ECLI:NL:GHARL:2025:7288
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Matiging sanctie wegens overschrijding redelijke termijn in verkeersboetezaak
De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het onrechtmatig gebruik van een busbaan. Tegen deze beslissing stelde de gemachtigde hoger beroep in. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Het hof oordeelt dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg werd overschreden. Hoewel de kantonrechter dit grotendeels aan de betrokkene toerekende vanwege het niet tijdig aanvullen van beroepsgronden, stelt het hof vast dat de procedurele vertragingen grotendeels niet aan de betrokkene of diens gemachtigde zijn toe te rekenen. De gemachtigde kreeg pas ruim een jaar na het indienen van het beroepschrift de gelegenheid om de gronden aan te vullen, waarna het nog bijna elf maanden duurde tot de zitting.
Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter, verklaart het beroep gegrond en matigt de sanctie met 25 procent tot €112,50. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €1.020,38. De proceskostenvergoeding betreft uitsluitend de kosten van het hoger beroep en niet de kosten van het administratief beroep.
Uitkomst: Sanctie gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn; proceskosten toegewezen.