Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn in geschil over de omgangsregeling met hun minderjarige kind en het gezamenlijk gezag. De rechtbank had een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind om de week bij de vader verbleef, met een dwangsom voor de moeder bij niet-naleving. De moeder stelde hoger beroep in tegen deze beschikking.
Tijdens de procedure stelde de rechtbank op 8 januari 2025 een definitieve omgangsregeling vast waar de moeder mee instemde. Ondanks verzoeken trok de moeder haar hoger beroep pas bij de mondelinge behandeling op 9 januari 2025 in, waardoor de vader onnodig met zijn advocaat moest verschijnen.
Het hof verklaarde de moeder niet-ontvankelijk in haar beroep en veroordeelde haar in de proceskosten van de vader, begroot op €1.214,-, vanwege de late intrekking en de daardoor gemaakte onnodige kosten. De rest van de verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van de vader wegens late intrekking.