ECLI:NL:GHARL:2025:7238

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
Wahv 200.352.176/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 WahvArt. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs staandehouding bestuurder mobiel vasthouden

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €350 voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 24 februari 2023 in Assen. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld.

De betrokkene stelde dat ten onrechte werd afgezien van een staandehouding, omdat de ambtenaar de bestuurder had kunnen aanspreken toen het voertuig langzaam langsreed en stilstond voor een verkeerslicht. Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de ambtenaar de bestuurder staande houden om identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid was.

Het dossier bevatte onvoldoende informatie om vast te stellen dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder aan te spreken. De ambtenaar was te voet en niet in uniform, maar dat sluit staandehouding niet uit. Het hof oordeelde dat de sanctiebeschikking ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd en vernietigde de beschikking.

Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €947,06. Het arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg op 19 november 2025.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de bestuurder kon worden staande gehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.352.176/01
CJIB-nummer
: 256048867
Uitspraak d.d.
: 19 november 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 19 februari 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 februari 2023 om 17.39 uur op de Overcingellaan in Assen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich onder meer op het standpunt dat ten onrechte van een staandehouding van de bestuurder van het voertuig is afgezien. Hij voert daartoe aan dat zich een reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Toen met het voertuig langzaam langs de ambtenaar werd gereden kon een handgebaar worden gemaakt en toen werd stilgestaan voor het verkeerslicht had de ambtenaar de betrokkene (het hof leest: de bestuurder) kunnen aanspreken. Het had op de weg van de officier van justitie gelegen om omtrent het afzien van de staandehouding aanvullende informatie op te vragen. Dat is niet gebeurd.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Verbalisant was te voet en niet in uniform. Voertuig reed langzaam voorbij. Derhalve geen mogelijkheid om staande te houden.”
5. Voorts is in het dossier een aanvullend proces-verbaal d.d. 30 april 2023 aanwezig. Hierin verklaart de ambtenaar:
“De gedraging vond plaats op de Overcingellaan met de kruising Dr. A.F. Philipsweg te Assen. Daar zag ik dat het voertuig kort stilstond voor het rode verkeerslicht. Kort daarvoor zag ik het voertuig rijden op de Overcingellaan, daarbij had de bestuurder een telefoon in zijn handen”.
6. De advocaat-generaal heeft bij het verweerschrift afbeeldingen van Google Maps voor een beeld van de situatie ter plaatse overgelegd.
7. Uit de verklaringen van de ambtenaar in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal leidt het hof af dat de ambtenaar de gedraging heeft geconstateerd toen het voertuig van de betrokkene de ambtenaar op de Overcingellaan langzaam voorbijreed. Vervolgens stond het voertuig kort stil voor het rood uitstralende verkeerslicht op de kruising Overcingellaan - dr. A.F. Philipsweg. De ambtenaar was te voet en niet in uniform maar dat betekent niet zonder meer dat hij de bestuurder van het voertuig niet kon staande houden. De verklaringen van de ambtenaar bevatten geen informatie ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar de bestuurder van het voertuig, toen het voertuig stilstond ter plaatse van het verkeerslicht, kon aanspreken en kon verzoeken verderop stil te gaan staan teneinde de identiteit van de bestuurder te kunnen vaststellen.
8. Het dossier bevat aldus onvoldoende informatie om vast te kunnen stellen dat er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen. Het hof ziet, in aanmerking genomen het tijdsverloop, geen aanleiding om nadere informatie in te winnen. De sanctie is ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder van het voertuig opgelegd. De inleidende beschikking kan derhalve niet in stand blijven. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.
9. Het vorenstaande leidt tot de navolgende beslissing.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting op het hoger beroep dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 647,- en voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt, in ogenschouw nemend het arrest van het hof van 24 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5863, wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 947,06 (= (1 x € 647,- x 0,5) + (1 x € 907,- x 0,5) + (1,5 x € 907,- x 0,5 x 0,25)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 947,06.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.