ECLI:NL:GHARL:2025:7295

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
21-005354-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplegen van poging tot doodslag met schadevergoeding aan benadeelde partij

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland. De verdachte is beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag op 28 januari 2022. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte samen met medeverdachten het slachtoffer, [benadeelde], heeft aangevallen. Het slachtoffer werd eerst geslagen en vervolgens op de grond gehouden, waardoor hij weerloos was tegen het geweld van de medeverdachten. Het hof oordeelt dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld door het slachtoffer in bedwang te houden, terwijl anderen hem met kracht tegen het hoofd schopten. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van € 2.220,47 toegewezen, bestaande uit materiële en immateriële schade. Het hof heeft de ernst van het geweld en de impact op het slachtoffer meegewogen in de strafoplegging. De verdachte heeft geen eerdere strafbare feiten gepleegd en het hof heeft rekening gehouden met zijn jeugdigheid en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005354-23
Uitspraakdatum: 19 november 2025
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van 7 november 2023 met parketnummer 05-025348-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 november 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T. van der Goot, hebben aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van poging tot doodslag. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.
Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.220,47 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2022 en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Het hof komt in dit arrest voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 28 januari 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet een of meermalen (met kracht)
- die [benadeelde] in het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of
- die [benadeelde] op/tegen het lichaam heeft/hebben geduwd en/of getackeld (waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen) en/of
- bovenop die [benadeelde] is/zijn gaan zitten en/of
- ( daarbij) die [benadeelde] in bedwang heeft/hebben gehouden en/of de keel dicht heeft/hebben gedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of
- die [benadeelde] (met geschoeide voet) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 28 januari 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meermalen (met kracht)
- die [benadeelde] in het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of
- die [benadeelde] op/tegen het lichaam heeft/hebben geduwd en/of getackeld (waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen) en/of
- bovenop die [benadeelde] is/zijn gaan zitten en/of
- ( daarbij) die [benadeelde] in bedwang heeft/hebben gehouden en/of de keel dicht heeft/hebben gedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of
- die [benadeelde] (met geschoeide voet) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
meer subsidiair
hij op of omstreeks 28 januari 2022 te [plaats] openlijk, te weten, op of aan de [weg] (ter hoogte van [nummer] ), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, (telkens) in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] door een of meermalen (met kracht)
- die [benadeelde] in het gezicht, althans op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of
- die [benadeelde] op/tegen het lichaam te duwen en/of te tackelen (waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen) en/of
- bovenop die [benadeelde] te gaan zitten en/of
- ( daarbij) die [benadeelde] in bedwang te houden en/of de keel dicht te drukken en/of dichtgedrukt te houden en/of
- die [benadeelde] (met geschoeide voet) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot het bewijs [1]
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat er sprake is geweest van twee incidenten, namelijk het incident achter de bus waarbij aangever is geslagen en het incident nadat aangever ten val was gekomen. Bij het eerste incident was verdachte niet aanwezig en dus kan het letsel dat daaruit is ontstaan niet aan hem worden toegerekend. Daarnaast kan verdachte bij het tweede incident niet als medepleger worden aangemerkt, omdat zijn rol niet van voldoende gewicht is geweest.
Verdachte heeft aangever weliswaar vastgehouden, maar met de intentie om de situatie te bevriezen en niet om bij te dragen aan door anderen gepleegd geweld. Ook poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging kunnen niet worden bewezen nu de bijdrage van verdachte niet van voldoende gewicht is geweest.
Oordeel van het hof
Uit het dossier blijkt het volgende:
[benadeelde] heeft verklaard dat hij op 28 januari 2022 samen met zijn [vriendin] , in de bus richting [plaats] zat. Bij de haven in [plaats] stapten [benadeelde] en [vriendin] uit en liepen zij richting de achterkant van de bus. Daar stonden twee jongens. Jongen 1 verhief zijn stem en sloeg met zijn rechtervuist in het gezicht van [benadeelde] . Kort daarna kreeg [benadeelde] nog een klap, hij dacht weer van jongen 1. [benadeelde] liep achteruit toen hij een harde klap tegen zijn slaap kreeg van jongen 2, waarbij jongen 2 hard uithaalde. [benadeelde] wilde zo snel mogelijk weg en rende naar zijn fiets, waarna jongens 3 en 4 er ook bij kwamen. [benadeelde] heeft 112 gebeld. De jongens liepen achter hem aan en riepen ‘je vriendjes gaan je niet helpen’. De jongens waren niet voor rede vatbaar. [benadeelde] rende het plantsoen in en kwam ten val. Toen [benadeelde] wilde opstaan zat er een jongen op hem. Iemand riep "nu ga je nergens meer heen, nu hebben we je". De jongen hield [benadeelde] vast in een wurggreep, terwijl een andere jongen ter hoogte van de benen van [benadeelde] lag. [benadeelde] riep “ik krijg geen lucht, zo ga ik dood”, terwijl zijn keel minutenlang werd dichtgeknepen. Terwijl [benadeelde] werd vastgehouden werd hij door een persoon tegen zijn hoofd geschopt. Op een gegeven moment kreeg [benadeelde] nog een schop, waarna het geweld ineens stopte. Een jongen zat bovenop [benadeelde] en scheen met zijn telefoon in de ogen van [benadeelde] . Hij is door een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Zijn hele gezicht is opgezwollen. Zijn neus doet heel zeer en zijn mond kan niet ver open. Hij heeft nog niet geprobeerd te eten. Alles doet hem zeer. [2]
[vriendin] heeft verklaard dat ze, nadat ze met [benadeelde] de bus uit was gestapt, een jongen vanuit de bus richting hen zag lopen. De jongen schreeuwde iets in de trant van "wat doe je stoer dan?" en liep dreigend op [benadeelde] af door zich groot te maken. Er stapte nog een jongen uit de bus die naar [benadeelde] liep en [benadeelde] uit het niets tegen zijn gezicht sloeg. [benadeelde] liep weg om afstand te creëren en 112 te bellen terwijl [vriendin] probeerde de jongens tegen te houden. Bij de haven waren er opeens vier jongens die allemaal in de bus hadden gezeten. [benadeelde] rende richting het pleintje en twee jongens volgden hem. [vriendin] zag dat [benadeelde] op de grond lag. Jongen 3 zat op [benadeelde] en kneep de keel van [benadeelde] af met zijn knie. [benadeelde] riep dat hij geen lucht kreeg en dat het wit voor zijn ogen werd. [vriendin] zag dat [benadeelde] stil lag en bijna niks meer kon, waarna [vriendin] dacht dat [benadeelde] dood zou gaan. Jongen 4 trapte [benadeelde] met volle kracht tegen het hoofd alsof hij tegen een bal trapte. [vriendin] probeerde de andere jongen van [benadeelde] af te krijgen, maar dat lukte niet. Zij ging toen bij [benadeelde] zitten om in ieder geval zijn hoofd te beschermen. De twee jongens die zij eerst probeerde tegen te houden, jongen 1 en jongen 2, naderden en trapten allebei met volle kracht tegen het hoofd van [benadeelde] . [vriendin] beschermde alleen de rechterkant, dus de linkerkant was vrij. De trappen kwamen voornamelijk aan de linkerkant van het hoofd, nek en schouders van [benadeelde] terecht. De jongen die bovenop [benadeelde] zat, fixeerde de handen van [benadeelde] . De andere jongens konden daardoor vrijuit tegen het hoofd van [benadeelde] trappen. [3]
[naam 1] heeft verklaard dat er bij de fietsenstalling twee of drie jongens om [benadeelde]
heen stonden. Een van de jongens haalde uit met zijn arm en raakte [benadeelde] hard in het gezicht. [benadeelde] begon te rennen en de jongens volgden hem. Een van de jongens riep: "ik maak je dood!". Toen ze langs de [stadspoort] fietste zag [naam 1] op de grond liggen. Er waren jongens bij [benadeelde] . Een van de jongens leek gehurkt en half op [benadeelde] te zitten. [naam 1] zag dat [benadeelde] hard tegen het hoofd werd geschopt. [4]
[verdachte] heeft verklaard dat hij op 28 januari 2022 in de bus zat met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] stapten eerst uit. Toen [verdachte] ook uit de bus stapte, hoorde hij iemand roepen ' grijp hem'. [verdachte] is samen met [medeverdachte 1] achter [benadeelde] aangegaan. Toen [benadeelde] ten val kwam, heeft [verdachte] met zijn gewicht op [benadeelde] geleund om [benadeelde] aan de grond te houden. [verdachte] hield zijn handen op de armen en schouders van [benadeelde] . [medeverdachte 1] kwam vlak achter [verdachte] aan. [5]
Tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris op 1 februari 2022 heeft [verdachte] verklaard dat hij het slachtoffer aan de grond heeft gehouden en dat het slachtoffer tegen het hoofd is geschopt. Volgens [verdachte] hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] tegen het hoofd geschopt.
Op 7 februari 2022 heeft [verdachte] bij de politie verklaard dat hij zich realiseert dat hij door het slachtoffer vast te houden, het slachtoffer machteloos heeft gemaakt. Hij heeft hierdoor een situatie gecreëerd dat iemand hem wat kon aandoen zonder dat het slachtoffer zich kon verdedigen. [verdachte] is zelf in Mallorca geweest en heeft de bloemenzee gezien. Hij weet hoe erg dergelijke dingen zijn. [6]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 28 januari 2022 in de bus zat met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] . [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] stapten in [plaats] uit de bus en liepen achter [benadeelde] aan. Na een paar minuten stapten [medeverdachte 1] en [verdachte] ook uit de bus. [medeverdachte 1] hoorde iemand roepen "grijp hem!". [verdachte] en [medeverdachte 1] renden achter [benadeelde] aan waarna [verdachte] [benadeelde] van achteren vastpakte. [medeverdachte 1] gaf [benadeelde] een tackle zodat [benadeelde] ten val kwam. [benadeelde] viel op de grond. [medeverdachte 1] schopte [benadeelde] een keer in zijn buik. [verdachte] hield [benadeelde] ook vast door naast hem te zitten. [medeverdachte 1] drukte zijn knie op de keel van [benadeelde] om te zorgen dat [benadeelde] op zijn plek bleef en hield ook de handen van [benadeelde] vast. [medeverdachte 2] schopte tegen het hoofd van [benadeelde] . [7]
[medeverdachte 1] heeft op 20 september als getuige bij de rechter-commissaris verklaard dat [verdachte] met een lampje in de ogen van het slachtoffer heeft geschenen om te zien of hij ok was en dat [verdachte] het slachtoffer op de grond heeft vastgehouden. [medeverdachte 2] heeft het slachtoffer een schop op het hoofd gegeven.
[naam 2] heeft op 19 juli 2022 bij de politie verklaard dat zij op 29 januari 2022 in [café] [medeverdachte 1] tegen kwamen. [medeverdachte 1] vertelde dat bij de bushalte in [plaats] een jongen was uitgestapt die een opmerking had gemaakt. Na deze opmerking zijn eerst [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] achter de jongen aangegaan. Daarna zijn ook [medeverdachte 1] en [verdachte] achter de jongen aangegaan. [medeverdachte 1] vertelde haar vervolgens dat [verdachte] de jongen vasthield en dat [medeverdachte 1] de jongen (onder meer) heeft geschopt. Daarna lag de jongen bewusteloos in de armen van zijn vriendin. Volgens [medeverdachte 1] kon de jongen niets meer. [8]
[naam 3] heeft op 19 juli 2022 bij de politie verklaard dat hij op 29 januari 2022 [medeverdachte 1] was tegengekomen. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn achter de jongen aangerend. De jongen struikelde waarna [verdachte] op de jongen is gaan zitten. [medeverdachte 1] zou het slachtoffer een schop hebben gegeven op zijn gezicht. [9]
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat de jongen op de grond lag met zijn mond open en zijn ogen dicht en [medeverdachte 2] dacht echt dat de jongen dood was. [10]
In de letselbeschrijving van de forensisch arts, wordt beschreven dat bij [benadeelde] links op de neusbrug een smalle streepvormige roodbruine huidverwonding met enige roodheid zichtbaar is. Naast de neus aan de mediale zijde van beide oogkassen boven en onder het oog is een redelijk scherp begrensde paars-blauw-gele verkleuring van de huid aanwezig. De forensisch arts typeert het voorgaande als een onderhuidse bloeduitstorting. [11]
In het Forensisch Geneeskundig letselverslag van 19 juli 2022 wordt door de forensisch arts [naam 4] onder meer (zakelijk weergegeven) het volgende opgemerkt:
[benadeelde] is op 31 januari 2022 door [naam 4] onderzocht. De radioloog heeft beschreven dat er bij de CT-scan van de hersenen en het aangezicht een asymmetrisch aspect van het neusbeen is met vermoedelijk een kleine breuk aan de rechterzijde van het neusbeen. De bloeduitstortingen bij beide ogen kunnen volgens [naam 4] goed passen bij bloedverlies uit een neusfractuur. Door de zwaartekracht zakt het bloed, dat vrijkomt uit de botbreuk, uit naar de omliggende en lager liggende weefsels en verspreidt zich dan vaak rond de ogen. Ook direct inwerkende krachten op de huid rond de ogen kan leiden tot bloeduitstortingen rondom de ogen.
Het letsel aan het hoofd kan volgens [naam 4] passen bij het schoppen met een geschoeide voet, maar kan ook door allerlei andere vormen van stomp botsende kracht optreden.
Schoppen tegen het hoofd kan leiden tot schedel-hersenletsel, fracturen van de schedel en het aangezicht en bloedingen binnen de schedel, tevens is een hersenschudding en hersenkneuzing als ernstige complicatie van schoppen tegen het hoofd mogelijk.
Ernstig traumatisch schedel-hersenletsel kan leiden tot het overlijden, door grote bloedingen binnen de schedel of door ernstige hersenkneuzingen met zwelling van de hersenen binnen de beperkte ruimte binnen de schedel of door een combinatie van deze factoren.
Bewijsoverwegingen
Op basis van bovengenoemde verklaringen gaat het hof ervan uit dat het slachtoffer op de grond terecht gekomen is toen hij probeerde te ontkomen aan zijn belagers. Verdachte heeft vervolgens het slachtoffer op de grond gehouden, zodat hij niet verder kon vluchten. [vriendin] heeft verklaard dat toen het slachtoffer weerloos op de grond lag, hij door verschillende jongens met kracht tegen het hoofd is geschopt. Het hof gaat ervan uit dat haar verklaring klopt, mede omdat haar verklaring wordt bevestigd door andere bewijsmiddelen. Zo heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [medeverdachte 2] tegen het hoofd van het slachtoffer heeft geschopt, heeft [naam 3] verklaard dat [medeverdachte 1] tegen hem heeft gezegd dat hij ( [medeverdachte 1] ) het slachtoffer op het hoofd heeft geschopt en heeft verdachte verklaard dat zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] tegen het hoofd van het slachtoffer hebben geschopt. [naam 1] heeft (net als [vriendin] ) gezien dat er met kracht tegen het hoofd van het slachtoffer werd geschopt toen het slachtoffer op de grond lag.
Naar het oordeel van het hof is er een aanmerkelijke kans dat iemand komt te overlijden als een ander of anderen hem krachtig met geschoeide voet tegen het hoofd schopt of schoppen. Dit is een feit van algemene bekendheid. In het rapport van [naam 4] van 19 juli 2022 wordt uitgelegd waarom het schoppen tegen het hoofd van een persoon kan leiden tot zijn dood.
Hoewel uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte het slachtoffer geslagen of geschopt heeft, heeft hij toch een wezenlijke bijdrage aan het geweld geleverd. Verdachte heeft voorkomen dat het slachtoffer verder kon vluchten. Hij en [medeverdachte 1] achtervolgden het vluchtende slachtoffer en toen het slachtoffer op de grond viel heeft verdachte hem op de grond in bedwang gehouden. Verdachte bleef hem in bedwang houden ook toen het slachtoffer riep dat hij geen lucht kreeg. Verdachte zorgde er verder voor dat het slachtoffer zich niet kon verweren tegen het geweld van de medeverdachten. Dat verdachte het geweld niet heeft gewild, acht het hof niet geloofwaardig. Verdachte heeft zelf gewelddadig gehandeld door het slachtoffer in bedwang te houden, ook toen het slachtoffer riep dat hij geen lucht meer kreeg. Verder is verdachte het slachtoffer – ook nadat het door [medeverdachte 1] tegen het hoofd was geschopt – blijven vasthouden, zodat ook de andere twee jongens daarna de gelegenheid hadden om tegen het hoofd van het weerloze slachtoffer te schoppen. Als verdachte niet had gewild dat het slachtoffer tegen zijn hoofd werd geschopt, had hij meteen nadat [medeverdachte 1] had geschopt actie ondernomen om verder geweld te voorkomen, althans zou hij zijn handelen dat het slachtoffer weerloos maakte, hebben gestaakt. Door het slachtoffer vast te (blijven) houden heeft hij niet alleen mogelijk gemaakt dat er (opnieuw) tegen het hoofd van het slachtoffer werd geschopt, maar heeft hij willens en wetens een belangrijke bijdrage geleverd aan het geweld, waaronder het schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer.
Door het meermaals met geschoeide voet krachtig schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer ontstond de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Verdachte heeft opzettelijk het geweld (waaronder het krachtig schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer) mogelijk gemaakt en daarmee tevens de aanmerkelijke kans bewust aanvaard dat het slachtoffer zou komen te overlijden. De rol van verdachte was cruciaal; hij voorkwam de vlucht van het slachtoffer en maakte het slachtoffer weerloos waarna medeverdachten het slachtoffer tegen zijn hoofd konden schoppen. Verdachte is daarom medepleger van de poging doodslag. Het hof verwerpt de bewijsverweren.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
primair
hij op
of omstreeks28 januari 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet
een ofmeermalen (met kracht)
- die [benadeelde] in het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of
- die [benadeelde]
op/tegen het lichaam heeft
/hebbengeduwd en
/ofgetackeld (waardoor die [benadeelde] ten val is gekomen) en/of
- bovenop die [benadeelde] is
/zijngaan zitten en
/of
- ( daarbij) die [benadeelde] in bedwang heeft
/hebbengehouden en
/ofde keel dicht heeft
/hebbengedrukt en
/ofdichtgedrukt gehouden en
/of
- die [benadeelde] (met geschoeide voet) in het gezicht,
althans op/tegen het hoofden
/ofhet lichaam heeft/
hebbengetrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van poging tot doodslag.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.
De raadsman heeft verzocht om, indien het hof komt tot een bewezenverklaring, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. In het kader van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht kan een gevangenisstraf gelijk aan de periode van het voorarrest worden opgelegd.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken
Verdachte heeft zich — onder invloed van alcohol — samen met de medeverdachten schuldig gemaakt aan een zeer ernstige vorm van geweld, dat heeft plaatsgevonden in de avonduren van 28 januari 2022. Toen het slachtoffer en zijn vriendin die avond uit de bus stapten, zijn verdachte en zijn medeverdachten ook uit de bus gestapt. Medeverdachten wilden verhaal halen, mogelijk vanwege een opmerking die het slachtoffer had gemaakt over het feit dat iemand in de bus had overgegeven. Het slachtoffer is eerst door medeverdachten geslagen en probeerde te vluchten. Hij kwam te vallen, waarna verdachte er voor zorgde dat het slachtoffer op de grond bleef liggen en weerloos werd tegen het schoppende geweld (tegen het hoofd) van medeverdachten.
Gebleken is dat dit geweld heel veel impact heeft gehad op het welzijn en functioneren van [benadeelde] . Ook ten tijde van het hoger beroep lijdt het slachtoffer nog steeds onder de psychische gevolgen van het geweld. Hij geniet niet meer van het sociale leven, voelt zich niet meer veilig tussen vreemden en heeft last van nachtmerries. Het slachtoffer heeft EMDR-therapie gehad, maar heeft nog een lange weg te gaan.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie van 30 september 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen voor strafbare feiten. In het voordeel van verdachte houdt het hof er rekening mee dat hij zich aan de reclasseringsvoorwaarden heeft gehouden, de reclassering het recidiverisico als laag inschat en dat de jeugdigheid van verdachte een rol zal hebben gespeeld bij het nemen van de verkeerde beslissingen op 28 januari 2022.
Ondanks de strafverzachtende factoren is het hof van oordeel dat geen andere straf passend is dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een andere strafmodaliteit zou geen recht doen aan het feit dat sprake is geweest van fors zinloos geweld dat op het slachtoffer is toegepast en waar het slachtoffer nog steeds de (psychische) gevolgen van ondervindt. Alles afwegende acht het hof de straf die de rechtbank verdachte (en medeverdachten) heeft opgelegd en die door de advocaat-generaal is geëist recht doen aan de ernst van het feit én aan de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het hof zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden,
waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van drie jaren.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.220,47, bestaande uit € 720,47 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de gehele vordering moet worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd.
Oordeel van het hof
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof is van oordeel dat de vordering tot een bedrag van € 720,47 kan worden toegewezen.
Immateriële schade
Vast staat dat aan de benadeelde partij door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht in de vorm van lichamelijk letsel. Daarmee is het causale verband gegeven. Op grond van artikel 6:106 lid 1 BW heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade, aangezien deze ten gevolge van de gepleegde feiten lichamelijk letsel heeft opgelopen waar hij last van heeft gehad en hinder van heeft ondervonden. De gevorderde schade zal dan ook worden toegewezen.
Het hof stelt vast dat verdachte het bewezenverklaarde feit samen met anderen heeft gepleegd en dat verdachte en zijn mededaders naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Het hof zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen, indien (één van) zijn mededaders deze al heeft/hebben betaald, en andersom.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 2.220,47 (tweeduizend tweehonderdtwintig euro en zevenenveertig cent) bestaande uit € 720,47 (zevenhonderdtwintig euro en zevenenveertig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, waarvoor verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.
Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken koten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.220,47 (tweeduizend tweehonderdtwintig euro en zevenenveertig cent) bestaande uit € 720,47 (zevenhonderdtwintig euro en zevenenveertig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 32 (tweeëndertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Voorlopige hechtenis

Het hof heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop dit arrest uitgesproken wordt.
Dit arrest is gewezen door mr. J.D. den Hartog, mr. K. Gilhuis en mr. J.W.P. Beijen, in aanwezigheid van de griffier mr. G.C. Drenthe en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 november 2025.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 november 2025.
mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,
mr. O.J. Ingwersen, advocaat-generaal,
mr. Y.A. Hoekstra, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
Verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam 5] van de politie Oost-Nederland, district Noord en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022043506, gesloten op 24 maart 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte, p. 164-167.
3.Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 280-283 en het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 284- 292.
4.Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 294.
5.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting bij de rechtbank van 24 oktober 2023.
6.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 117-123.
7.Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 138-140 en het proces-verbaal van verhoor verdachte,
8.Proces-verbaal van verhoor (zonder bladzijdenummer).
9.Proces-verbaal van verhoor (zonder bladzijdenummer).
10.Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2] , p. 83 en 92.
11.Een letselbeschrijving opgesteld door [naam 4] , forensisch arts KNMG van 22 februari 2022, p. 179.