ECLI:NL:GHARL:2025:7760

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
Wahv 200.353.646/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom ondanks betwisting bord H2

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 96 km/u op een weg buiten de bebouwde kom waar de maximumsnelheid 80 km/u bedraagt. De overtreding vond plaats op 25 juni 2023 op de N273 Napoleonsweg in Horn. De betrokkene voerde aan dat hij geen bord H2 had gepasseerd en dat de overtreding daarom niet juist vastgesteld kon worden. Tevens stelde hij dat de overtreding binnen de bebouwde kom zou zijn, waardoor een Mulderbeschikking niet mogelijk zou zijn.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het gerechtshof bevestigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat voor het vaststellen van de overtreding de aanwezigheid van bebording niet constitutief is; het is voldoende dat is vastgesteld dat de gedraging buiten de bebouwde kom is verricht. De gegevens van het snelheidsmeetmiddel zijn betrouwbaar en de overtreding is daarmee bewezen.

Het hof wijst het beroep van de betrokkene af en bevestigt de opgelegde sanctie van €158,-. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Hiermee blijft de boete in stand en wordt de procedurekostenvergoeding niet toegekend.

Uitkomst: De boete voor snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.353.646/01
CJIB-nummer
: 258967941
Uitspraak d.d.
: 5 december 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 februari 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 158,- voor: “16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 juni 2023 om 15.17 uur op de N273 Napoleonsweg in Horn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene geen zichtbaar aanwezig bord H2 is gepasseerd op zijn rijroute. Het is niet voldoende dat de betrokkene uit hectometerpaaltjes en voorrangsborden bij kruisingen af had kunnen leiden dat hij zich buiten de bebouwde kom bevond. Ten onrechte betrekt de kantonrechter dat bij een ieder in de omgeving bekend zou zijn dat dat de geldende maximumsnelheid 80 km per uur zou zijn. De bestuurder mocht maar 50 km per uur rijden, terwijl hij 96 km per uur reed. Dat is een overtreding waarvoor geen Mulderbeschikking mag volgen. Daarnaast is de verweten gedraging niet correct want die gebaseerd op een regel buiten de bebouwde kom, terwijl een overtreding van een regel binnen de bebouwde kom aan de orde is.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat dat met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats op een weg, niet zijnde een autoweg of autosnelweg, buiten de bebouwde kom met een gecorrigeerde snelheid van 96 km/h is gereden, terwijl de maximum snelheid aldaar 80 km/h bedraagt.
4. De onderhavige gedraging betreft het handelen in strijd met artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, dat bepaalt dat buiten de bebouwde kom op andere wegen dan auto(snel)wegen de maximum snelheid 80 km/h bedraagt. Om vast te kunnen stellen dat deze gedraging is verricht, is de aanwezigheid van bebording geen constitutief vereiste. Voldoende is dat de ambtenaar, zoals hier, vaststelt dat de gedraging buiten de bebouwde kom is verricht. Hetgeen is aangevoerd doet hieraan geen twijfel ontstaan. De grond van de gemachtigde faalt dan ook.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.