Uitspraak
[appellant],
[geintimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de vraag of tussenpersoon [appellant] aansprakelijk is voor de weigering van de verzekeraar om diefstalschade aan een wiellader te vergoeden. De wiellader werd gestolen vanaf een afgesloten terrein, maar de polis dekte alleen diefstal met braak aan een afgesloten pand of container. [Geintimeerde] stelt dat hij door de tussenpersoon onjuist is geïnformeerd dat de wiellader ook op een afgesloten terrein verzekerd was.
De rechtbank stelde vast dat de tussenpersoon toerekenbaar tekortgeschoten is in zijn zorgplicht en veroordeelde hem tot schadevergoeding. In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel. Het hof weegt verklaringen van getuigen die bevestigen dat de tussenpersoon had toegezegd dat de wiellader ook buiten op een afgesloten terrein verzekerd zou zijn.
Het hof oordeelt dat de clausule tekstueel duidelijk is, maar dat de toezegging van de tussenpersoon een afwijkende verwachting bij de verzekerde heeft gewekt. Ook het causale verband is vastgesteld: als de juiste informatie was gegeven, zou de wiellader binnen zijn opgeslagen. Het beroep op eigen schuld wordt verworpen. De schadevergoeding wordt vastgesteld op de verzekerde som minus eigen risico. Het hof veroordeelt de tussenpersoon tevens tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de tussenpersoon tot betaling van €29.750 schadevergoeding en proceskosten wegens onjuiste informatie over de verzekeringsdekking.