ECLI:NL:GHARL:2025:7246

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
200.343.595/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Regresrecht van verzekeraar bij waterschade door onzorgvuldig handelen van onderhoudsmonteur

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over een geschil tussen Energiewacht B.V. en Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. De zaak betreft waterschade in de woning van een verzekerde van NN, veroorzaakt door een lekkage bij een combiketel. De lekkage was het gevolg van het gebruik van een ongeschikte, verbogen borgclip door een monteur van Energiewacht. NN, als verzekeraar, heeft de schade aan haar verzekerde vergoed en vordert regres van Energiewacht. Het hof oordeelt dat Energiewacht onzorgvuldig heeft gehandeld door een te grote clip te hergebruiken op een 15 mm waterleiding. Het hof bevestigt dat NN regres kan nemen voor de schade die is ontstaan door dit onzorgvuldig handelen. De rechtbank had eerder de volledige schadevergoeding toegewezen, maar het hof wijst een aangepast bedrag aan opstalschade toe. Energiewacht wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.343.595/01
zaaknummer rechtbank Overijssel 283083
arrest van 11 november 2025
in de zaak van
Energiewacht B.V.,
die is gevestigd in Zwolle,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna:
Energiewacht,
advocaat: mr. M.J.G. Boender-Lamers te Rotterdam,
tegen
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
die is gevestigd in 's-Gravenhage,
en bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna:
NN,
advocaat: mr. P.C. Knijp te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

Energiewacht heeft hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen die de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, op 6 december 2023 en 10 april 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de memorie van grieven met producties
• de memorie van antwoord
• de aanvullende producties 10 en 11 van NN
• het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 14 oktober 2025 is gehouden

2.De kern van de zaak

2.1
In de woning van [naam1] , een verzekerde van NN, is waterschade ontstaan als gevolg van lekkage bij een combiketel. Oorzaak van de lekkage was het losraken van een te grote en verbogen borgclip (18mm) die door een monteur van Energiewacht was teruggeplaatst op een 15 mm waterleiding. NN heeft als opstal- en inboedelverzekeraar de schade van haar verzekerde vergoed. In deze procedure gaat het om de vraag of NN regres kan nemen op Energiewacht en zo ja, voor welk bedrag.

3.Het oordeel van het hofInleiding

3.1
Het hof zal oordelen dat NN regres kan nemen op Energiewacht. Dat wordt hierna uitgelegd. De bezwaren (grieven) zullen daarbij thematisch worden behandeld, nadat eerst de relevante feiten zijn weergegeven.
De feiten
3.2
NN is de opstal- en inboedelverzekeraar van dc familie [naam1] . NN is
rechtsopvolger van VIVAT Schadeverzekeringen N.V. VIVAT handelde ook onder de naam Reaal Schadeverzekeringen.
3.3
De familie [naam1] woont vanaf begin 2015 aan de [adres1] in
[plaats1] (hierna: de woning). Op 9 december 2014 heeft de heer [naam1] een
overeenkomst (“koop op afbetaling/lease” van een combiketel AWB Tm 3HR 28 T) met
Energiewacht gesloten. Tegen betaling van een leaseprijs stelde Energiewacht deze
combiketel ter beschikking. Energiewacht heeft zich in dit contract verder verbonden tot het
plegen van onderhoud, verhelpen van storingen en vervangen van ketelonderdelen.
3.4
Op 31 mei 2018 heeft zich een lekkage aan de combiketel voorgedaan. Deze
lekkage is op dezelfde dag door een monteur ( [naam2] ) provisorisch verholpen.
Op 1 juni 2018 heeft een tweede monteur ( [naam3] ) de pakking van de platenwarmtewisselaar vervangen en een nieuw expansievat geplaatst. Daarbij zijn diverse borgclips gedemonteerd en weer gemonteerd.
3.5
Op 11 juni 2018 is de combiketel ernstig gaan lekken en ontstond aanzienlijke
waterschade in de woning. [naam1] heeft Energiewacht gewaarschuwd en [naam2] is daarop naar de woning gekomen.
3.6
Energiewacht heeft [naam1] op 27 juni 2018 een e-mail met de volgende inhoud gestuurd:
“Twee weken geleden is er bij u een enorme waterschade ontstaan. Wij vinden het bijzonder vervelend dat u hiermee bent geconfronteerd. De oorzaak bleek een klemmetje dat dor onze monteur niet goed was vastgezet, 2 weken daarvoor. Omdat u niet thuis was toen het klemmetje los schoot, heeft het water vrij spel gehad. Ik kan me de ravage voorstellen en ik kan me ook de paniek in zo’n situatie goed voorstellen.
De volgende dag is er contact met u opgenomen vanwege de CV-ketel. Dit was inderdaad veel te vroeg en niet zo’n handige actie. Excuses hiervoor. U gaf aan geen contact te willen hebben en inmiddels was [naam4] ingeschakeld om de schade op te nemen. Zij hebben inmiddels ook contact met ons hierover opgenomen en wij wachten de aansprakelijkheidstelling af. Van hen had ik begrepen dat u voorlopig niet in de woning kunt wonen.
De heer [naam5] heeft vanmorgen telefonisch contact met u opgenomen. U gaf aan dat u nog steeds liever niet met Geas in gesprek gaat. Hoewel de schade nietexpres is veroorzaakt, kan ik me uw reactie wel voorstellen.
De Heer [naam5] heeft uw tijdelijke adres gevraagd, zodat wij u in ieder geval een bloemetje kunnen sturen. Wij hebben eerlijk gezegd nog nooit eerder te maken gehad met zo’n grote schade en zijn hier best van geschrokken. Onze oprechte excuses.”
3.7
Onderzoeksbureau Dekra heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak van de schade en
daarvan op 31 augustus 2018 een rapport opgemaakt. Onderdeel van het rapport is een
onderzoeksrapport van Element Materials Technology Rotterdam B.V. (hierna: Element)
van 2 augustus 2018.
Het rapport van Dekra bevat de volgende conclusie:
“Derhalve is het antwoord op de vraag: "Wat is de oorzaak geweest dat de betreffende
snelsluitclip los heeft kunnen raken? Er is een te grote (18 mm) maat snelsluitclip middels
moedwillige verbuiging gemodificeerd en vervolgens gemonteerd op de 15 mm leiding
waardoor onvoldoende borging is gerealiseerd.”
3.8
De assurantietussenpersoon heeft de schade-expert Advidex ingeschakeld die een
rapport heeft opgemaakt. Door Advidex en de contra-expert van [naam1] is de schade
vastgesteld. Reaal heeft de schade vergoed aan de familie [naam1] . Op 27 november 2018 heeft Reaal aan Energiewacht gevraagd om op grond van haar regresrecht een bedrag van
€ 153.339,88 op haar rekening te voldoen.
3.9
Energiewacht heeft geweigerd om tot betaling over te gaan. Zij heeft verwezen naar
een rapport van 25 juni 2019 van Sedgwick waarin de oorzaak en het causale verband met
de schade wordt weersproken.
3.1
NN heeft bij de rechtbank gevorderd Energiewacht te veroordelen tot betaling aan NN van € 157.168,88 (bestaande uit € 119.164,68 aan opstalschade, € 34.175,20 aan inboedelschade en € 3.829 aan buitengerechtelijke kosten) te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 27 november 2018, alsmede met proceskosten en nakosten.
3.11
De rechtbank heeft de gevorderde opstal- en inboedelschade volledig toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de data waarop NN deze schades heeft vergoed. De buitengerechtelijke kosten zijn tot een bedrag van € 813,12 toegewezen. Energiewacht is in de proceskosten en de nakosten veroordeeld. De bedoeling van het hoger beroep van Energiewacht is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen.
De beoordeling
3.12
NN is door de vergoeding van de schade aan [naam1] op grond van artikel 7:962 BW gesubrogeerd in de rechten van [naam1] jegens de aansprakelijke partij(en).
De Bedrijfsregeling Brandregres 2014 (hierna: BBr 2014) is van toepassing op het door NN te nemen regres.
3.13
Artikel 2.2 van de BBr 2014 bepaalt:
“Brandverzekeraars zullen hun recht van verhaal jegens niet-particulieren alleen uitoefenen indien de aansprakelijkheid verband houdt met onzorgvuldig handelen of nalaten.”
3.14
De toelichting op dat artikel luidt:
“De BBr 2014 gaat uit van het principe dat regres gepleegd moet kunnen worden op eenieder die verantwoordelijk is voor onzorgvuldig handelende personen. Bepalend is dus of onzorgvuldig handelen of nalaten een relevante factor is geweest bij het ontstaan van de brand. De aard van de aansprakelijkheid zelf (risico- of schuldaansprakelijkheid) is niet bepalend. Met onzorgvuldigheid wordt het juridisch criterium schuld van artikel 6:162 BW bedoeld (verwijtbaar handelen of nalaten en/of toerekening van een oorzaak).”
3.15
Energiewacht heeft twee bezwaren (grieven) tegen het oordeel van de rechtbank.
In de eerste plaats is zij van mening dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat sprake is van onzorgvuldig handelen van Energiewacht als bedoeld in de BBr 2014 omdat de monteur kan worden verweten dat hij een kenbaar verbogen 18mm clip heeft hergebruikt die niet geschikt was voor de 15mm waterleiding.
In de tweede plaats is Energiewacht van oordeel dat de rechtbank de gevorderde opstal- en inboedelschade ten onrechte volledig heeft toegewezen. Zij vindt dat de omvang van de door de expert van NN vastgestelde schade niet aannemelijk is gemaakt, dat ten onrechte geen aftrek wegens nieuw voor oud is toegepast en dat het bedrag van € 8.250 dat NN als huurderving heeft uitgekeerd niet voor vergoeding in aanmerking komt omdat het daarbij niet gaat om schade die daadwerkelijk door de verzekerde is geleden. Daarnaast vindt Energiewacht dat de rechtbank haar heeft veroordeeld een te hoog bedrag aan proceskosten te betalen.
Monteur Energiewacht heeft onzorgvuldig gehandeld; NN kan regres nemen
3.16
Energiewacht heeft in haar memorie van grieven onder 2.3 opgemerkt dat de werkzaamheden die haar monteur verrichtte niet vielen onder het reguliere onderhoud. Welke consequenties Energiewacht aan die stelling verbindt, heeft zij daarbij niet duidelijk gemaakt. Naar het oordeel van het hof is het voor de beantwoording van de vraag of de monteur onzorgvuldig heeft gehandeld niet van belang of de werkzaamheden tot het reguliere onderhoud behoren. Energiewacht was op grond van de leaseovereenkomst immers niet alleen verplicht om onderhoud aan de ketel te verrichten, maar ook om storingen te verhelpen en onderdelen te vervangen. Energiewacht heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep ook bevestigd dat het feit dat het niet om regulier onderhoud ging, onverlet laat dat het verhelpen van een storing goed moet gebeuren.
3.17
In dit geval ging het om het verhelpen van een storing: de ketel lekte op het plafond van de badkamer. Monteur [naam2] heeft deze storing op 31 mei 2018 provisorisch verholpen en zijn collega [naam3] kwam een dag later om de storing definitief te verhelpen door een pakking van de platenwarmtewisselaar te vervangen en een nieuw expansievat te plaatsen.
3.18
De op een platenwarmtewisselaar aangesloten vier waterleidingen worden op hun plaats gehouden door clips. Het gaat hierbij - normaal gesproken - om 2x een 15 mm clip voor twee 15 mm leidingen en 2x een 18 mm clip voor twee 18 mm leidingen. [naam3] heeft voor de vervanging van de pakking vier borgclips van de waterleidingen van de combiketel gedemonteerd en na het uitvoeren van de werkzaamheden dezelfde borgclips opnieuw gemonteerd.
3.19
Het gaat in dit geval om de twee borgclips die op de volgende figuur uit het onderdelenoverzicht behorende bij de productdocumentatie van de ketel, met ‘5.19’ zijn weergegeven:
De kleinere clip (5.19 links) is bedoeld voor een 15 mm leiding en de grotere clip (5.19,
rechts) is bedoeld voor een 18 mm leiding. Het diameterverschil van de leidingen die met
de clips geborgd worden, blijkt duidelijk uit de figuur. Het diameterverschil blijkt ook uit
de toegepaste O-ringen (5.20 en 5.23); de linker O-ring is volgens het onderdelenoverzicht bedoeld voor een 15 mm leiding en de rechter O-ring voor een 18 mm leiding:
5.19
A000035166 Snelsluiting clips (set)
5.2
A000035167 O-ring voor pijp D=15mm (10 st.)
5.21
A000035168 O-ring D=18x2mm voor handmoer (10 st.)
5.22
A000035169 O-ring D=18mm voor gasaansluit. (10 st.)
5.23 2000801948
O-ring (20 st.)
3.2
Vaststaat dat één van deze clips, die door [naam3] op een 15 mm waterleidingbuis is gemonteerd, een daarvoor niet geschikte, 18 mm grote, verbogen, borgclip was. Deze clip is tien dagen later, op 11 juni 2018, tijdens afwezigheid van verzekerde [naam1] losgeschoten, met aanzienlijke waterschade aan de woning en inboedel tot gevolg.
3.21
Energiewacht heeft zich op het standpunt gesteld dat haar monteur ter zake geen verwijt kan worden gemaakt. Zij wijst erop dat hergebruik van clips in de branche gebruikelijk is. De monteur hoefde er niet bedacht op te zijn dat er een verkeerde clip op een van de leidingen zat. Het verschil tussen een 15 mm clip en deze verbogen 18 mm clip was minimaal, zodat het verschil voor de monteur niet direct waarneembaar was, laat staan in een schemerige ruimte, aldus Energiewacht.
3.22
Energiewacht beroept zich in dit verband op de mening van de heer [naam6] van Kemkens B.V., een installatiebedrijf dat zich onder andere bezighoudt met warmwater- en cv-installaties. [naam6] heeft meer dan 30 jaar ervaring in de branche. Een door mr. Boender opgemaakt en door [naam6] goedgekeurd verslag van het gesprek dat zij met [naam6] heeft gevoerd, vermeldt onder meer het volgende.
“Je zei verder dat de 18 mm clip er officieel niet mag zitten. Maar je vindt dit niet
verwijtbaar. De monteur van Geas zal de verbogen 18 mm clip eruit hebben gehaald en
heeft volgens jou niet kunnen zien dat de clip verbogen was. Vaak is sprake van slechte
verlichting op de plek waar de cv-ketel staat, maar we begrepen van jou ook dat het
verschil (na verbuiging) minimaal is en dat dit niet 1-2-3 opvalt. De monteur drukt eerst de
leiding in het verbindingsstuk en dan gaat de clip via de uitsparing in het verbindingsstuk
om de leiding, achter de flens. Als de leiding er niet goed in zit, dan zit de dikke flens voor
de uitsparing en lukt het niet om de clip te plaatsen. Een 18 mm clip die niet verbogen is,
krijg je altijd om een 15 mm leiding heen. Alleen dan is er teveel speling. Hierdoor gaat de
clip op en neer en dat heeft een monteur volgens jou in de gaten. Hoogstwaarschijnlijk
heeft de verbogen 18 mm clip hier goed gepast, en heeft de monteur gedacht dat hij zijn
werk goed had gedaan. Jij denkt dat hij de clip ook goed gemonteerd heeft, maar dat die kwalitatief niet meer goed was. Door het waarschijnlijke herhaalde gebruik zal de clip zijn
opgerekt en heeft deze niet meer goed afgesloten, waardoor de leiding er op enig moment
uit is gegaan. Pech noemde je dat. Jij vindt dat de monteur niks kwalijk te nemen valt.
Vooral niet nu hij ervan uit is gegaan dat hij een geschikte 15 mm clip gebruikte; die clip
was er immers ook uit gekomen en had jarenlang goed gefunctioneerd. Hierbij ga jij er wel
van uit dat er op een 18 mm leiding geen 15 mm clip is aangetroffen, maar dat lijkt jou ook
niet aannemelijk.
Volgens jou is er geen standaard controlehandeling die de monteur verricht na het
monteren van de clip.(…) Verder is aan de orde gekomen dat de cv-ketel dateert uit 2005/2006 en dat 7 a 8 jaar geleden de o-ringen al eens vervangen zijn, maar dan door de fabrikant. Je gaf aan te verwachten dat monteurs van de fabrikant wel meerdere clips zullen hebben, en het zo maar kan zijn dat er toen 3x een 18 mm clip is gebruikt waarbij er eentje is omgebogen tot een 15 mm clip. Daarbij wees je erop dat deze montage ook voor krassen zal hebben gezorgd.(…) Mogelijk heeft het iets minder kracht gekost deze immers iets opgerekte klem erop te zetten, maar de factor kracht is relatief, hoeveel kracht gebruik je bij het eraf draaien van een dop van een fles, daar kan verschil in zitten, maar niet meetbaar of opmerkelijk dat het echt heel veel moeilijke gaat, feit is dat de fles open is, hier zo dat
de klem erop gedrukt wordt.”
In een e-mail van 26 april 2022 heeft [naam6] aanvullend het volgende verklaard, na kennis te hebben genomen van het standpunt van NN (Reaal).
“Uw tegenpartij beweerd, dat de monteur makkelijk had moeten zien dat het om een verbogen 18 mm clip ging, ik ben het hier absoluut niet mee eens en wil dat in een eventuele live rechtszaak ook graag aan tonen. Een zolder is geen laboratorium waar je dingen vergelijkt.
Verder stelt REAAL nog dat nu GEAS de ketel heeft geplaatst en onderhouden, GEAS de verkeerde clip moet hebben geplaatst. Dit getuigt wat mij betreft van weinig technische kennis over een cv ketel; in de fabriek wordt de cv-ketel toch dusdanig geassembleerd dat GEAS bij plaatsing daarvan de clips niet (meer) hoeft te plaatsen? Ik begreep het eerder zo dat dit alleen aan de orde is als de pakking van de warmtewisselaar vervangen moet worden, en dat is slechts een keer door GEAS gebeurd; in 2018. Ik weet zeker dat de clip van uit de fabriek goed is geweest, heb procedures daar vaak gezien en daar wordt 100% zeker geen verbogen clip geplaatst. Maar had begrepen dat in 2014 door de fabriek/inleen bedrij fabriek? ea was vervangen? Tijdens die vervanging zal de verkeerde clip geplaatst zijn, nogmaals een Geas monteur heeft deze clips niet standaard in de auto, kan dus geen clips zelf verbuigen om ea passend te maken. Er zitten standaard 2 clips 15 en 2 x 18 op de platen wisselaar waar had hij de 18 mm vandaan moeten halen om deze naar 15 te verbuigen. Een fabriek monteur heeft daar wel de beschikking over.
Standpunt REAAL over verbogen clip:
"(...) Het is verder niet bepaald aannemelijk dat de monteur het verschil tussen de 15 mm en de
vervormde 18 mm clip niet zou hebben onderkend, omdat, zoals u stelt, "het verschil in grootte van de clip na eerdere verbuiging dusdanig minimaal was dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam monteur ook daarop niet hoefde aan te slaan". Het verschil tussen de 15 mm en de (gebruikte vervormde) 18 mm clips is niet alleen in diameter, maar ook in lengte en breedte, aanzienlijk en duidelijk te onderkennen, zoals ook blijkt uit de foto die Element in
haar rapport voegde:
Als je het zo naast elkaar ziet liggen, dan zie je verschil tussen A en Cl, maar in de praktijk, legt de monteur deze naast zich op de grond en pakt ze een voor een, gaat ze niet zitten vergelijken of ze wel het zelfde zijn, verschil tussen 18 en 15 merk en zie je wel, als van een 18 een 15 is gemaakt dan zie je het niet. En voor het zelfde geld zijn er in het verleden verschillende type 15 mm klemmen gebruikt? (…)
"Bij het (de)monteren van de clips heeft de monteur dus absoluut moeten zien (én voelen!) dat er drie 18 mm clips werden gebruikt en één 15 mm clip. En hij heeft moeten weten dat dat fout was."
Ik als iemand uit de praktijk en met 34 jaar ervaring in de cv ketels bestrijd deze uit spraak helemaal, in een laboratorium waar je er ook 3 uur over mag doen daar valt het misschien op maar in de praktijk zeer zeker niet.”
3.23
[naam6] gaat in zijn verklaring uit van een aantal aannames. Zo neemt hij aan dat de bewuste clip in 2014 is verbogen door een monteur die namens de fabriek werkzaamheden aan de cv-ketel heeft verricht. Het hof acht het antwoord op de vraag wie de clip heeft verbogen niet van belang. Tussen partijen staat vast dat [naam3] de reeds aanwezige clip heeft hergebruikt. De vraag die in dit hoger beroep voorligt, is daarom of een redelijk bekwaam en redelijk handelend monteur had behoren op te merken dat dit niet de juiste 15 mm clip was. Volgens [naam6] is dat niet het geval. Hij bevestigt dat een 18 mm clip niet op een 15 mm buis mag zitten, maar meent dat [naam3] , die de 18 mm clip heeft gedemonteerd, niet heeft kunnen zien dat die verbogen was. Vaak is sprake van slechte verlichting op de werkplek en het verschil na verbuiging is minimaal en niet 1,2,3 te zien volgens [naam6] . Hij neemt daarbij aan dat de verbogen 18 mm clip “hoogstwaarschijnlijk” goed heeft gepast.
3.24
Het hof verwerpt het verweer van Energiewacht en licht dat als volgt toe.
Het hof neemt in aanmerking dat Energiewacht een groot bedrijf is dat zich als verwarmingsinstallateur onder meer bezighoudt met het verhuren/leasen en onderhouden van verwarmingsinstallaties, zoals cv-ketels. Energiewacht presenteert zich in de markt als een gecertificeerd specialist die de hoogste kwaliteit biedt en bijzondere aandacht heeft voor veiligheid. Zij benadrukt dat haar “gecertificeerde collega’s bij storings- en onderhoudsbeurten de hoogst mogelijke kwaliteit” leveren.
3.25
[naam3] was ook een ervaren monteur: hij was al sinds 2001 werkzaam als onderhoudsmonteur en sinds 2005 als servicemonteur en uit zijn eigen verklaring [1] blijkt dat hij ervaring had met het uitvoeren van dit soort werkzaamheden.
3.26
Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend monteur mag worden verwacht dat hij bekend is met het feit dat geen clips van 18 mm op een waterleiding van 15 mm mogen worden geplaatst.
Zoals de rechtbank heeft overwogen, blijkt uit de foto (figuur 13) van de diverse clips in het rapport van Element, dat als bijlage 6 bij het rapport van Dekra is gevoegd, dat wel degelijk sprake is van optisch waarneembare verschillen in lengte, breedte en vorm. B1 is een normale 18 mm borgclip, A is de verbogen (samengeknepen) 18 mm clip en C1 is een normale 15 mm clip.
3.27
Het hof heeft tijdens de mondelinge behandeling, waar Energiewacht een 18 mm en een 15 mm clip toonde, zelf kunnen vaststellen dat dat beide clips zowel zichtbaar als voelbaar duidelijk van elkaar verschillen in grootte. Het verschil tussen een 18mm clip en een verbogen 18 mm clip is op het eerste oog wellicht niet te zien, maar het verschil tussen een 18mm clip met een 15 mm clip is – hoewel niet aanzienlijk – wel duidelijk merkbaar. Ook het verschil tussen een verbogen 18 mm clip en een 15 mmm moet merkbaar zijn geweest, gelet op het verschil in grootte dat ook na een verbuiging blijft bestaan.
3.28
[naam6] erkent in zijn verklaring dat je verschil ziet tussen A (de verbogen 18 mm clip) en C1 (de 15 mm clip), maar meent dat je dat in de praktijk niet opmerkt, want:
“in de praktijk, legt de monteur deze naast zich op de grond en pakt ze een voor een, gaat ze niet zitten vergelijken of ze wel het zelfde zijn, verschil tussen 18 en 15 merk en zie je wel, als van een 18 een 15 is gemaakt dan zie je het niet.”
Tijdens de mondeling behandeling in hoger beroep is door de heer [naam7] , manager techniek van Energiewacht, uiteengezet dat de monteur bij het vervangen van de pakking van de platenwarmtewisselaar alle vier clips tegelijk demonteert en naast zich op de grond legt en deze na de werkzaamheden weer terugplaatst.
Zoals hiervoor is overwogen, is het verschil in grootte tussen een (verbogen) 18 mm clip en een 15 mm clip, voldoende kenbaar. Er was geen sprake van dat van een 18 een 15 was gemaakt, zoals [naam6] suggereert. Nu in dit geval sprake was van drie 18 mm clips en één 15 mm clip, terwijl er van beide soorten clips twee hadden moeten zijn, had de monteur naar het oordeel van het hof moeten opmerken dat één van de clips niet de juiste afmeting had.
3.29
Voor zover de ruimte waarin de cv ketel zich bevond slecht verlicht was (“schemerig”) – dat hiervan bij [naam1] daadwerkelijk sprake was, is gesteld noch gebleken – had dit voor de monteur juist reden moeten zijn extra oplettend te zijn en zo nodig gebruik te maken van een loop- of bouwlamp, zodat hij zijn werkzaamheden bij goed licht kon uitvoeren.
3.3
Door niet de nodige oplettendheid te betrachten en niet op te merken dat de clip een te grote, verbogen 18 mm clip was en diezelfde clip te hergebruiken, heeft de monteur onzorgvuldig gehandeld. Dat het in de branche gebruik zou zijn bestaande clips te hergebruiken, doet daaraan niet af. Een juiste maat clip kan hergebruikt worden, maar het gaat er nu juist om dat een verkeerde clip opnieuw werd toegepast. [naam6] heeft gesteld dat een monteur in de praktijk “niet gaat zitten vergelijken of het wel dezelfde zijn” en dat er volgens hem niet een “standaard controle handeling” is die een monteur verricht na het aanbrengen van een clip. Op die manier wordt, gelet op de potentieel grote gevolgen die het plaatsen van een verkeerde clip op een leiding kan hebben, een groot risico genomen en niet de benodigde zorgvuldigheid in acht genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend monteur mag worden verwacht. Het onzorgvuldig handelen van de monteur waardoor hij niet heeft opgemerkt dat hij een 18 mm clip plaatste op een 15 mm buis, kan Energiewacht worden toegerekend. NN kan dan ook regres nemen voor de schade die daarvan het gevolg is geweest, en die eenvoudig voorkomen had kunnen worden door het gebruik van een juiste, 15 mm grote clip.
3.31
Het hof ziet geen aanleiding voor bewijslevering door getuigen of deskundigen. Onvoldoende duidelijk is gemaakt wat getuigen of deskundigen in dit stadium van de procedure, waarbij het hof zelf op de zitting het verschil heeft waargenomen tussen een 18 mm en een 15 mm clip, nog kunnen toevoegen dat van belang kan zijn voor een beslissing in deze zaak.
Omvang schade- Schade voldoende onderbouwd
3.32
Energiewacht heeft zich op het standpunt gesteld dat NN de omvang van de schade niet aannemelijk heeft gemaakt. Zij verwijst naar het rapport van Sedgwick, dat in haar opdracht is opgemaakt en waarin onder meer staat:
“Op geen enkele wijze is met foto’s aannemelijk gemaakt hoe groot de omvang van de schade is, op enkele foto’s is hooguit vaag te zien dat ergens water heeft gelet, maar dat toont niet aan welke blijvende schade is achtergebleven.”
3.33
Het hof merkt op dat de wijze waarop door Sedgwick wordt betwist dat er sprake is van omvangrijke schade, niet serieus te nemen valt, nu dat niet is te rijmen met de bevindingen van Energiewacht zelf. Uit de e-mail van Energiewacht van 27 juni 2018 blijkt immers genoegzaam dat zij bekend was met de ‘ravage’ die het gevolg was van de ‘enorme waterschade’ die door Energiewacht was veroorzaakt.
Het hof is van oordeel dat NN de omvang van de schade deugdelijk heeft onderbouwd met het rapport van AdViDex, dat als bijlage 1 bij het rapport van Dekra is gevoegd en met de bij akte onderbouwing schade overgelegde producties. Op de inhoudelijke verweren die Energiewacht tegen de schadeopstelling van AdViDex heeft gevoerd, zal het hof hierna ingaan.
Geen aftrek nieuw voor oud
3.34
Energiewacht stelt zich, onder verwijzing naar het rapport van Sedgwick, op het standpunt dat de rechtbank wat de schade aan de opstal betreft ten onrechte geen correctie ‘nieuw voor oud’ heeft toegepast en doet daarmee een beroep op voordeelstoerekening.
Het hof is van oordeel dat er geen aanleiding is voor een dergelijke correctie en licht dat hierna toe.
Als uitgangspunt voor de berekening van de omvang van een wettelijke verplichting tot vergoeding van zaakschade geldt dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand dient te worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgehad. De schade moet in beginsel worden berekend met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval. Bij de beoordeling van een beroep op voordeelstoerekening gaat het erom dat genoten voordelen, voor zover dat redelijk is, mede in aanmerking behoren te worden genomen bij de vaststelling van de te vergoeden schade. Voorts dient het met inachtneming van de in art. 6:98 BW besloten maatstaf redelijk te zijn dat die voordelen in rekening worden gebracht bij de vaststelling van de te vergoeden schade. Bij de beoordeling van wat redelijk is, is onder meer van belang
dat moet worden voorkomen dat de benadeelde tegen zijn wil een bepaald bestedingspatroon wordt opgedrongen. [2]
3.35
Door de fout van Energiewacht was [naam1] genoodzaakt de door water aangetaste delen van de woning te herstellen of vervangen. Zo moesten de keuken en de badkamer vervangen worden en moest de woning opnieuw worden gestuukt en geschilderd. Het gaat hier om uitgaven die [naam1] heeft moeten doen omdat ze hem door de fout van Energiewacht werden opgedrongen. Dat het schadeherstel tot een waardestijging van de woning heeft geleid, is bovendien niet gebleken. De woning verkeerde blijkens het rapport van Dekra voor de lekkage in goede staat van onderhoud. De keuken en badkamer zijn weliswaar vervangen, maar gesteld noch gebleken is dat zij groter of met luxer zijn uitgevoerd.
- Huurderving geen daadwerkelijk geleden schade
3.36
NN heeft aan [naam1] € 8.250 aan ‘huurderving’ uitgekeerd. Het hof is van oordeel dat NN voor dit bedrag geen regres kan nemen op Energiewacht. [naam1] had er jegens NN op basis van de polisvoorwaarden van de opstalverzekering recht op, maar het betreft geen schade als gevolg van het handelen van Energiewacht. [naam1] verhuurde de woning immers niet, maar bewoonde deze zelf. Voor zover op de zitting nog is aangevoerd dat het eigenlijk gaat om een compensatie voor het verlies van het gebruiksgenot van de woning gedurende de periode van herstel, geldt dat niet is gesteld dat is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor vergoeding van immateriële schade (vgl. art. 6:106 BW). De kosten van zijn verblijf elders zijn door NN vergoed. Dat is werkelijke schade van [naam1] en daarvoor kan NN wel regres nemen. Wat de opstalverzekering betreft kan NN voor een bedrag van € 110.914,68 (€ 119.164,68 - € 8.250) regres nemen. In zoverre slaagt grief 2.
- Inboedel
3.37
Dat de schade aan de inboedel € 34.175,20 bedraagt, staat in dit hoger beroep, bij gebrek aan een kenbare grief tegen het oordeel van de rechtbank daarover, niet meer ter discussie.
- Geen wijziging proceskostenveroordeling in verband met extra akte
3.38
Het hof ziet geen aanleiding anders te beslissen over de proceskostenveroordeling in eerste aanleg dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft, na geoordeeld te hebben dat Energiewacht aansprakelijk was voor de schade, NN in de gelegenheid gesteld de schade nader te onderbouwen. De omstandigheid dat NN door de rechtbank bij vonnis van 6 december 2023 in de gelegenheid werd gesteld nog een akte na tussenvonnis te nemen, hield verband met het feit dat NN nog niet had kunnen reageren op de producties die Energiewacht op 3 mei 2023 in het geding had gebracht. Energiewacht is door de rechtbank in het ongelijk gesteld en er is geen reden om de kosten van de door NN genomen akte(n) ter nadere onderbouwing van de schade voor rekening van NN te laten.
De conclusie
3.39
Het hoger beroep faalt grotendeels. Het hof zal het eindvonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 10 april 2024 vernietigen voor zover daarin een bedrag van € 119.164,68 aan opstalschade is toegewezen. Het hof zal, in zoverre opnieuw rechtdoende, een bedrag van € 110.914,68 aan opstalschade toewijzen. Voor het overige zal het hof het vonnis van 10 april 2024 bekrachtigen. Ook het vonnis van 6 december 2023 zal worden bekrachtigd. Omdat Energiewacht ook door het hof in het ongelijk zal worden gesteld, zal Energiewacht tot betaling van de proceskosten in hoger beroep worden veroordeeld. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [3]
3.4
De proceskostenveroordeling kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

4.De beslissing

Het hof:
4.1
bekrachtigt het van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle van 6 december 2023;
4.2
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle van 10 april 2024 behalve voor zover daarbij een bedrag van € 119.164,68 aan opstalschade is toegewezen;
4.3
vernietigt dat vonnis in zoverre en wijst, opnieuw rechtdoende, een bedrag van
€ 110.914,68 aan opstalschade toe;
4.4
veroordeelt Energiewacht tot betaling van de volgende proceskosten van NN:
€ 6.561 aan griffierecht
€ 7.144 aan salaris van de advocaat van NN (2 procespunten x appeltarief € 3.572);
4.5
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.M.A. Wind, M.W. Zandbergen en O.E. Mulder, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
11 november 2025.

Voetnoten

1.Productie 8 bij memorie van grieven en de verklaring in het rapport Dekra
2.HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:956
3.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.