Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de zorgregeling voor de minderjarige [naam1], geboren in 2013, van wie de ouders, de vader en de moeder, gescheiden zijn sinds 2017. De vader, vertegenwoordigd door advocaat mr. A. Sahin, heeft in hoger beroep verzocht om een wijziging van de zorgregeling, die eerder was vastgesteld door de kinderrechter. De moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. P.G.M. Lodder, heeft verweer gevoerd en verzocht om bekrachtiging van de eerdere beschikking.
De procedure in eerste aanleg vond plaats bij de rechtbank Midden-Nederland, waar de kinderrechter op 14 februari 2025 een beschikking heeft gegeven. De vader heeft in hoger beroep één grief ingediend en verzocht om contact met [naam1] te herstellen, met een voorstel voor een gefaseerde uitbreiding van het contact. De GI, stichting Samen Veilig Midden-Nederland, heeft ook verweer gevoerd en verzocht om bekrachtiging van de eerdere beschikking.
Het hof heeft vastgesteld dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het in het belang van [naam1] is om de zorgregeling te wijzigen. Het hof heeft geconcludeerd dat [naam1] momenteel geen behoefte heeft aan contact met de vader en dat het belangrijk is dat zij rust en ruimte krijgt om zich te ontwikkelen. Het hof heeft de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek van de vader afgewezen.