Uitspraak
[appellant]
[geïntimeerde]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter. Tijdens de procedure in hoger beroep heeft appellant meerdere malen uitstel gevraagd voor het indienen van de memorie van grieven vanwege een wisseling van advocaat en de omvang van het dossier. Het hof heeft enkele uitstelverzoeken toegekend, maar een verzoek op 5 september 2025 werd afgewezen.
De memorie van grieven is uiteindelijk op 16 september 2025 om 10:34 uur via Veilig Mailen ingediend, terwijl het uiterste inlevertijdstip op die dag om 10:00 uur was verstreken. Bovendien was eerder die dag een memorie van grieven ingediend die niet op deze zaak betrekking had. Namens geïntimeerde is bezwaar gemaakt tegen de niet-tijdige indiening. Het hof heeft het verzoek van appellant om de laat ingediende memorie alsnog te accepteren afgewezen en akte van niet-dienen verleend.
Het hof oordeelt dat geen verschoonbare omstandigheden zijn aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen, noch dat sprake is van een fout van het hof. Gezien de wettelijke bepalingen en het Landelijk procesreglement is het recht van appellant om grieven te formuleren vervallen. Daarom wordt appellant niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten van het geding, terwijl het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet tijdig indienen van de memorie van grieven.