2.9.Op 18 maart 2019 is tussen Stichting [bedrijf1] en de vennoten een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten. Daarin is onder meer het volgende vastgelegd:
“
In aanmerking nemende:
A. [de vennoten] hebben sinds omstreeks 2008 het concept Mediërende Levensloopbegeleiding (MLB) ontwikkeld voor de behandeling en begeleiding van kinderen/jongeren en volwassenen met ASS, ADHD en ADD en hun ouders (de doelgroep). Zij hebben zorg op deze basis uitgevoerd als ondernemers in de v.o.f. [bedrijf1] .
B. Op 1 oktober 2014 hebben [de vennoten] hun -inmiddels goed lopende- onderneming overgedragen aan de Stichting [bedrijf1] . Daartoe zijn -op advies van de heer [naam7] van [bedrijf2] b.v. - een aantal overeenkomsten gesloten tussen hen en de opgerichte Stichting [bedrijf1] , te weten
-
een “Overeenkomst van recht en gebruik”
-
een “Verklaring overname zorgactiviteiten”
-
een “Afspraken overdracht [bedrijf3] ”
-
een “Huurovereenkomst kantoorruimte”.
Het samenstel van de overeenkomsten had tot doel een overdracht van de onderneming tegen een gespreide betaling van de koopsom.
Een v.o.f.-overeenkomst tussen de Stichting [bedrijf1] en [de vennoten] werd wel opgesteld, maar nooit ondertekend en heeft geen praktische betekenis gehad.
C. De contracten zijn door [de vennoten] aangegaan in hun verschillende hoedanigheden van enerzijds vennoot van de v.o.f. [bedrijf1] en anderzijds als bestuurder van de Stichting [bedrijf1] . Tot het bestuur van de Stichting [bedrijf1] behoorde in die tijd tevens [ [naam6] ].
D. De intentie van [de vennoten] was aldus de zorg op basis van MLB aan deze doelgroep continuïteit te bieden, financiële middelen maximaal bij de doelgroep te brengen (stichting en geen besloten vennootschap) en zelf de tijd en de financiën te krijgen om hun MLB-gedachtegoed verder te ontwikkelen, theoretisch te onderbouwen en overdraagbaar te maken en wetenschappelijk te (doen) onderzoeken ten behoeve van de door Stichting [bedrijf1] uit te voeren zorg en dienstverlening aan de doelgroep. E.e.a. in onderlinge verbondenheid met Stichting [bedrijf1] .
E. In de praktijk is dit anders gelopen. De uitvoering van zorg aan de doelgroep verliep en verloopt binnen de Stichting succesvol.
Het kostte echter – aanvankelijk- moeite geschikte bestuurders en directeuren te vinden ([de vennoten] bleven daardoor noodgedwongen -onbezoldigd- bestuurder) waardoor de intentie sub D -met name de taakverdeling- niet kon worden gerealiseerd.
De percentueel overeengekomen vergoeding ter zake de inbreng van de onderneming en de andere afspraken werden in een later stadium intern (door leden Raad van Toezicht/latere bestuurders en adviseurs) bekritiseerd.
Het herijkingsproces mbt de afspraken sub B -waartoe [de vennoten] in principe bereid waren- verliep moeizaam en in steeds verder gaande verstoorde en wantrouwende verhoudingen.
Een en ander werd versterkt door veranderde financierings- en zorglijnen in de zorgsector
F. De Stichting heeft de “Overeenkomst van recht en gebruik” en de “Huurovereenkomst kantoorruimte” opgezegd. De rechtmatigheid van de opzegging van de “Overeenkomst van recht en gebruik” wordt door [de vennoten] betwist.
G. Partijen zijn in 2018 overeengekomen met elkaar in mediation naar een oplossing te zoeken. Zij hebben diverse mediationgesprekken gevoerd. De Stichting is in deze gesprekken vertegenwoordigd door de bestuursleden [naam8] , [ [naam6] ] en [naam9] . De heer [naam10] , voorzitter van de Raad van Toezicht, heeft voorts aan de eerste paar mediationgesprekken deelgenomen.
H. Partijen hebben geconstateerd dat zij de aanvankelijke doelstelling -zoals sub D verwoord- nog steeds nastreven.
De (bestuursleden van de) Stichting [bedrijf1] verklaren nadrukkelijk dat zij geen enkele twijfel hebben dat de overeenkomsten sub B door [de vennoten] in hun verschillende hoedanigheden te goeder trouw zijn aangegaan.
I. Partijen wensen voor de toekomst afspraken te maken op basis van de volgende wensen en behoeften:
- ieders krachten en mogelijkheden worden ten dienste van de doelgroep ingezet en verder tot ontwikkeling gebracht
- MLB toegankelijk maken voor en aanbieden aan zo veel mogelijk kinderen/jongeren en volwassenen met ASS, ADHD en ADD en hun ouders
- ieder dit doet vanuit de eigen taken, krachten en mogelijkheden:
* de Stichting: door het voortzetten van de van [de vennoten] overgenomen zorg aan de doelgroep op basis van Mediërende Levensloopbegeleiding en het meewerken aan wetenschappelijk onderzoek;
* [de vennoten]: door het verder ontwikkelen, meewerken aan c.q. wetenschappelijk (doen) onderzoeken, theoretisch onderbouwen, overdraagbaar maken en het overdragen van kennis op het gebied van Mediërende Levensloopbegeleiding, alsmede het ontwikkelen van producten ter ondersteuning hiervan zoals opleiding, trainingen, boeken, spellen;
- respect voor elkaars vrijheid om de eigen taak naar eigen inzichten uit te voeren, naast elkaar en -op verzoek en in gelijkwaardigheid- met elkaar, gericht op de doelgroep;
- elkaar ondersteunend waar gewenst (o.a. ten aanzien van de ervaringen in de praktijk mbt MLB bij de doelgroep → kruisbestuiving theorie en praktijk)
- elkaar de ruimte biedend voor ieders taak; niet in elkaars vaarwater komen
- concrete duidelijkheid over financiële verhouding
- ieder heeft bestaansrecht, toekomstperspectief en recht op inkomensverwerving met de eigen taak
- ieder heeft vrijheid om de eigen taak verder te ontwikkelen
- ieder heeft vrijheid van elkaars kennis en kunde gebruik te maken; geen verplichtingen tot afname over en weer
- vertrouwen in elkaars positieve intenties jegens de doelgroep en elkaar
- erkenning van [de vennoten] als de grondleggers van MLB tbv de doelgroep en als oprichters van Stichting [bedrijf1]
- duidelijke en heldere afspraken.
(...)
Partijen willen hun onderlinge geschillen bij dading definitief beëindigen en verklaren daartoe het volgende te zijn overeengekomen:
1.
De ter gelegenheid van de overdracht van de onderneming [bedrijf1] overeengekomen “overeenkomst van recht en gebruik” wordt beëindigd met onmiddellijke ingang.
2.
De (overeenkomst tot het aangaan van een) v.o.f. [bedrijf1] tussen de Stichting [bedrijf1] en [de vennoten] wordt – voor zoveel nodig- beëindigd met onmiddellijke ingang. De naam [bedrijf1] zal uitsluitend door de Stichting worden gevoerd. [De vennoten] dragen -voor zoveel nodig- het uitsluitende recht op gebruik van deze naam over aan de Stichting. Eventuele inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel en andere tenaamstellingen, anders dan door de Stichting, worden daartoe doorgehaald of beëindigd.
3.
De huurovereenkomst kantoorruimte wordt geacht te zijn beëindigd op 1 oktober 2019. Partijen overleggen ter zake nader over -eventuele- voortzetting op een andere basis.
4.
De Stichting betaalt aan [de vennoten] een eenmalig bedrag van € 350.000,-- (zegge: driehonderd en vijftig duizend euro) binnen 30 dagen na ondertekening van deze vaststellingsovereenkomst op een door [de vennoten] aan te geven wijze en bankrekening.
11.
De stichting en [de vennoten] zijn van mening dat artikel 37d Wet op de omzetbelasting van toepassing is en doen een beroep op dit artikel.
12.
Indien de inspecteur van de Belastingdienst beslist dat 37d van de Wet op de omzetbelasting niet van toepassing is komen partijen overeen dat de koopsom€ 330.000,— (zegge: driehonderd en dertig duizend euro) is, te vermeerderen met btw en onder uitreiking van een factuur en wordt het totaalbedrag verminderd met de gedane betaling onder 4.”