ECLI:NL:GHARL:2025:7446

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
200.355.335
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:450 lid 1 BWArt. 1:461 lid 4 BWArt. 1:384 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging mentorschapsbeschikking wegens onvoldoende noodzaak

In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 november 2025 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter van 27 maart 2025, waarin een mentorschap was ingesteld voor appellant. Het verzoek tot mentorschap was gedaan door stichting Inforsa.

Appellant was het niet eens met de instelling van het mentorschap en voerde aan dat hij voldoende ondersteuning ontving en dat het mentorschap niet noodzakelijk was. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat appellant tevreden was met zijn huidige situatie, waaronder zijn woonvoorziening, medicatiegebruik en dagbesteding.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter onvoldoende had gemotiveerd dat appellant niet in staat was zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Daarom werd de bestreden beschikking vernietigd en het verzoek van Inforsa alsnog afgewezen. De taak van de mentor eindigt de dag na deze beschikking, waarbij reeds verrichte handelingen in beginsel verbindend blijven.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot instelling van mentorschap en wijst het verzoek om mentorschap af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.355.335
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11473254)
beschikking van 25 november 2025
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. E.D.B. Groeneweg.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
de stichting Inforsa (afdeling FAZ),
gevestigd te Utrecht,
verder te noemen: Inforsa,
en
[belanghebbende1],
wonende te [woonplaats2] ,
en
[belanghebbende2],
wonende te [woonplaats3] ,
en
Goedhart Bewind B.V.,
gevestigd te Hilversum,
verder te noemen: de mentor.
Als informant is aangemerkt:
S. Narsaw van stichting De Tussenvoorziening,
gevestigd in Utrecht,
verder te noemen: de begeleider van [appellant] .

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, bewindsbureau, locatie Utrecht) van 27 maart 2025, uitgesproken onder zaaknummer 11473254. Deze beschikking wordt verder ook genoemd: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, bij het hof binnengekomen op 5 juni 2025.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 28 oktober 2025 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- [appellant] , bijgestaan door zijn advocaat;
- de begeleider van [appellant] .
2.3
Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Groeneweg, met instemming van het hof, de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2025 overgelegd. In deze beschikking is de, in de bestreden beschikking benoemde, mentor van [appellant] ambtshalve ontslagen en Goedhart Bewind B.V. als mentor benoemd.
Omdat deze wijziging van mentor niet eerder bij het hof bekend was, heeft het hof de mentor pas voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling als belanghebbende aangemerkt. Bij telefonische navraag tijdens een schorsing van de mondelinge behandeling heeft de mentor (de heer [naam1] ) aan het hof laten weten zich in afwachting van de beslissing van het hof in deze procedure afzijdig te hebben gehouden als mentor en geen inhoudelijk verweer te willen voeren in deze procedure. Hierna is de mondelinge behandeling verder gegaan.

3.De feiten

3.1
[appellant] is geboren [geboortedatum] . [belanghebbende1] en [belanghebbende2] zijn de broer en zus van [appellant] .
3.2
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland op 24 december 2024, heeft Inforsa verzocht een mentorschap in te stellen voor [appellant] .
3.3
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking een mentorschap ingesteld voor [appellant] , en Trevo Bewind B.V. tot mentor benoemd.
3.4
Bij beschikking van 30 juni 2025 heeft de kantonrechter Trevo Bewind B.V. ambtshalve ontslagen als mentor en Goedhart Bewind B.V. per diezelfde datum tot mentor benoemd.

4.De omvang van het geschil

[appellant] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter om een mentorschap voor hem in te stellen en hij is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
[appellant] verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, het inleidende verzoek van Inforsa alsnog af te wijzen en het mentorschap op te heffen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
De kantonrechter kan een mentorschap instellen als een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. [1]
5.2
Het hof is van oordeel dat de noodzaak voor (voortzetting van) een mentorschap niet is komen vast te staan. De uiterst summiere onderbouwing van het verzoek tot het instellen van een mentorschap voor [appellant] is onvoldoende om te concluderen dat is voldaan aan de hiervoor onder 5.1 genoemde wettelijke maatstaf voor mentorschap.
De kantonrechter had het verzoek van Inforsa naar het oordeel van het hof dan ook moeten afwijzen.
5.3
Daar komt bij dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het goed gaat met [appellant] . [appellant] heeft laten weten dat hij tevreden is met de hulp die hij op dit moment ontvangt en dat deze hulp ook voldoende is, zodat een mentorschap niet nodig is. In dat kader hebben [appellant] en de begeleider van [appellant] verteld dat [appellant] een fijne woning heeft die hij huurt van De Tussenvoorziening en dat hij daar mag blijven wonen, dat hij nog maar een lage dosis medicatie nodig heeft, dat hij bij het nemen van zijn medicatie begeleid wordt door het Leger des Heils en dat hij leuke dagbesteding heeft.
5.4
Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking niet in stand laten (vernietigen) en het inleidend verzoek van Inforsa alsnog afwijzen.
De taak van de mentor eindigt de dag na die van deze beschikking. De inmiddels door de mentor verrichte handelingen blijven voor de rechthebbende in beginsel verbindend. [2]

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 27 maart 2025 en, opnieuw beschikkende:
wijst het verzoek van Inforsa om een mentorschap ten behoeve van [appellant] in te stellen, alsnog af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, P.B. Kamminga en L. Hamer, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier, en is op 25 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Artikel 1:450 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:461 lid 4 BW Pro in verbinding met artikel 1:384 BW Pro.