ECLI:NL:GHARL:2025:7413
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over nakoming begeleide omgangsregeling in familierecht
De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw woont. Na beëindiging van hun relatie en jaren zonder contact, startte de man een procedure om omgang vast te stellen. De rechtbank bepaalde dat het begeleide omgangstraject (BOCS) bij het KKE zo spoedig mogelijk hervat moest worden.
De vrouw stopte het traject en weigerde medewerking, waarop de man een kort geding startte om nakoming af te dwingen en een dwangsom te laten opleggen. De voorzieningenrechter wees dit af, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt vast dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het belang van het kind bij het hervatten van het traject in de weg staan.
Het hof weegt dat het contact tussen vader en kind begeleid plaatsvindt, dat het KKE positief over het contact is, en dat gedragsveranderingen bij het kind onvoldoende zijn onderbouwd als reden om het traject niet te hervatten. De vrouw wordt veroordeeld tot medewerking en een dwangsom bij weigering. De kosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot medewerking aan het hervatten van het begeleide omgangstraject met een dwangsom bij weigering.