Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland die de voorlopige hechtenis van verdachte had geschorst. Verdachte was eerder onder voorwaarden geschorst geweest, maar het hof beoordeelde de belangen opnieuw na het veroordelend vonnis.
De rechtbank had vastgesteld dat verdachte een organiserende en cruciale rol had bij acht transporten van in totaal 423 kilogram cocaïne, waarbij hij anderen risicovolle taken liet uitvoeren en zelf zoveel mogelijk uit het zicht bleef. Deze feiten en de ernst van de handel, met een goede organisatie en verborgen ruimtes in voertuigen, maakten de zaak ernstig.
Het hof oordeelde dat de rol van verdachte bij de feiten nu concreter en zwaarder was ingevuld dan ten tijde van de eerdere schorsing, waardoor het recidiverisico groter werd geacht. Persoonlijke omstandigheden, zoals zijn werkzaamheden als voetbalmakelaar en de gezondheid van zijn moeder, waren onvoldoende zwaarwegend om de schorsing voort te zetten.
Het hof wees het verzoek tot schorsing af en vernietigde de beslissing van de rechtbank. Omdat de voorlopige hechtenis niet werd geschorst, werd niet inhoudelijk op de wijziging van de schorsingsvoorwaarden ingegaan. Het hof bevestigde dat het recidiverisico niet effectief kan worden beperkt met bijzondere voorwaarden bij dit type criminaliteit.