ECLI:NL:GHARL:2025:7643

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
200.354.579
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging eenhoofdig gezag moeder over minderjarige na wijziging omstandigheden

De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over hun dochter, geboren in 2015. Na een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij pleegouders is het gezag gewijzigd zodat de moeder eenhoofdig gezag kreeg. De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze wijziging.

Het hof stelt vast dat de vader nauwelijks invulling geeft aan het ouderschap, onbetrouwbaar en onbereikbaar is, en recent terugval in middelengebruik heeft gehad. De vader was gedetineerd en verblijft nu in een instelling met meer vrijheden, maar is recent gevlucht en mogelijk opnieuw gedetineerd. Dit alles maakt dat het belang van het kind een eenhoofdig gezag bij de moeder vereist.

De moeder en pleegouders bieden een stabiele en prettige opvoedingssituatie. Contact tussen vader en kind is sporadisch en verloopt goed, maar de situatie van de vader is onzeker. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking van de rechtbank die de moeder het eenhoofdig gezag toekent.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder over de minderjarige dochter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.354.579
(zaaknummer rechtbank Overijssel 321022)
beschikking van 2 december 2025
inzake
[de vader],
thans met onbekende verblijfplaats,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. L.J. Krijgsman,
en
[de moeder],
wonende te [woonplaats1] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. P.S. Wibbelink.
Als overige belanghebbenden worden aangemerkt:
[pleegouders],
beiden wonende te [woonplaats1] ,
verder te noemen: de pleegouders.
Als informant is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
gevestigd te [woonplaats1] ,
verder te noemen: de GI.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 17 februari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlagen, ingekomen op 12 mei 2025;
- het verweerschrift van de GI met bijlagen;
- het verweerschrift van de moeder met bijlagen.
2.2
[naam1] de dochter van de vader en de moeder, heeft in een brief, ingekomen op het hof op 22 juli 2025, haar mening gegeven over het verzoek.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 4 november 2025 plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- de advocaat van de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI als informant.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van [naam1] , geboren [in] 2015 (hierna: [naam1] ).
3.2
Op 11 november 2015 heeft de griffier van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, vastgesteld dat de ouders hebben voldaan aan de voorwaarden om de aantekening tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag over [naam1] in het gezagsregister te verkrijgen.
3.3
In de beschikking van 12 augustus 2021 is [naam1] onder toezicht gesteld van de GI en is er een machtiging verleend aan de GI om [naam1] uit huis te plaatsen bij de grootouders moederszijde (de pleegouders). De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn de laatste keer verlengd tot 12 augustus 2026.
3.4
[naam1] woont sinds 12 augustus 2021 bij de pleegouders.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking is de moeder met ingang van de datum van de beschikking belast met het eenhoofdig gezag over [naam1] .
4.2
De vader is met zeven grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog het verzoek van de moeder af te wijzen.
4.3
De moeder voert verweer en zij vraagt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Wat staat er in de wet
5.1
In artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek staat dat de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Wat vindt het hof
5.2
Tussen de ouders is niet in geschil dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden sinds zij gezamenlijk zijn belast met het gezag over [naam1] .
5.3
Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag over [naam1] waardoor de moeder alleen met het gezag wordt belast in het belang van [naam1] noodzakelijk is. Zoals bij de rechtbank al het geval was, geeft de vader feitelijk geen of nauwelijks invulling aan het ouderschap. Hij weet niet wat er speelt in het leven van [naam1] zodat hij niet in staat is om beslissingen te nemen over belangrijke zaken in haar leven. Daarbij is hij niet voldoende beschikbaar en betrouwbaar voor [naam1] . Af en toe is hij voor de moeder onbereikbaar en onvindbaar.
5.4
De vader was gedetineerd in [de PI] en is recent overgeplaatst naar [naam2] is een onderdeel van [de PI] waar iemand meer vrijheden, dagbesteding en begeleiding krijgt en dat meer is gericht op de terugkeer in de maatschappij. Ondanks dat de vader in relatief korte tijd deze stap voorwaarts heeft kunnen maken, lijkt aan deze positieve lijn een einde te zijn gekomen. De moeder heeft onbestreden aangevoerd dat de vader haar de avond voor de mondelinge behandeling heeft laten weten dat hij op de vlucht is en dus niet meer bij [naam2] verblijft. De vader zou twee weken daarvoor een terugval in middelengebruik hebben gehad. Het is daarom mogelijk dat de vader binnenkort weer gedetineerd zal zijn en dat zijn recent verkregen vrijheden weer zullen worden ingeperkt.
5.5
Het hof constateert dat het de vader ook niet is gelukt om naar de mondelinge behandeling van het hof te komen, ondanks dat zijn verzoek om weer het gezag over [naam1] te verkrijgen zou worden besproken en hij met zijn advocaat had afgesproken dat hij (met begeleiding) naar het hof zou komen. Dit bevestigt de – zowel fysieke als emotionele – afwezigheid van de vader in het leven van [naam1] en dat is niet in het belang van [naam1] . Zij heeft hier last van.
5.6
Het is een terugkerend patroon van de vader dat hij na een periode waarin het best goed met hem gaat weer een terugval heeft. Vooral in die periodes is hij niet te bereiken en zijn er geen afspraken met hem te maken. Tot nu toe was de GI in die periodes een vangnet voor de moeder en konden er met inmenging van de GI bepaalde beslissingen worden genomen. Dit is echter geen langdurige oplossing. De GI heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat zij voornemens is de ondertoezichtstelling af te sluiten en over te dragen naar het vrijwillige kader indien de moeder het eenhoofdig gezag behoudt en het goed blijft gaan met [naam1] en de moeder. De moeder en haar ouders hebben een prettige samenwerking gevonden in de verzorging en opvoeding van [naam1] en dat gaat goed.
5.7
Voorts overweegt het hof dat de moeder onbestreden heeft gesteld dat er sinds de wijziging van het gezag meer rust is ontstaan in haar leven en dat van [naam1] . Zij kunnen zich nu richten op de omgang tussen [naam1] en de vader. De moeder ziet de onmacht van de vader in verband met zijn middelengebruik en houding maar vindt het wel fijn als [naam1] en de vader contact met elkaar hebben. Na de bestreden beschikking is er meermaals (ook toevallig) contact geweest tussen [naam1] en de vader; dat is goed verlopen en [naam1] geniet daarvan. Recent is de hulp genaamd ‘Een taal erbij’ van Jarabee op initiatief van [naam1] opgeschort, omdat zij dat niet meer nodig vond. Het is echter de vraag of dit zo zal blijven, nu de situatie van de vader weer is veranderd en dit mogelijk gevolgen heeft voor het contact met [naam1] .

6.De slotsom

Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen. De moeder houdt dus alleen het gezag over [naam1] .

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 17 februari 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, M.H.F. van Vugt en H. Phaff, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op 2 december 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.