ECLI:NL:GHARL:2025:7839

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
200.357.213
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezag over minderjarige in het kader van de ontwikkeling en veiligheid van het kind

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beëindiging van het gezag van de moeder over haar minderjarige kind. De rechtbank Midden-Nederland had eerder op 17 april 2025 het gezag van de moeder beëindigd, een beslissing waartegen de moeder in hoger beroep ging. Het hof oordeelt dat de moeder het gezag niet kan hernemen, omdat het kind, geboren in 2015, ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Het hof wijst op de langdurige verwaarlozing en onveiligheid die het kind heeft ervaren, wat heeft geleid tot problematisch gedrag en een grote behoefte aan stabiliteit en professionele zorg. De moeder heeft weliswaar stappen gezet in haar persoonlijke ontwikkeling, maar het hof concludeert dat de situatie nog te fragiel is om het gezag te herzien. De moeder verwacht bovendien een nieuw kindje, wat extra complicaties met zich meebrengt. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank en benadrukt dat het belang van het kind voorop staat. Het hof stelt vast dat het kind niet meer kan wachten op duidelijkheid over zijn woonplek en dat er snel een passende oplossing moet komen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.357.213
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 585117
beschikking van 9 december 2025
over de beëindiging van het gezag over [minderjarige]
in de zaak van
[moeder](de moeder)
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. F. Pool
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Utrecht
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(de GI)
die is gevestigd in Utrecht
en
[vader](de vader)
die woont in [woonplaats2]

1.Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn de ouders van [minderjarige] , geboren [in] 2015.
2.2.
De ouders hadden beiden het gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] heeft in 2019 een half jaar onder toezicht gestaan. Sinds 19 augustus 2022 staat [minderjarige] opnieuw onder toezicht van de GI.
2.4.
Sinds 20 januari 2023 is [minderjarige] met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst. [minderjarige] verblijft inmiddels al langer dan twee jaar op de behandelgroep [behandelgroep] van Pluryn.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De raad heeft de rechtbank op 3 december 2024 verzocht het gezag van de moeder en de vader te beëindigen.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 17 april 2025. De vader is van deze beslissing niet in hoger beroep gekomen.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om haar gezag over [minderjarige] te beëindigen. Zij komt daarom in hoger beroep. Zij vraagt het hof:
  • het verzoek van de raad om haar gezag over [minderjarige] te beëindigen alsnog af te wijzen
  • of anders het verzoek van de raad zes maanden aan te houden en [naam] een deskundigenonderzoek te laten uitvoeren;
  • of anders het verzoek van de raad zes maanden aan te houden in afwachting van hulpverlening aan de moeder om te accepteren dat het perspectief van [minderjarige] niet bij de moeder ligt.
4.2.
De raad vindt dat de beslissing in stand moet blijven.
4.3.
De GI vindt ook dat de beslissing in stand moet blijven.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • de stukken van de moeder ingediend op 28 oktober 2025
  • het verweerschrift van de GI
  • het verweerschrift van de raad
  • de stukken van de moeder ingediend op 10 november 2025.
4.5.
De zitting bij het hof was op 11 november 2025. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • twee vertegenwoordigers van de raad
  • een vertegenwoordiger van de GI
De vader is opgeroepen maar niet verschenen. De moeder heeft ter zitting meegedeeld dat de vader niet in de gelegenheid was om te kunnen komen. Zij heeft de vader kort voor de zitting gesproken en gevraagd of ze nog punten namens hem moest bespreken.
4.6.
Op 12 november 2025 heeft het hof van de jeugdbeschermer van de GI alsnog een korte brief namens [minderjarige] ontvangen waarin [minderjarige] aangeeft dat zij weet dat ze niet bij haar moeder mag wonen, dat dat is wat ze het liefste zou willen en dat zij anders bij haar vader wil wonen. Ook heeft [minderjarige] een aantal wensen opgeschreven wat betreft het contact met haar vader en met haar moeder tijdens de feestdagen in de december 2025.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt. [1]
5.2.
Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen. [2]
Hoe oordeelt het hof?
5.3.
De rechtbank heeft het gezag van de moeder terecht beëindigd. Het hof legt hierna uit waarom.
5.4
Zoals de rechtbank ook al heeft overwogen is [minderjarige] door langdurige verwaarlozing en onveiligheid een ernstig beschadigd kind. Bij [minderjarige] is sprake van zeer problematisch gedrag. Zij is snel ontregeld, overprikkeld en ervaart heftige emoties. Zij heeft een grote behoefte aan volwassenen om haar heen die haar helpen met het begrenzen, verwerken van prikkels en veiligheid bieden door consequente nabijheid, structuur, regels en grenzen. Er wordt al lange tijd gezocht naar een vervolgplek voor [minderjarige] , maar vanwege haar gedragsproblematiek is dat nog niet gelukt. De GI heeft toegelicht dat [minderjarige] op meer dan twintig plekken zonder succes is aangemeld. Ondertussen gaat het steeds minder goed op de behandelgroep. [minderjarige] ziet kinderen komen en gaan en loopt regelmatig weg. Zij is zelfs een keer ’s nachts teruggevonden in Rotterdam.
Op grond van deze informatie staat vast dat de opvoeding en verzorging van [minderjarige] van haar opvoeders heel veel zal vragen en dat haar opvoeders over buitengewoon goede opvoedingskwaliteiten en -vaardigheden moeten beschikken. De raad wijst er op dat het feit dat geen passende woonplek voor [minderjarige] kan worden gevonden, een duidelijke indicatie vormt dat [minderjarige] een professionele opvoedingssetting nodig heeft.
5.5
Het vorenstaande maakt dat het hof van oordeel is dat voldoende vast staat dat de moeder de opvoeding en verzorging van [minderjarige] niet weer op zich kan nemen binnen een afzienbare termijn. Het hof gaat voorbij aan de stellingen van de moeder dat zij eerder geen eerlijke kans heeft gekregen om te werken aan haar persoonlijke problematiek en dat zij inmiddels wel heeft kunnen inzetten op de verwerking van haar trauma’s. Dat de moeder voldoende onderbouwd heeft dat zij zeer gemotiveerd daadwerkelijk met de geadviseerde hulpverlening (schematherapie en EMDR) aan de slag is gegaan en vooruitgang op diverse punten heeft geboekt, zij heeft inmiddels zoals zij dat noemt een “kalm brein”, maakt de situatie voor het hof niet anders. Wel is dat een compliment waard, het is knap dat de moeder dit heeft bereikt. De moeder heeft haar leven op dit moment wellicht beter op de rit, maar deze situatie is nog erg pril en het hof ziet ook zorgpunten wat betreft de stabiliteit van de situatie van de moeder.
5.6
De moeder verwacht een kindje in het voorjaar 2026 met haar nieuwe partner. Er komen dus grote veranderingen in het leven van de moeder waar zij ook zonder de zorg voor [minderjarige] al haar handen aan vol zal hebben, gelet op haar belaste verleden (periodes met verschillende partners waarin sprake was van huiselijk geweld, eigen problematiek en onvoldoende samenwerking met de hulpverlening). De moeder stelt dat zij op dit moment een “kalm brein” heeft, maar afgewacht moet worden wat de veranderingen door de zwangerschap en bevalling teweeg brengen. De moeder woont niet samen met haar partner, dus de zorg voor dit nieuwe kindje zal straks voornamelijk op haar schouders rusten. Deze nieuwe ontwikkelingen bij de moeder kunnen niet worden gecombineerd met de zware zorg voor [minderjarige] Het hof begrijpt uit de stellingen van de moeder dat zij dit zelf ook min of meer inziet.
Daar komt nog bij dat haar huidige partner kennelijk kampt met psychische problemen. Enige tijd geleden heeft de moeder deze partner meegenomen naar een omgangsmoment met [minderjarige] en is er een voorval geweest. Ter zitting heeft de moeder hierover toegelicht dat haar partner leed aan een psychose en dat hij na dit voorval twee maanden opgenomen is geweest in een instelling. De moeder zegt dat hiervan zelf ook erg is geschrokken, maar de situatie van haar partner nu weer onder controle is. De jeugdbeschermer heeft hierop gereageerd en meegedeeld dat er bij de professionals al langere tijd zorgen waren over het gedrag van de partner van de moeder en deze zorgen ook bekend waren bij de moeder. De moeder had er ook voor kunnen kiezen om de partner niet mee te nemen naar het bezoek bij [minderjarige] vanwege zijn gedrag. Het hof stelt vast dat de moeder de situatie van haar partner in ieder geval niet goed heeft onderkend en dat dit tot gevolg heeft gehad dat [minderjarige] hiermee is belast en nog meer in verwarring is gebracht over haar toekomstige woonplek.
5.7
Verder is er ook verschil van inzicht over de manier waarop de moeder [minderjarige] heeft geïnformeerd over haar zwangerschap. De GI heeft nader onderbouwd dat de professionals de moeder hadden geïnstrueerd te wachten met informatie hierover aan [minderjarige] , omdat [minderjarige] dan extra begeleiding en ondersteuning nodig zal hebben. De moeder heeft er desalniettemin op de dag dat zij haar verjaardag met [minderjarige] kwam vieren voor gekozen om [minderjarige] toch al te informeren. Ook had zij bij dit bezoek zonder overleg niet alleen haar partner en haar moeder maar ook de vader haar van haar nieuwe partner meegenomen.
In reactie hierop stelt de moeder dat zij een ander advies vanuit [behandelgroep] heeft gekregen en dat zij de dag ervoor bij de verloskundige was geweest en er dus meer zekerheid was over haar zwangerschap. Verder bleek volgens de moeder dat [minderjarige] al vermoedde dat er sprake was van een zwangerschap. Haar netwerk was op dat moment aanwezig om [minderjarige] op te vangen.
Het hof constateert dat de moeder haar beslissing om [minderjarige] op dat moment te informeren over haar zwangerschap in ieder geval niet voldoende heeft afgestemd met de professionals.
5.8
Uit het vorenstaande leidt het hof af dat de moeder soms onhandige dingen doet en de gevolgen daarvan voor [minderjarige] niet goed kan overzien. Verder voelt [minderjarige] vermoedelijk aan dat haar moeder haar het liefst zelf wil opvoeden en verzorgen. Dat is lastig voor [minderjarige] , zeker nu het zo moeilijk is om een geschikte professionele opgroeiplek voor haar te vinden.
Alle betrokkenen zijn het er over eens dat het op dit moment niet goed gaat met [minderjarige] . Zij ervaart onvoldoende dat zij er mag zijn en dit vertaalt zich in extreme gedragsproblematiek. Het hof is het met de raad eens dat het niet haalbaar en passend is om te kijken wat de moeder [minderjarige] nog kan bieden. Deze wens van de moeder is begrijpelijk, maar niet realistisch.
5.9
Het is van het grootste belang dat de GI snel een plek voor [minderjarige] vindt waar zij een stabiele basis krijgt, weer naar school kan gaan en zich weer kan ontwikkelen. Dit alles tezamen maakt ook dat een perspectiefonderzoek dan wel een deskundigenonderzoek, en ook het aanhouden van de beslissing over het gezag van de moeder, zoals de moeder heeft verzocht, in strijd is met de belangen van [minderjarige] . [minderjarige] kan niet meer wachten, zij heeft grote behoefte aan duidelijkheid. Er is naar het oordeel van het hof voldaan aan het wettelijk criterium voor beëindiging van het gezag van de moeder. Deze beslissing is gelet op de omstandigheden van het geval naar het oordeel van het hof ook niet in strijd met de door de advocaat van de moeder aangehaalde internationale verdragen.
5.1
Gebleken is dat de GI vanwege de precaire situatie van [minderjarige] nu wel gaat onderzoeken of het haalbaar is dat de vader (met zijn huidige partner en hun kinderen) [minderjarige] in zijn gezin gaat opnemen. De moeder geeft aan dat als [minderjarige] niet bij haar kan wonen, zij dan graag wil dat [minderjarige] bij haar vader gaat wonen. Zij vraagt om in een dergelijk onderzoek ook de mogelijkheden voor uitbreiding van haar omgang met [minderjarige] mee te nemen. Het hof merkt hierover op dat het aan de GI is om in te schatten of de omgang met de moeder kan worden uitgebreid. Nu bekeken wordt of de vader en zijn partner een geschikte plek voor [minderjarige] kunnen bieden, kan het hof zich voorstellen dat de GI zich eerst richt op het uitbreiden van het contact met de vader en zijn gezin.
5.11
De beslissing van de rechtbank moet dus in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 17 april 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, K.A.M. van Os-ten Have en S. Kuijpers, bijgestaan door de griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 1:266 lid 1 onder a en b BW
2.Artikel 3 en artikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind