In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de omgangsregeling tussen de minderjarige [minderjarige1] en haar voormalige pleegouders, verzoekers in deze procedure. De minderjarige, geboren in 2014, heeft van oktober 2015 tot eind 2021 bij verzoekers gewoond. De kinderrechter had eerder bepaald dat verzoekers eens per vier weken begeleide omgang met [minderjarige1] zouden hebben, maar verzoekers stelden dat deze regeling niet in het belang van de minderjarige was en vroegen om een uitgebreidere regeling.
Het hof heeft in zijn uitspraak de eerdere beschikking van de kinderrechter vernietigd en de omgangsregeling gewijzigd naar eenmaal per zes weken vier uur begeleide omgang. Dit besluit is genomen na het horen van verschillende betrokkenen, waaronder de gecertificeerde instelling (GI) en de raad voor de kinderbescherming, die beiden adviseerden om de omgangsfrequentie te verlagen om de minderjarige meer rust en ruimte te geven in haar ontwikkeling. Het hof heeft vastgesteld dat [minderjarige1] kampt met hechtingsproblematiek en trauma's, en dat de omgang met verzoekers deze problematiek kan verergeren. De nieuwe regeling biedt meer mogelijkheden voor een zinvolle invulling van de omgang, terwijl het ook de minderjarige de nodige hersteltijd biedt na de omgangsmomenten.
De uitspraak benadrukt het belang van samenwerking tussen alle betrokken partijen en de noodzaak voor verzoekers om de gevoelens van [minderjarige1] serieus te nemen. Het hof hoopt dat de nieuwe omgangsregeling niet alleen meer rust zal geven aan de minderjarige, maar ook zal bijdragen aan een betere vertrouwensrelatie tussen verzoekers, de GI en de gezinshuisouders.