspraak. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat de vordering ten aanzien van de materiële schade erg hoog is. De immateriële schade kan toegewezen worden tot hetzelfde bedrag als in eerste aanleg.
Oordeel hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.
Het hof maakt voor het bepalen van de immateriële schade gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en stelt dit bedrag vast op € 3500,-. Voor wat betreft de materiële schade is het hof van oordeel dat alle posten – behalve de post van de mantelzorg – volledig kunnen worden toegewezen. Ten aanzien van de mantelzorg acht het hof een bedrag van €1.500,- billijk, nu voor een eindexamenkandidaat in de positie van de benadeelde partij, te weten door zijn revalidatie van zijn eerdere hersenoperatie, sowieso al meer zorg nodig geweest zou zijn.
Het hof kan in deze procedure niet vaststellen dat de door de benadeelde gevorderde schade voor mantelzorg geheel veroorzaakt is door het handelen van verdachte. Het nader uitzoeken levert een onevenredige belasting van deze strafprocedure op. Daarom kan de benadeelde partij in dat deel van de vordering nu niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Het hof stelt de schade vast op een bedrag van € 6.647,92. Dit bedrag bestaat uit de volgende posten:
Materiële schade:
Ziekenhuisdaggeldvergoeding € 62,00
Eigen risico 2022 € 373,03
Kosten medicatie € 15,96
Kosten aangepaste werkplek € 311,89
Kosten halskraag € 100,00
Mantelzorg € 1500,00
Reiskosten € 289,80
Examentraining € 79,45
Eigen risico 2023 € 371,88
Kosten opvragen medische info € 43,91
------------
Totaal € 3147,92
De materiële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2022, zijnde een datum liggend tussen de data waarop alle schadeposten zijn ontstaan.
Immateriële schade:
€ 3500,00
De immateriële schade zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2022.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Ook bepaalt het hof de hoofdelijkheid.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen jeugddetentie.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 6.647,92 (zesduizend zeshonderdzevenveertig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 3.147,92 (drieduizend honderdzevenveertig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.647,92 (zesduizend zeshonderdzevenveertig euro en tweeënnegentig cent) bestaande uit € 3.147,92 (drieduizend honderdzevenveertig euro en tweeënnegentig cent) materiële schade en € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 dagen.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 april 2022 en van de immateriële schade op 4 maart 2022.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Zwartjes, mr. R.W. van Zuijlen en mr. N.I.S. Boers,
in aanwezigheid van de griffier mr. S.H. van Dalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 18 november 2025.