ECLI:NL:GHARL:2025:7515
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij hoger beroep in bestuursstrafzaak verkeersvoorschriften
In deze bestuursstrafzaak inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter van 30 juni 2025. De betrokkene had beroep ingesteld tegen een sanctiebeslissing en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De kantonrechter had het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot €112,50, maar had geen vergoeding toegekend voor het verschijnen ter zitting omdat de gemachtigde niets nieuws had aangevoerd. Het hof oordeelde dat het ontbreken van nieuwe toevoegingen onvoldoende reden is om geen vergoeding toe te kennen voor het verschijnen ter zitting, omdat deze zitting ook bedoeld is om te reageren op standpunten en vragen.
Het hof vernietigde daarom het besluit van de kantonrechter over de proceskostenvergoeding en kende een vergoeding toe van in totaal €912,67, bestaande uit vergoeding voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting en de kosten in hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Dit arrest benadrukt het belang van vergoeding van proceskosten voor het verschijnen ter zitting, ook als er geen nieuwe argumenten worden ingebracht, en verduidelijkt de toepassing van de wegingsfactoren en puntensystematiek in bestuursrechtelijke proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof kent een proceskostenvergoeding van €912,67 toe aan de betrokkene en vernietigt het eerdere besluit van de kantonrechter hierover.