De moeder van een minderjarige, geboren in 2009, heeft in hoger beroep verzocht om een co-ouderschapsregeling en de benoeming van een bijzondere curator, nadat de rechtbank deze verzoeken had afgewezen. De ouders hebben samen het gezag en hadden een ouderschapsplan uit 2012, waarin omgangsregeling met de vader was vastgelegd. Sinds januari 2024 woont het kind bij de vader.
Het hof constateert dat de situatie is gewijzigd, maar acht uitbreiding van de zorgregeling niet in het belang van het kind, mede omdat het kind bijna 16 jaar is en de huidige regeling passend vindt. De moeder maakt zich zorgen over de situatie, maar het hof vindt een nieuw hulpverleningstraject niet zinvol gezien de verstoorde ouderrelatie en het advies van de raad.
De benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat er geen sprake is van een belangenstrijd tussen ouders en kind die dit rechtvaardigt. Ook het verzoek om een raadsonderzoek wordt afgewezen omdat het dossier en de adviezen geen noodzaak daarvoor tonen. Het hof bekrachtigt daarmee de eerdere beschikking van de rechtbank.