ECLI:NL:GHARL:2025:7294

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
21-005208-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis rechtbank Gelderland inzake poging tot doodslag met aanvullingen op bewijsmiddelen

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 november 2025 het vonnis van de rechtbank Gelderland bevestigd, met aanvullingen en verbeteringen van de bewijsmiddelen. De rechtbank had de verdachte, geboren in 2003, veroordeeld voor het medeplegen van poging tot doodslag tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.220,47 aan de benadeelde partij toegewezen. Het hof heeft het vonnis bevestigd, waarbij het de bewijsmiddelen heeft aangevuld en verbeterd. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank, dat op 7 november 2023 was uitgesproken. Tijdens de zitting op 5 november 2025 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal gehoord en de verklaringen van de verdachte en zijn raadsman, mr. M.L.E. Storm van ’s Gravesande, in overweging genomen. Het hof concludeert dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist en dat de verdachte een belangrijke rol heeft gespeeld in het geweld tegen het slachtoffer, wat leidde tot de aanmerkelijke kans op overlijden. De opgelegde straf wordt door het hof als passend beschouwd, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn jeugdige leeftijd. Het hof heeft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en het vonnis bevestigd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005208-23
Uitspraakdatum: 19 november 2025
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 7 november 2023 met parketnummer 05-025345-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]

Het hoger beroep

Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 november 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.L.E. Storm van ’s Gravesande, hebben aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van poging tot doodslag. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.
Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.220,47 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2022 en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Het hof is onder aanvulling van gronden van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis – met aanvulling en verbetering van gronden – van de rechtbank bevestigen.

Aanvulling en verbetering van de bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zoals die in het vonnis zijn opgenomen worden als volgt aangevuld en/of verbeterd.
Het hof verbetert op pagina 3 van het vonnis de volgende alinea:

[benadeelde] had een gebroken neus, een blauw oog, een hersenschudding, schaafwonden en onder zijn oog zat een snee die hevig bloedde. De dagen erna hadden zijn ogen alle kleuren van de regenboog. De linkerkant van zijn gezicht was helemaal opgezwollen.
als volgt:

In de letselbeschrijving van de forensisch arts, wordt beschreven dat bij [benadeelde] links op de neusbrug een smalle streepvormige roodbruine huidverwonding met enige roodheid zichtbaar is. Naast de neus aan de mediale zijde van beide oogkassen boven en onder het oog is een redelijk scherp begrensde paars-blauw-gele verkleuring van de huid aanwezig. De forensisch arts typeert het voorgaande als een onderhuidse bloeduitstorting.” [1]
In noot 6 op pagina 4 van het vonnis wordt verwezen naar de verklaringen van verdachte op p. 138- 140 en op p. 143-146. Dat zijn echter niet de verklaringen van verdachte, maar de verklaringen van [medeverdachte 1] . Het hof verbetert het vonnis op dat punt.
Het hof vult de bewijsmiddelen op pagina 3 en 4 van het vonnis als volgt aan:
Verdachte heeft verklaard dat hij als tweede de bus is uitgestapt. [2]
In zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [verdachte] het slachtoffer op het hoofd heeft geschopt. [3]
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij de armen van het slachtoffer vasthield om te wachten tot de komst van [verdachte] en [medeverdachte 3] . Eerst kwam [medeverdachte 3] ; hij was beschonken en over de rooie. [verdachte] was compleet over de rooie. [verdachte] was woest. [4] [verdachte] heeft het slachtoffer in het gezicht geschopt. [5]
[naam 1] heeft op 19 juli 2022 bij de politie verklaard dat hij op 29 januari 2022 [medeverdachte 1] was tegengekomen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn achter de jongen aangerend. De jongen struikelde waarna [medeverdachte 2] op de jongen is gaan zitten. [medeverdachte 1] zou het slachtoffer een schop hebben gegeven op zijn gezicht. [6]
De forensische letselrapportage wordt als volgt aangevuld:

In het Forensisch Geneeskundig letselverslag van 19 juli 2022 wordt onder meer door de forensisch arts [naam 2] onder meer (zakelijk weergegeven) het volgende opgemerkt:
[benadeelde] is op 31 januari 2022 door [naam 2] onderzocht. De radioloog heeft beschreven dat er bij de CT-scan van de hersenen en het aangezicht een asymmetrisch aspect van het neusbeen is met vermoedelijk een kleine breuk aan de rechterzijde van het neusbeen. De bloeduitstortingen bij beide ogen kunnen volgens [naam 2] goed passen bij bloedverlies uit een neusfractuur. Door de zwaartekracht zakt het bloed, dat vrijkomt uit de botbreuk, uit naar de omliggende en lager liggende weefsels en verspreidt zich dan vaak rond de ogen. Ook direct inwerkende krachten op de huid rond de ogen kan leiden tot bloeduitstortingen rondom de ogen. Het letsel aan het hoofd kan volgens [naam 2] passen bij het schoppen met een geschoeide voet, maar kan ook door allerlei andere vormen van stomp botsende kracht optreden.
Schoppen tegen het hoofd kan leiden tot schedel-hersenletsel, fracturen van de schedel en het aangezicht en bloedingen binnen de schedel, tevens is een hersenschudding en hersenkneuzing als ernstige complicatie van schoppen tegen het hoofd mogelijk.
Ernstig traumatisch schedel-hersenletsel kan leiden tot het overlijden, door grote bloedingen binnen de schedel of door ernstige hersenkneuzingen met zwelling van de hersenen binnen de beperkte ruimte binnen de schedel of door een combinatie van deze factoren.”

Aanvullende bewijsoverweging:

In hoger beroep heeft verdachte opnieuw aangevoerd dat hij niet gewelddadig is geweest en dat hij kort voor het incident zijn enkel had gebroken waardoor hij niet eens in staat was om te schoppen. Namens de verdachte zijn stukken overgelegd waaruit onder meer blijkt dat hij in december 2021 zijn enkel heeft gebroken, dat op 24 januari 2022 het gips er af is gehaald en dat hem op die datum is meegegeven dat hij over 6 weken weer mag gaan voetballen.
Het hof leidt uit de overgelegde stukken niet af dat verdachte op 28 januari 2022 fysiek niet in staat was om te schoppen. Uit de verklaringen van zowel de [getuige] als van de [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] volgt dat verdachte wel tegen het hoofd van het slachtoffer heeft geschopt toen het slachtoffer op de grond lag. Uit de verklaring van [getuige] volgt verder dat ook verdachte met kracht tegen het hoofd van het slachtoffer heeft geschopt. Het hof gaat er daarom vanuit dat verdachte één van de personen was die met kracht tegen het hoofd van het slachtoffer heeft geschopt. Daarnaast volgt uit de verklaringen van het slachtoffer en [getuige] dat verdachte - voordat het slachtoffer was gevallen - het slachtoffer met kracht tegen het hoofd heeft geslagen. Verdachte heeft aldus een belangrijke rol gespeeld bij het tezamen en in vereniging plegen van geweld tegen het slachtoffer dat er onder meer uit bestond dat het slachtoffer (door verschillende personen) hard tegen het hoofd is geschopt. Door dergelijk geweld bestond de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Verdachte heeft deze kans bewust aanvaard door mee te doen met het geweld en met name door met kracht tegen het hoofd van het slachtoffer te schoppen toen het slachtoffer op de grond lag. Verdachte is aldus medepleger van poging doodslag.

Aanvullende overweging ten aanzien van de op te leggen straf

Namens verdachte is verzocht hem een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen - waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest - in combinatie met een taakstraf. Naar het oordeel van het hof doet een dergelijke straf onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof acht de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk, een passende straf. De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheid en zijn jeugdige leeftijd. Ook in het reclasseringsrapport van 13 oktober 2025 is de reclassering positief over verdachte. Er is (nog steeds) sprake van een stabiele financiële situatie, dagbesteding, sociaal netwerk en dagbesteding. Er zijn geen zorgen rondom middelengebruik of het psychosociaal functioneren. De kan op recidive wordt als laag ingeschat. De reclassering ziet geen risico’s en er zijn geen redenen om het toezicht te verlengen. In de omstandigheid dat verdachte het in het maatschappelijk leven nog steeds goed doet, ziet het hof geen aanleiding de door de rechtbank opgelegde straf te wijzigen.

BESLISSING

Het hof:
Het hof heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop dit arrest uitgesproken wordt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. J.D. den Hartog, mr. K. Gilhuis en mr. J.W.P. Beijen, in aanwezigheid van de griffier mr. G.C. Drenthe en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 november 2025.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 november 2025.
mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,
mr. O.J. Ingwersen, advocaat-generaal,
mr. Y.A. Hoekstra, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
Verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Voetnoten

1.Een letselbeschrijving opgesteld door [naam 2] , forensisch arts KNMG van 22 februari 2022, p. 179.
2.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 91.
3.Het proces-verbaal van verhoor getuige op 20 september 2022 bij de rechter-commissaris.
4.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 119.
5.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 121.
6.Proces-verbaal van verhoor (zonder bladzijdenummer).