ECLI:NL:GHARL:2025:7949

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
21-005372-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cybercriminaliteit met computervredebreuk, oplichting en diefstal van cryptovaluta

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland. De verdachte is beschuldigd van verschillende cybercriminaliteit gerelateerde feiten, waaronder computervredebreuk, oplichting en diefstal van cryptovaluta. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep voor bepaalde tenlasteleggingen en heeft hem vrijgesproken van enkele beschuldigingen. Echter, de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 31 maanden voor de bewezenverklaarde feiten, waaronder computervredebreuk en oplichting. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het versturen van phishing-sms'jes en het onrechtmatig binnendringen in systemen van slachtoffers, waarbij aanzienlijke bedragen aan cryptovaluta zijn gestolen. De vorderingen van benadeelde partijen zijn gedeeltelijk toegewezen, waarbij het hof de schadevergoeding heeft vastgesteld op basis van de bewezen feiten. De uitspraak benadrukt de ernst van cybercriminaliteit en de impact op slachtoffers, evenals de noodzaak van een passende straf.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005372-24
Uitspraakdatum: 12 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 25 november 2024 met parketnummer 18-130671-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-194702-21, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in P.I. [plaats 1] , [locatie] te [plaats 1] .

1.Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

2.Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de terechtzitting van het hof van 28 november 2025 en wat op de terechtzitting van de rechtbank Groningen van 11 november 2024 is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende
  • tot veroordeling van verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 3 en het onder 5 tot en met 10 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest;
  • toewijzing van de gehele vordering van [benadeelde partij 3] (€ 19.515,00), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • gedeeltelijke toewijzen van de vordering van [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 6.778,47, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • toewijzing van de gehele vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5] (€ 1.293,00), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • gedeeltelijke toewijzing van de vordering van [benadeelde partij 4] tot een bedrag van € 4.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.J. van den Hoonaard, hebben aangevoerd.

3.Ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep

Verdachte is door de rechtbank bij voornoemd vonnis vrijgesproken van wat hem onder 4 ten laste is gelegd. Verder is verdachte vrijgesproken van het onder 8 ten laste gelegde voor zover dit ziet op de ten laste gelegde oplichting en diefstal in de zaak van aangever [benadeelde partij 2] . Door de wijze van ten laste leggen en de keuze voor het gebruik van de “en/of-constructie’ in de tenlastelegging, gaat het hof uit van een impliciet cumulatieve wijze van ten laste leggen. Het hof is daarmee, nu er geen hoger beroep is ingesteld door het openbaar ministerie, van oordeel dat sprake is van een onherroepelijke vrijspraak ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde voor zover dit ziet op de oplichting en de diefstal in de zaak van aangever [benadeelde partij 2] .
Door de verdachte is het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep van verdachte is dan ook mede gericht tegen voornoemde (deel)vrijspraak. Gelet op dat wat is bepaald in artikel 404, vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering staat voor verdachte echter geen hoger beroep open tegen deze beslissing. Het hof zal verdachte dan ook nietontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven (deel)vrijspraak ten aanzien van de feiten die ten laste zijn gelegd onder 4 en 8 voor zover dit ziet op de diefstal in de zaak van aangever [benadeelde partij 2] .

4.Het vonnis

Naast voornoemde (deel)vrijspraak heeft de rechtbank verdachte bij voornoemd vonnis ten aanzien van het onder 1 tot en met 3 en het onder 5 tot en met 10 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder heeft de rechtbank de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5] geheel (€ 1.293,00 aan materiële schade) toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van [benadeelde partij 1] heeft de rechtbank gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 6.778,47 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De rechtbank heeft benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering. Tot slot heeft de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een deels andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof zal daarom het vonnis van de rechtbank vernietigen en opnieuw rechtdoen.

5.Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:
1.
(MO 1- computervredebreuk op TAS via [provider 2] )
hij op of omstreeks 24 april 2023 in [plaats 2] en/of in [plaats 3] en/of in [plaats 4] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een) webserver(s) met daarop de account(s) van (onder meer) [provider 2] (voor het TAS-systeem van [provider 1] ) en/of het TAS ( [provider 1] Aanvraag Systeem) en/of het KTM (Klant Management Tool) van [provider 1]
a. door het doorbreken van een beveiliging, en/of
b. met behulp van valse signalen of een valse sleutel, en/of
c. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
te weten door (via een opgeslagen webpagina/URL) een (onrechtmatige gestarte) inlogsessie voort te zetten en/of opnieuw te starten vanuit het TAS-account van [provider 2] ;
2.
(computervredebreuk op TAS via [provider 1] omgeving klanten)
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 9 april 2023 tot en met 13 mei 2023 in [plaats 2] en/of in [plaats 3] en/of in [plaats 4] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere webservers met daarop de [provider 1] account(s)/omgeving(en) behorend bij de (gebruikers van de) telefoonnummers:
(IMEI B)
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
(IMEI C)
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
[IMEI nummers]
(IMEI D )
[IMEI nummers]
a. door het doorbreken van een beveiliging en/of
b. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
c. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
te weten door met onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens in te loggen op de [provider 1] accounts toebehorend bij die (gebruikers van die) telefoonnummer(s);
3.
(computervredebreuk op diverse accounts slachtoffers)
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 29 april 2023 tot en met 28 mei 2023 in [plaats 2] en/of in [plaats 3] en/of in [plaats 4] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in (een gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere computersyste(e)men en/of een of meerdere webservers met daarop de mailaccount(s) en/of webshop account(s) en/of cryptowallet(s) en/of het(/de) cryptoaccount(s) van:
-
[benadeelde partij 1] voor (de toegang tot en/of het gebruik van) [handelsplatform 1] en/of [handelsplatform 2] en/of [handelsplatform 3] en/of [handelsplatform 4] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , en/of
- [benadeelde partij 6] voor (de toegang tot en/of het gebruik van) het [email-account 1] , en/of
- [benadeelde partij 7] voor (de toegang tot en/of het gebruik van) [handelsplatform 5] ,
a. door het doorbreken van een beveiliging en/of
b. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
c. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
te weten door met onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens in te loggen op voornoemde accounts;
5.
(Oplichting via phishing sms Belastingdienst)
hij, op een of meer tijdstippen, op of omstreeks 18 april 2023 te [plaats 2] , [gemeente] en/of [plaats 4] en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels een of meer persoon/personen, te weten [benadeelde partij 8] , heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 1.328,16, althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven –
-
zich jegens die [benadeelde partij 8] (valselijk) voorgedaan als (medewerker van) de Belastingdienst
- voornoemde aangever(s) een SMS gestuurd en/of laten sturen door medeverdachte(n), zogenaamd uit naam van de Belastingdienst, (valselijk) inhoudende dat die [benadeelde partij 8] een openstaande schuld had, welke al dan niet binnen een dag afgelost moest worden en dat beslaglegging voorkomen kon worden door via de betaallink de schuld af te lossen, daarbij (valselijk) gebruikmakend van de naam/hoedanigheid van de Belastingdienst, een vals kenmerk en het logo van de Belastingdienst
- op de phishingpagina waarnaar verwezen werd in de SMS een betaallink/betaalknop/aflosknop opgenomen, via welke link/knop de aangever(s) zogenaamd de belastingschuld zou kunnen aflossen, maar welke in werkelijkheid door linkte naar een betaal- of inlogomgeving waarbij, na betaling, voornoemde geldbedrag(en) werden gestort op rekening [nummer 1] t.n.v. [naam 1]
- deze aangever(s) laten klikken op de betaallink/betaalknop/aflosknop en een betaaltransactie laten accorderen/uitvoeren, waardoor die aangever(s) werd(en) bewogen tot voornoemde afgifte(n)
EN/OF
hij, op een of meer tijdstippen, op of omstreeks 18 april 2023 te [plaats 2] , [gemeente] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, € 1.328,16, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een of meer ander(en) toebehoorde(n), te weten aan [benadeelde partij 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten via onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of (autorisatie)code(s) (zoals een code van een Random Reader en/of Webber en/of Digipas en/of e.dentifier en/of een TAN-code) voor het inloggen op de internetbankierenaccount(s) van voornoemde aangever(s) en/of het autoriseren van een mobiel bankieren app en/of het autoriseren van een overboeking;
6.
(Diefstal crypto’s [benadeelde partij 1] )
hij (op een of meerdere tijdstippen) op of omstreeks 30 april 2023 in [plaats 2] en/of in [plaats 3] en/of in [plaats 4] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, een of meerdere goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n), te weten:
0,02956800 BTC (bitcoin) en/of
3,39829689 ETH (ethereum) (met een totale waarde van ongeveer € 6.643,52),
van (de heer) [benadeelde partij 1] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of listige kunstgrepen, te weten via onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens en/of (autorisatie)(sms)code(s) voor het inloggen op het account en/of het verkrijgen van toegang tot en/of het gebruik van de cryptowallet(s) van die [benadeelde partij 1] ;
7.
(Diefstal crypto’s [benadeelde partij 7] )
hij (op een of meerdere tijdstippen) op of omstreeks 28 mei 2023 in [plaats 2] en/of in [plaats 3] en/of in [plaats 4] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, een of meerdere goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n), te weten:
diverse cryptovaluta (met een totale waarde van ongeveer €7.500,-), althans enig goed,
van (de heer) [benadeelde partij 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of listige kunstgrepen, te weten via onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens en/of (autorisatie)(sms)code(s) voor het inloggen op het account en/of het verkrijgen van toegang tot en/of het gebruik van de cryptowallet(s) van die [benadeelde partij 7] ;
8.
(Oplichting via phishing sms Belastingdienst en bankhelpdeskfraude)
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 19 april 2023 tot en met 8 mei 2023 te [plaats 2] , [gemeente] , en/of [plaats 4] en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels een of meer persoon/personen, te weten (onder meer)
- [benadeelde partij 3] (in totaal € 56.862,-)
- [benadeelde partij 9] (enig geldbedrag t.w.v. een Google Pixel 6a en een Google Pixel 6 bij [provider 3] .com)
(telkens) heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed
- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (onder meer) een of meer persoonsgegevens en/of bankrekeninggegevens en/of toegangscode(s) en/of inloggegevens voor (een) internetbankieren(applicatie), in elk geval gegevens die toegang gaven tot de bankrekeningen van voornoemde personen
immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -
- een (phishing) sms gestuurd naar voornoemde aangevers, met daarin de tekst ' [benadeelde partij 4] : er is zojuist een nieuw toestel gekoppeld aan uw internetbankieren! Herkent u dit niet? Ga naar: http://s.id/1Gqy8', althans een bericht van vergelijkbare strekking, hierbij gebruikmakend van verdachte en/of mededader(s) valse hoedanigheid van medewerker van de [benadeelde partij 4] , en/of
- de (valse) webpagina beheerd en zo opgemaakt dat het lijkt alsof de pagina een daadwerkelijke pagina is van de [benadeelde partij 4] , en/of
- een invulformulier op die webpagina geplaatst waarin gevraagd werd om bankrekeninggegevens en/of persoonsgegevens, daarmee de indruk wekkend dat deze gegevens bij de [benadeelde partij 4] terecht zouden komen, terwijl die ingevulde gegevens in werkelijkheid terecht kwamen bij verdachte en/of zijn medeverdachten, en/of
- contact opgenomen met [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 9] , daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van de [benadeelde partij 4] en in deze gesprekken de aangever(s) voorgehouden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van zijn/hun rekening en dat zij hem moest(en) helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde 'kluisrekening' te zetten en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening en dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), hem/hen zou helpen het probleem te verhelpen, en/of
- aangevers(s) geïnstrueerd [bedrijf 3] en/of [bedrijf 3] of een ander meekijkprogramma te installeren, en/of
- ( vervolgens) aangever(s) geïnstrueerd in te loggen op een inlog/betaalomgeving (zogenaamd) van een bank en/of in te loggen op de internetbankieren(accounts) van aangever(s), en/of
- aangever(s) geïnstrueerd een door verdachte en/of medeverdachte klaargezette QR-code te scannen en/of betaallink te gebruiken om daarmee een betaling te accorderen ter veiligstelling van de gelden en/of op een andere manier geïnstrueerd geld af te schrijven van zijn/haar rekening, waardoor die persoon/personen werd(en) bewogen tot voornoemde afgifte(n) en/of het ter beschikking stellen;
9.
(Oplichting phishing sms en belfraude uit naam van Belastingdienst)
hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 17 april 2023 tot en met 21 april 2023 te [plaats 2] , [gemeente] en/of [plaats 4] en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels een of meer persoon/personen, te weten (onder meer)
[benadeelde partij 5] (€ 9.947,-)
[benadeelde partij 10] (€ 2.937-)
(telkens) heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemd(e) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed
- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (onder meer) een of meer persoonsgegevens en/of bankrekeninggegevens en/of toegangscode(s), immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -
- een (phishing) sms gestuurd naar voornoemde aangevers, met daarin de tekst dat de ontvanger een belastingschuld zou hebben, dat de volgende dag overgegaan zal worden tot beslaglegging en dat dit voorkomen kon worden door op de betaallink te klikken, hierbij gebruikmakend van verdachte en/of mededader(s) valse hoedanigheid van medewerker van de Belastingdienst
- de (valse) webpagina beheerd een invulformulier op die webpagina geplaatst/laten plaatsen waarin gevraagd werd om bankrekeninggegevens en/of persoonsgegevens, daarmee de indruk wekkend dat deze gegevens bij de Belastingdienst terecht zouden komen, terwijl die ingevulde gegevens in werkelijkheid terecht kwamen bij verdachte en/of zijn medeverdachten
- contact opgenomen met voornoemde aangevers, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker van de Belastingdienst en in deze gesprekken de aangever(s) voorgehouden dat hij/zij een belastingschuld had(den) en dat hij, verdachte, hem/hen zou helpen om de betaling in orde te maken
- ( vervolgens) aangever(s) geïnstrueerd in te loggen op een inlog/betaalomgeving (zogenaamd) van een bank en/of in te loggen op de internetbankieren(accounts) van aangever(s) en/of
- aangever(s) geïnstrueerd een door verdachte en/of medeverdachte klaargezette QR-code te scannen en/of betaallink te gebruiken om daarmee een betaling te accorderen ter veiligstelling van de gelden en/of op een andere manier geïnstrueerd geld af te schrijven van zijn/haar rekening, waardoor die persoon/personen werd(en) bewogen tot voornoemde afgifte(n) en/of het terbeschikkingstellen;
10.
(SMS-bommen, Poging oplichting via sms Belastingdienst/ [benadeelde partij 4] / [provider 1] )
hij (op een of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 13 maart 2023 tot en met 13 juni 2023 in [plaats 2] en/of in [plaats 3] en/of in [plaats 4] en/of op een of meerdere (andere) locaties in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door hem en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels, een groot aantal, althans een of meerdere, personen, onder wie [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] , (telkens) te bewegen tot
- de afgifte van een of meerdere geldbedragen, althans enig goed, en/of
- het ter beschikking stellen van (persoons- en inlog)gegevens en/of
- het aangaan van een schuld, door, met het hiervoor omschreven oogmerk, valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :
- (
met IMEI B) circa 25.684, althans een groot aantal, in ieder geval een of meerdere, phishing sms(-berichten) te versturen, onder meer naar voornoemde aangevers, en/of
- het doen voorkomen als dat die sms verzonden was door en/of namens De Belastingdienst en/of [provider 1] en/of [benadeelde partij 4] en/of andere bedrijven,en/of
- ( in die sms) te kennen te geven dat de ontvanger(s), (ondanks meerdere herinneringen,) nog een openstaande (belasting)schuld had(den) en/of dat die ontvanger(s) die (belasting)schuld (aan De Belastingdienst) moesten betalen (al dan niet via een betaallink of door storting op de genoemde bankrekening in de sms) en/of dat bij uitblijven van betaling overgegaan zal worden tot beslaglegging door een deurwaarder en/of
- ( in die sms) te kennen te geven dat een nieuw toestel gekoppeld zou zijn aan het internetbankieren-account van de ontvanger(s) en/of dat op de link (een variant op s.id) geklikt moest worden als de ontvanger(s) dit niet zou(den) herkennen, waarbij die ontvanger(s) geïnstrueerd werden om persoons- en/of bankgegevens in te vullen en/of
- ( in die sms) te kennen te geven dat een inlogpoging zou hebben plaatsgevonden in het ( [provider 1] -)account van de ontvanger(s) en/of dat op de link (een variant op s.id) geklikt moest worden als de ontvanger(s) dit niet zou(den) herkennen, waarbij die ontvanger(s) geïnstrueerd werden om persoons- en/of bankgegevens in te vullen en/of
- ( aldus) een onjuiste voorstelling van zaken en belangen aan die ontvanger(s) gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6.Bewijsoverweging

6.1.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich ten aanzien van het onder 1 tot en met 3 en het onder 5 tot en met 10 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich namens verdachte op het standpunt gesteld dat deze van het onder 1, 2, 5, 8 en 9 ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden. Meer in het bijzonder heeft de raadsman ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte enkel sms’jes heeft verstuurd tegen betaling. Dit is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het plegen of medeplegen van de onder 5 ten laste gelegde oplichting te komen.
Ten aanzien van het onder 8 en 9 ten laste gelegde heeft de raadsman onder andere aangevoerd dat niet is bewezen dat verdachte de verschillende oplichtingen heeft gepleegd. Er zijn sterke aanwijzingen in het dossier dat een ander deze oplichtingen heeft gepleegd. Zo hebben aangevers [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] een sms-bericht ontvangen van IMEI C. Uit het dossier blijkt dat verdachte niet de gebruiker is geweest van IMEI C. Het enkel mogelijk ophalen van een pakketje tegen betaling, zo ver is het overigens niet gekomen, is daarnaast onvoldoende om te kunnen spreken van een bewuste en nauwe samenwerking met degene die de oplichting heeft gepleegd.
6.3.
Oordeel van het hof
Op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is het hof niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen overtuigd geraakt dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof is echter van oordeel dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring van het onder 3 en het onder 5 tot en met 10 ten laste gelegde te komen. Het hof heeft dit bewijs hieronder uitgewerkt. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dit bewijs. Het hof overweegt hiertoe in het bijzonder op de navolgende wijze.
6.3.1.
Het onder 1 ten laste gelegde
Het hof stelt op grond van het dossier vast dat er op 24 april 2023 een frauduleuze simswap heeft plaatsgevonden ten aanzien van telefoonnummer [nummer 2] . Dit telefoonnummer is geswapt naar IMEI C en dit is gebeurd via de dealeromgeving (genaamd TAS) van [provider 2] (hierna: [provider 2] ). [provider 2] is een salespartner van [provider 1] . Om in de dealeromgeving van [provider 2] te komen is gebruikgemaakt van een op 1 februari 2021 om 00:29 uur uitgegeven ticket, gekoppeld aan de dealercode en -naam van [provider 2] . Dit ticket is een reeks van 160 cijfers en letters uit het hexadecimale stelsel. De reeks is dermate uniek dat het kan worden beschouwd als een identificerend kenmerk voor dát specifieke moment van het openen van het inlogscherm. De ticket die bij deze onrechtmatige inlogsessie op 24 april 2023 is gebruikt, komt precies overeen met de ticket die verdachte in 2021 in onderzoek Bloempot01 heeft misbruikt. Bij een doorzoeking van verdachtes woning in juni 2023 is dit ticket ook aangetroffen in een bestand in de map "Emile’ op de bij verdachte in beslag genomen Medion laptop. Verdachte heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat het zijn laptop was, maar dat hij deze niet meer gebruikte en niet wist dat de ticket er nog op stond. Op basis van het dossier is niet vast te stellen dat de betreffende ticket op 24 april 2024 is gebruikt vanaf de Medion laptop van verdachte of vanaf het IP-adres geregistreerd op de woning van verdachte. Evenmin is vast te stellen dat het verdachte zelf is geweest die (eventueel via een ander apparaat of vanaf een andere locatie) op die dag door middel van de ticket heeft binnengedrongen in het TAS. Om te kunnen beoordelen of het onder 1 verwetene bewezen kan worden verklaard, dient het hof daarom de vraag te beantwoorden of verdachte als medepleger van deze computervredebreuk kan worden aangemerkt.
Voor het beantwoorden van deze vraag acht het hof van belang dat uit het dossier is gebleken dat op 13 maart 2023, ruim een maand voor voornoemde computervredebreuk, gebruik is gemaakt van de hiervoor genoemde ticket. Mogelijk om te testen of hiermee nog in de dealeromgeving ingelogd kon worden. Uit onderzoek blijkt dat dit om 06.06 uur in de ochtend is gebeurd. Dit is relevant omdat uit het dossier blijkt dat verdachte op 13 maart 2023 op dat tijdstip nog gedetineerd was en pas later in de ochtend in vrijheid was gesteld. Een en ander duidt erop dat een ander op dat moment gebruik heeft moeten maken van de ticket. Nu verdachte op dat moment nog gedetineerd was, kan niet zonder meer gesteld worden dat sprake is van betrokkenheid van verdachte hierbij. Niet gebleken is bijvoorbeeld dat verdachte degene is geweest die de betreffende ticket of zijn Medion laptop aan deze persoon ter beschikking heeft gesteld. Bovendien maakt het dossier in onderzoek Bloempot01 geen onderdeel uit van het dossier in onderhavige strafzaak. Hierdoor is onduidelijk welke persoon, die een rol heeft gespeeld in dat onderzoek, in welke mate toegang heeft gehad of heeft kunnen hebben tot de ticket. Het is namelijk voor iedere persoon die over de cijfer- en lettercombinatie van de ticket beschikt mogelijk om deze via een willekeurig apparaat te gebruiken. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat het enkele (nog) beschikbaar hebben van de ticket op een laptop die eigendom is van verdachte en die in zijn woning is aangetroffen, onvoldoende is om betrokkenheid van verdachte aan te nemen, zodat ook niet bewezen kan worden dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde computervredebreuk. Het hof zal verdachte daarom van het onder 1 ten laste gelegde vrijspreken.
6.3.2.
Het onder 2 ten laste gelegde
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde stelt het hof op basis van het dossier vast dat er in de periode van 9 april 2023 tot en met 13 mei 2023 is binnengedrongen in diverse [provider 1] -accounts van verschillende klanten van [provider 1] . Uit het Excelbestand dat als bijlage bij de aangifte van [provider 1] is gevoegd, blijkt dat met telefoontoestellen met - kortgezegd - de IMEI’s B, C en D gebruik is gemaakt van geswapte e-sims ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde telefoonnummers. Voor elk van deze IMEI-nummers is te zien voor welk telefoonnummer (MSISDN) een simswap is aangevraagd en met welk van de IMEI-nummers daarvan gebruik is gemaakt en wanneer. Op de zitting in hoger beroep en in eerste aanleg heeft verdachte verklaard dat hij de gebruiker was van IMEI B en dat hij gebruik heeft gemaakt van de e-sims behorende bij de telefoonnummers die onder IMEI B in de tenlastelegging zijn genoemd.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat op basis van het voorgaande en de overige inhoud van het dossier niet vastgesteld kan worden dat verdachte degene is geweest die zelf in de [provider 1] -accounts van de klanten van [provider 1] is binnengedrongen. De vraag waarvoor het hof zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde gesteld ziet, is dan ook of verdachte als medepleger van dat feit kan worden aangemerkt.
Deze vraag dient naar het oordeel van het hof ontkennend te worden beantwoord. Op basis van het dossier is weliswaar vast te stellen dat verdachte vanaf IMEI B gebruik heeft gemaakt van de al geswapte e-sims, maar niet hoe verdachte precies de beschikking heeft gekregen over deze e-sims. Verdachte heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat hij de geswapte e-sims heeft gekocht via Telegram. Hij ontving vervolgens een QR-code. Na het scannen van deze code kon hij via zijn toestel met het IMEI-nummer B van de geswapte e-sims (met bijbehorende telefoonnummers) gebruikmaken. Hierbij ging verdachte snel te werk. Kennelijk om ervoor te zorgen dat hij het ongedaan maken van het swappen van de e-sim door de rechtmatige eigenaren, voor zou zijn. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat uit deze handelswijze, hoe kwalijk ook, niet het medeplegen aan het binnendringen in de diverse [provider 1] -accounts dat aan het gebruik van de geswapte e-sims vooraf is gegaan, kan worden afgeleid. Het hof zal verdachte daarom ook van het onder 2 ten laste gelegde vrijspreken.
6.3.3.
Het onder 3, 6, 7 en 10 ten laste gelegde
Het hof acht de feiten 3, 6, 7 en 10 wettig en overtuigend bewezen, zoals hieronder opgenomen in de bewezenverklaring. Verdachte heeft deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig bekend en op de zitting in hoger beroep is geen vrijspraakverweer gevoerd ten aanzien van deze feiten. Het hof zal daarom voor deze feiten op grond van artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Deze opgave is hieronder per feit opgenomen. [1]
6.3.3.1. Het onder 3 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 24 mei 2023, opgenomen op pagina 93 tot en met 97 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .
3. Het proces verbaal van aangifte van 31 augustus 2023, opgenomen op pagina 189 tot en met 190 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 6] .
4. Het proces-verbaal van aangifte van 31 mei 2023, opgenomen op pagina 176 tot en met 178 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 7] .
6.3.3.2. Het onder 6 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 24 mei 2023, opgenomen op pagina 93 tot en met 97 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .
3. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever van 17 augustus 2023, opgenomen op pagina 157 tot en met 158 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .
6.3.3.3. Het onder 7 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 31 mei 2023, opgenomen op pagina 176 tot en met 178 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 7] .
6.3.3.4. Het onder 10 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2023, opgenomen op pagina 324 tot en met 326 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van de verbalisant.
6.3.4.
Het onder 5 ten laste gelegde
6.3.4.1. Bewijsmiddelen
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
Ik heb de sms’jes gestuurd met IMEI B, dus ook het sms’je aan [benadeelde partij 8] . Ik kreeg hier € 500,00 voor. Ik wist dat het foute boel was.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 19 april 2023, opgenomen op pagina 119 tot en met 121 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 8] , zakelijk weergegeven:
Vanochtend ontving ik een sms van telefoonnummer [nummer 3] , zogenaamd van de Belastingdienst, dat er een openstaand bedrag met spoed betaald zou moeten worden. Anders zou een deurwaarder langskomen. Ik heb betaald en nu is er een bedrag van € 1328,16 afgeschreven. Datum aanklikken link: 18 april 2023.
6.3.4.2. Bewijsoverweging
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen kan worden dat verdachte bij de oplichting van [benadeelde partij 8] betrokken is geweest als medepleger. De rol van verdachte was het sturen van een sms-bericht met daarin een phishinglink. De rol van verdachte is daarmee naar het oordeel van het hof, in tegenstelling tot het standpunt van de raadsman, van voldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. Dit nu verdachte door het sturen van de sms een noodzakelijke en wezenlijke schakel van de oplichting heeft gevormd. Zonder het versturen van de sms met daarin de phishinglink had de oplichting niet voltooid kunnen worden. Bovendien deelde verdachte mee in de buit, nu hij voor zijn rol een bedrag van € 500,00 heeft gekregen. Het hof gaat er gelet hierop vanuit dat tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) de benodigde afstemming met betrekking tot de oplichting is geweest zodat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn mededader(s). Het onder 5 ten laste gelegde kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.
6.3.5.
Het onder 8 en 9 ten laste gelegde
6.3.5.1. Bewijsmiddelen
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
In de zaken van aangevers [benadeelde partij 10] en [benadeelde partij 5] heb ik de sms-berichten gestuurd. Aangever [benadeelde partij 10] heb ik daarna ook opgebeld, samen met iemand anders. Wij hebben ons toen voorgedaan als medewerkers van de belastingdienst. In de zaken van aangevers [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 9] ben ik gevraagd om de pakketjes op te halen of om iemand te regelen om de pakketjes op te halen.
In de zaak van aangever [benadeelde partij 9] had ik een foto van het besteloverzicht op mijn telefoon staan. In de zaak van aangever [benadeelde partij 3] is op mijn Iphone XR een screenshot aangetroffen van PostNL. Dat ging om een bestelling van Amac. Ik wist dat het foute boel was. De Lenovo laptop is van mij. Het klopt dat deze laptop te zien is op een foto op mijn iPhone XR. Destijds had ik dagbesteding bij Scooter Refresh op [straat] in [plaats 4] .
2. Het proces-verbaal van aangifte van 5 september 2023, opgenomen op pagina 195 tot en met 198 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangever [benadeelde partij 10] , zakelijk weergegeven:
Op 21 april 2023 werd ik gebeld door een anoniem nummer. Ik ben in totaal door twee personen gebeld. Zij zeiden dat zij van de Belastingdienst waren en dat er nog een rekening openstond. Op hun verzoek heb ik een drietal overboekingen gedaan. In totaal gaat het om € 2.937,00.
3. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2023, opgenomen op pagina 574 tot en met 579 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Met betrekking tot [Order] verstrekte [provider 3] de volgende gegevens:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer. [nummer 4]
Betaalgegevens: [benadeelde partij 10] [rekeningnummer] .
4. Het proces-verbaal van aangifte van 24 april 2023, opgenomen op pagina 202 tot en met 205 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 5] , zakelijk weergegeven:
Ik had op 17 april jongstleden een sms ontvangen van “de Belastingdienst”. Deze sms zag ik op dinsdag 18 april (het hof begrijpt: 18 april 2023). Ik heb op de [link] in de sms geklikt en maakte een terugbelafspraak via bel-947542.com/betaal/inplannen. Vervolgens werd ik een paar uur later teruggebeld. Een zogenaamde medewerker ging het gesprek met mij aan over de vermeende betalingsachterstand. Hij gaf aan dat voor zover hij het kon zien een bedrag van rond de € 10.000,00 openstond in twee delen. De “medewerker” gaf aan dat dit rechtstreeks op dat moment, via een door hem aan te maken betaallink, betaald kon worden. Daarmee had ik zelf dus toestemming gegeven voor de betreffende betalingen.
Wat stond er in het bericht dat u heeft ontvangen?
Daarin stond: “[Belastingdienst] Uw openstaande schuld van € 1.322,21 is na meerdere herinneringen niet voldaan. Op 19 april 2023 zal de gerechtsdeurwaarder overgaan tot conservatoir beslag. U kunt de beslagprocedure voorkomen door direct het gehele bedrag te voldoen via: [link] .
Via de betaallink ging ik zelf naar mijn ING-app om mijn gegevens in te vullen.
Naam rekeninghouder andere partij: [naam 10] by Buckaroo, € 8.654,00, 18-04-2023.
Naam rekeninghouder andere partij: [naam 11] , € 1.293,00, 18-04 2023. Totaalbedrag: € 9.947,00.
5. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2023, opgenomen op pagina 574 tot en met 579 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op maandag 4 september 2023 zag ik, verbalisant, dat er door [provider 3] gegevens waren verstrekt. Bij de bestelling bij [provider 3] met nummer [nummer 5] was op 18 april 2023 een iPhone 14 Pro Max besteld met onderstaande gegevens:
Voor- en achternaam: [naam 9]
Factuuradres [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer: [nummer 6]
Betaalgegevens: [benadeelde partij 5] [rekeningnummer] .
6. Het proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2023, opgenomen op pagina 563 tot en met 564 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 28 augustus 2023 omstreeks 09.40 uur nam ik, verbalisant, telefonisch contact op met [benadeelde partij 9] . Ik, verbalisant, hoorde [benadeelde partij 9] hierop het volgende zeggen dat hij in april dit jaar gebeld was door een persoon die zich voordeed als medewerker van de [benadeelde partij 4] . Hij gaf aan van het fraudeteam te zijn. Er zou geld van zijn rekening naar het buitenland geprobeerd zijn over te boeken. Het was een man die hem belde. Deze vertelde hem dat hij een nieuwe pas moest ophalen. [benadeelde partij 9] moest een app downloaden op zijn telefoon. Dit was een soort van Teamviewer, maar wel een andere app dan Teamviewer. Deze had hij vervolgens gedownload. De man kon via de app vermoedelijk meekijken op zijn telefoon. [benadeelde partij 9] gaf aan dat hij het niet vertrouwde. Dit omdat de man belde met een onbekend nummer en hij het logischer vond dat de bank met een bekend nummer zou bellen. Vervolgens belde de man met een nummer gelijkend op het telefoonnummer van de [benadeelde partij 4] . Vervolgens gaf de man aan dat hij een nieuwe pas zou klaarzetten. Daarna moest [benadeelde partij 9] geld overboeken. [benadeelde partij 9] moest dit doen om zijn geld veilig te stellen. Vervolgens zag hij dat het bedrag naar [provider 3] ging. Hierop had [benadeelde partij 9] opgehangen. Vervolgens belde hij naar [provider 3] en legde hij uit wat er was gebeurd. De bestelling bij [provider 3] werd vervolgens geannuleerd.
[benadeelde partij 9] had een sms van de [benadeelde partij 4] gekregen. Hij moest gegevens checken met pas en pasnummer. De man die hem had gebeld wist zijn pasnummer ook. In de sms stond iets in de trant van dat er iemand via het buitenland geprobeerd had om geld over te maken via een tweede [app] . Klopt dit niet, dan moest hij zijn pasnummer en vervaldatum van de pas invullen. Ook moest hij ergens zijn geboortedatum, vervaldatum en pasgegevens invullen.
7. Het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2023, opgenomen op pagina 393 tot en met 427 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant, zag een met de iPhone XR gemaakte foto van 25 april 2023 om 17:40 uur. Daarop zag ik een scherm van een laptop waarvan de camera middels een plakkertje was afgeplakt. Op het scherm zag ik een webbrowser met een openstaande order van een Google Pixel 6a I28G6 Zwart en een Google Pixel 6 128GB Zwart. Bovenin beeld zag ik het ordernummer 31571137081 staan en besteldatum 25-04-2023.
8. Het proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2023, opgenomen op pagina 544 tot en met547 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 24 augustus 2023 zag ik, verbalisant, dat ik gegevens had ontvangen van [provider 3] . Ik, verbalisant, zag dat de volgende gegevens door [provider 3] waren verstrekt met betrekking tot de bestelling met nummer 31571137081:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Betaalgegevens: naam rekeninghouder: [benadeelde partij 9] .
9. Het proces-verbaal van aangifte van 10 mei 2023, opgenomen op pagina 138 tot en met 144 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangever [benadeelde partij 3] :
Op woensdag 19 april 2023 was ik op vakantie in Mallorca te Spanje en zag ik dat er een sms-bericht binnenkwam op mijn telefoon met telefoonnummer [nummer 7] . Ik zag dat het bericht afkomstig was van het nummer [nummer 8] , in dit bericht stond de volgende tekst: “ [benadeelde partij 4] : er is zojuist een nieuw toestel gekoppeld aan uw internetbankieren! Herkent u dit niet? Ga naar: http://s.id/IGqy8”.
Ik zag op de website een invulformulier stond. Hier diende ik gegevens in te vullen en dat deed ik dan ook. Op zaterdag 22 april 2023 sprak ik aan de telefoon met Ramon [naam 12] van zogenaamd de [benadeelde partij 4] . Ik hoorde dat hij vertelde dat er vreemde aanvragen voor leningen werden gedaan op mijn bedrijfsrekening en er meermaals was geprobeerd grote bedragen af te schrijven. Ik schrok hier enorm van en dacht direct terug aan het sms-bericht van 19 april 2023. Vervolgens hoorde ik hem het volgende zeggen: "U moet direct actie ondernemen om blokkades op te werpen. Daarmee kunnen wij uw geld veiligstellen. Hiervoor dient u een applicatie te gebruiken, te weten [bedrijf 3] , dan kan ik u op afstand helpen". Ik hoorde dat [naam 12] toen zei dat ik hem toegang diende te verlenen via de [bedrijf 3] . Dit heb ik vervolgens gedaan. Ik hoorde dat hij mij vertelde: "Ik ga er nu blokkades inzetten. Hiervoor heeft u een [reader] nodig om dit vervolgens goed te keuren.". Toen zag ik dat mijn computerscherm zwart werd en daarna kwam er een QR-code in mijn beeldscherm. Ik hoorde dat [naam 12] zei dat ik die QR-code diende te scannen en de transactie diende goed te keuren. Schijnbaar nam hij mijn beeldscherm over en deed hij dit via [bedrijf 3] . Dit proces herhaalde zich meermaals. Er is € 13.062,00 overgeboekt naar [naam 10]
6.3.5.2. Bewijsoverweging
6.3.5.2.1. Bewijsoverweging in de zaken van aangevers [benadeelde partij 10] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9]
Op de zitting bij de rechtbank heeft verdachte verklaard dat hij degene is geweest die het sms-bericht heeft gestuurd aan aangever [benadeelde partij 10] . Ook heeft hij verklaard dat hij samen met iemand anders aangever [benadeelde partij 10] heeft opgebeld, waarbij zij zich hebben voorgedaan als medewerkers van de Belastingdienst. Op de zitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat het toch niet klopt dat hij samen met een ander heeft gebeld. Doordat hij de namen van de aangevers op de zitting van de rechtbank door elkaar haalde en doordat hij door de hele dag zitting moe was en van de ondervraging af wilde zijn, zou hij hebben verklaard dat hij samen met een ander heeft gebeld met aangever [benadeelde partij 10] . Het hof acht de verklaring van verdachte ter zitting in hoger beroep, in het licht van de hiervoor uitgewerkte bewijsmiddelen en de overige inhoud van het dossier, onaannemelijk. Verdachte heeft bij de rechtbank uit eigen beweging verklaard over het bellen samen met een ander persoon. Het hof acht het gelet hierop en op de wijze waarop verdachte zijn verklaring heeft geconcretiseerd, onwaarschijnlijk dat hij zomaar iets heeft gezegd om er vanaf te zijn of dat hij zich heeft versproken. Het hof zal verdachte dan ook houden aan zijn verklaring zoals hij die op de zitting bij de rechtbank heeft afgelegd. Daarom is het hof van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de oplichting in de zaak van [benadeelde partij 10] samen met een ander heeft gepleegd.
Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt verder dat in de zaak van aangever [benadeelde partij 10] de volgende gegevens zijn gebruikt bij de bestelling van goederen op rekening van aangever:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer: [nummer 9] .
Voornoemde gegevens komen in belangrijke mate overeen met de gegevens die in de zaak van aangeefster Sarizejbek bij de bestelling van goederen bij [provider 3] op haar rekening zijn gebruikt, te weten:
Voor- en achternaam: [naam 9]
Factuuradres [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer: [nummer 6]
Betaalgegevens: [benadeelde partij 5] .
Bovendien heeft verdachte ten aanzien van de zaak van aangeefster [benadeelde partij 5] verklaard dat hij het sms-bericht naar haar heeft gestuurd. Met dit sms-bericht is de oplichting van aangeefster [benadeelde partij 5] in gang gezet.
Ook aangever [benadeelde partij 9] is opgelicht. Nadat hij op een link had geklikt van een sms die hij, naar hij dacht, van de [benadeelde partij 4] had ontvangen, werd hij teruggebeld door iemand die zogenaamd werkzaam was bij de [benadeelde partij 4] . Nadat aangever [benadeelde partij 9] geld afhandig is gemaakt, zij er met dit geld vervolgens goederen besteld, ook bij [provider 3] . Bij de bestelling van die goederen zijn de volgende gegevens gebruikt:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres : [email-account 2] .
Verdachte heeft met betrekking tot de oplichting in de zaken van [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] verklaard dat hij enkel door een of meer perso(o)n(en) gevraagd zou zijn om eventueel pakketjes op te halen of om anderen te regelen om dit te doen, maar dat hij verder niet bij de oplichtingen betrokken was. De raadsman heeft zich in het verlengde hiervan ten aanzien van de zaken van aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] op het standpunt gesteld dat het niet anders kan dan dat een (of meer) ander(en) de oplichtingen hebben gepleegd. Het hof acht verdachtes verklaring in het licht van het hiervoor overwogene en de hierboven opgenomen bewijsmiddelen onaannemelijk. Het hof volgt de verdediging dan ook niet in voornoemd standpunt. Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden en uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, en bij gebrek van een aannemelijke, dit ontzenuwende verklaring van verdachte, is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte degene is geweest die niet enkel aangever [benadeelde partij 10] , maar ook aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] heeft opgelicht. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat verdachte zelf heeft erkend het sms’je te hebben gestuurd naar [benadeelde partij 5] , wat op zichzelf al voldoende is voor een veroordeling ten aanzien van de oplichting in die zaak. Daarnaast zijn ten laste van aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] bestellingen gedaan bij [provider 3] waarbij nagenoeg dezelfde bestelgegevens zijn opgegeven als in de zaak van aangever [benadeelde partij 10] , welke oplichting verdachte op de zitting bij de rechtbank heeft bekend. In de zaak van aangeefster [benadeelde partij 5] is weliswaar een ander factuuradres opgegeven, te weten [straat] te [plaats 4] , maar dit is het adres waar verdachte op dat moment dagbesteding had. Het hof acht de oplichting door verdachte van aangevers [benadeelde partij 10] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] dan ook wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde medeplegen zal het hof verdachte in de zaken van aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] vrijspreken, nu er geen aanwijzingen zijn dat verdachte bij deze oplichtingen nauw een bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen.
6.3.5.2.2. Bewijsoverweging zaak aangeefster [benadeelde partij 3]
Uit de verklaring van aangeefster [benadeelde partij 3] blijkt dat zij een phishing-sms heeft ontvangen van een telefoonnummer dat frauduleus geswapt was naar IMEI C. Het hof heeft eerder in dit arrest al geoordeeld dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte de gebruiker van IMEI C was. Het hof acht dan ook niet bewezen dat verdachte als pleger betrokken is bij deze oplichting. Met betrekking tot dit feit heeft verdachte verklaard dat hij betrokken is geweest bij het ophalen van de bestelling ter waarde van € 13.062,00 bij Amac. Deze bestelling was betaald met geld dat aangeefster afhandig was gemaakt door bankhelpdeskfraude. De rol van verdachte is naar het oordeel van het hof daarmee van voldoende gewicht geweest om van medeplegen te kunnen spreken. Hij vervulde een noodzakelijke en wezenlijke schakel voor het bereiken van het einddoel van de oplichting, namelijk het kunnen beschikken over goederen die waren afgerekend met het geld van aangeefster. Het hof gaat er gelet hierop vanuit dat tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) de benodigde afstemming met betrekking tot de oplichting en het aansluitende afhalen van de goederen door verdachte is geweest. Nu niet vaststaat dat verdachte naast het ophalen van de bestelling van € 13.062,00 bij Amac nog een andere bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van [benadeelde partij 3] , zal het hof de bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde voor zover betrekking hebbend op de zaak van aangeefster [benadeelde partij 3] ook tot dat bedrag beperken.

7.Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
3.
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 29 april 2023 tot en met 28 mei 2023 in [plaats 2] althans in Nederland, meerdere malen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk, te weten computersystemen en/of webservers met daarop de mailaccounts en/of webshopaccounts en/of cryptowallets en/of cryptoaccounts van:
- [benadeelde partij 1] voor de toegang tot en het gebruik van [handelsplatform 1] en [handelsplatform 2] en [handelsplatform 3] en [handelsplatform 4] en [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , en
- [benadeelde partij 11] voor de toegang tot en het gebruik van het [email-account 1] , en
- [benadeelde partij 7] voor de toegang tot en het gebruik van [handelsplatform 5] ,
a. door het doorbreken van een beveiliging en
b. met behulp van een valse sleutel en te weten door met onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens in te loggen op voornoemde accounts;
5.
hij op 18 april 2023 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 8] heeft bewogen tot afgifte van in totaal € 1.328,16, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven –
- zich jegens die [benadeelde partij 8] valselijk voorgedaan als medewerker van de Belastingdienst
- voornoemde aangever een SMS gestuurd zogenaamd uit naam van de Belastingdienst, valselijk inhoudende dat die [benadeelde partij 8] een openstaande schuld had, welke al dan niet binnen een dag afgelost moest worden en dat beslaglegging voorkomen kon worden door via de betaallink de schuld af te lossen, daarbij valselijk gebruikmakend van de naam/hoedanigheid van de Belastingdienst,
- op de phishingpagina waarnaar verwezen werd in de SMS een betaallink/betaalknop/aflosknop opgenomen, via welke link/knop de aangever zogenaamd de belastingschuld zou kunnen aflossen, maar welke in werkelijkheid door linkte naar een betaal- of inlogomgeving waarbij, na betaling, voornoemd geldbedrag werd gestort op rekening [nummer 1] t.n.v. [naam 1]
- deze aangever laten klikken op de betaallink/betaalknop aflosknop en een betaaltransactie laten uitvoeren, waardoor die aangever werd bewogen tot voornoemde afgifte;
6.
hij op 30 april 2023 in [plaats 2] , althans in Nederland, goederen, die aan een ander toebehoorden, te weten: 0,02956800 BTC (bitcoin) en/of 3,39829689 ETH (ethereum) (met een totale waarde van ongeveer €6.643,52), van de heer [benadeelde partij 1] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten via onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens en/of (autorisatie)(sms)code(s) voor het inloggen op het account en/of het verkrijgen van toegang tot en/of het gebruik van de cryptowallets van die [benadeelde partij 1] ;
7.
hij op 28 mei 2023 in [plaats 2] . althans in Nederland, goederen, die aan een ander toebehoorden, te weten: diverse cryptovaluta met een totale waarde van ongeveer € 7.500,00 van de heer [benadeelde partij 7] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel te weten via onrechtmatig verkregen en/of onrechtmatig gebruikte inloggegevens en/of (autorisatie)(sms)code(s) voor het inloggen op het account en/of het verkrijgen van toegang tot en/of het gebruik van de cryptowallets van die [benadeelde partij 7] ;
8.
hij op meer tijdstippen in de periode van 19 april 2023 tot en met 8 mei 2023 te [plaats 2] en/of elders in Nederland, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels
- tezamen en in vereniging: [benadeelde partij 3] (in totaal € 13.062,00) en
- [benadeelde partij 9] (enig geldbedrag t.w.v. een Google Pixel 6a en een Google Pixel 6 bij [provider 3] .com)
telkens heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemde geldbedragen,
- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten onder meer persoonsgegevens en/of bankrekeninggegevens en/of toegangscode(s) en/of inloggegevens voor (een) internetbankieren(applicatie), immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven –
- een phishing-sms gestuurd naar voornoemde aangevers, met daarin de tekst ` [benadeelde partij 4] : er is zojuist een nieuw toestel gekoppeld aan uw internetbankieren! Herkent u dit niet? Ga naar: http://s.id/lGqy8’, althans een bericht van vergelijkbare strekking, hierbij gebruikmakend van verdachtes en/of zijn medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker van de [benadeelde partij 4] , en
- de valse webpagina beheerd en zo opgemaakt dat het lijkt alsof de pagina een daadwerkelijke pagina is van de [benadeelde partij 4] , en
- een invulformulier op die webpagina geplaatst waarin gevraagd werd om bankrekeninggegevens en/of persoonsgegevens, daarmee de indruk wekkend dat deze gegevens bij de [benadeelde partij 4] terecht zouden komen, terwijl die ingevulde gegevens in werkelijkheid terecht kwamen bij verdachte en/of zijn medeverdachten, en
- contact opgenomen met [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 9] , daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker (van de fraudedesk) van de [benadeelde partij 4] en in deze gesprekken de aangevers voorgehouden dat geld was afgeschreven en of gepoogd werd af te schrijven van hun rekening en dat zij hem moesten helpen met het annuleren van de overboeking en/of op een andere wijze de aangever(s) voorgehouden dat er een probleem was met de bankrekening en dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), hem/hen zou helpen het probleem te verhelpen, en
- aangevers(s) geïnstrueerd [bedrijf 3] en/of [bedrijf 3] of een ander meekijkprogramma te installeren, en/of
- vervolgens aangever(s) geïnstrueerd in te loggen op een inlog/betaalomgeving (zogenaamd) van een bank en/of in te loggen op de internetbankieren(accounts) van aangever(s), en/of
- aangever(s) geïnstrueerd een door verdachte en/of medeverdachte klaargezette QR-code te scannen en/of betaallink te gebruiken om daarmee een betaling te accorderen ter veiligstelling van de gelden en/of op een andere manier geïnstrueerd geld af te schrijven van zijn/haar rekening, waardoor die personen werden bewogen tot voornoemde afgiften en/of het ter beschikking stellen;
9.
hij, op tijdstippen in de periode van 17 april 2023 tot en met 21 april 2023 te [plaats 2] , en/of elders in Nederland, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels
[benadeelde partij 5] (€ 9.947,00) en
tezamen en in vereniging: [benadeelde partij 10] (€ 2.937,00)
telkens heeft bewogen tot
- afgifte van voornoemde geldbedragen,
- een phishing-sms gestuurd naar voornoemde aangevers, met daarin de tekst dat de ontvanger een belastingschuld zou hebben, dat de volgende dag overgegaan zou worden tot beslaglegging en dat dit voorkomen kon worden door op de betaallink te klikken, hierbij gebruikmakend van verdachte en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker van de Belastingdienst
- de valse webpagina beheerd en een invulformulier op die webpagina geplaatst/laten plaatsen waarin gevraagd werd om bankrekeninggegevens en/of persoonsgegevens, daarmee de indruk wekkend dat deze gegevens bij de Belastingdienst terecht zouden komen, terwijl die ingevulde gegevens in werkelijkheid terecht kwamen bij verdachte en/of zijn medeverdachte - contact opgenomen met voornoemde aangevers, daarbij gebruikmakend van verdachtes en/of medeverdachtes valse hoedanigheid van medewerker van de Belastingdienst en in deze gesprekken de aangever) voorgehouden dat zij een belastingschuld hadden en dat verdachte en/of zijn medeverdachte hen zouden helpen om de betaling in orde te maken
- vervolgens aangevers geïnstrueerd in te loggen op de internetbankierenaccounts van aangevers en
- aangevers geïnstrueerd een door verdachte en/of medeverdachte klaargezette betaallink te gebruiken om daarmee een betaling te accorderen ter veiligstelling van de gelden en/of op een andere manier geïnstrueerd geld af te schrijven van zijn/haar rekening, waardoor die personen werden bewogen tot voornoemde afgiften en/of het terbeschikkingstellen;
10.
hij op meerdere tijdstippen in de periode van 13 maart 2023 tot en met 13 juni 2023 in [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door hem en zijn mededaders) voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, een groot aantal personen, onder wie [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] , telkens te bewegen tot
- de afgifte van een of meerdere geldbedragen, althans enig goed, en
- het ter beschikking stellen van persoons- en inloggegevens door, met het hiervoor omschreven oogmerk, valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:
- met IMEI B circa 25.684 phishing sms(-berichten) te versturen, onder meer naar voornoemde aangevers, en - het doen voorkomen als dat die sms verzonden was door of namens De Belastingdienst of de [benadeelde partij 4] en
- in die sms telkens te kennen te geven dat de ontvanger, ondanks meerdere herinneringen, nog een openstaande belastingschuld had en dat die ontvanger die belastingschuld aan De Belastingdienst moest betalen via een betaallink en dat bij uitblijven van betaling overgegaan zou worden tot beslaglegging door een deurwaarder of
- in die sms telkens te kennen te geven dat een nieuw toestel gekoppeld zou zijn aan het internetbankieren-account van de ontvanger en dat op de link (een variant op s.id) geklikt moest worden als de ontvanger dit niet zou herkennen, waarbij die ontvanger geïnstrueerd werd om persoons- en/of bankgegevens in te vullen en
- aldus een onjuiste voorstelling van zaken en belangen aan die ontvanger(s) gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
computervredebreuk.
meermalen gepleegd.
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van oplichting.
Het onder 6 en 7 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
Het onder 8 en 9 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van oplichting en/of oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 10 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van poging tot oplichting,
meermalen gepleegd.

9.Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

10.Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.
Verdachte heeft zich in een periode van meerdere maanden op grote schaal bezig gehouden met cybercriminaliteit door zich meermalen schuldig te maken aan computervredebreuk, diefstal met valse sleutels, (het medeplegen van) oplichting en het medeplegen van poging tot oplichting van een groot aantal personen. Verdachte is onrechtmatig binnengedrongen in systemen met daarop accounts van particulieren, waarna hij onder andere grote hoeveelheden cryptovaluta heeft weggenomen. Ook heeft verdachte zich beziggehouden met het versturen van phishingsms’jes uit naam van de Belastingdienst en de [benadeelde partij 4] , waarna soms ook telefonisch contact plaatsvond. In ieder geval in één van die gevallen heeft verdachte zich samen met een ander voorgedaan als medewerker van de Belastingdienst, waarna het slachtoffer grote bedragen afhandig werd gemaakt. Ook verstuurde verdachte zogenaamde sms-bommen. Dit waren berichten met daarin (betaal)links die zogenaamd uit naam van de Belastingdienst of de [benadeelde partij 4] werden gestuurd. Dit met als doel om zoveel mogelijk geld buit te maken van de slachtoffers.
Door het plegen van deze feiten heeft verdachte planmatig en op grove en geraffineerde wijze een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht en de privacy van de slachtoffers. Naast de financiële schade die zij ten gevolge van het handelen van verdachte hebben geleden, is ook hun vertrouwen, en dat van vele anderen in de samenleving, in instanties, het bancaire verkeer en het digitale geld- en handelsverkeer geschaad. Verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de schadelijke gevolgen van zijn handelen. Hij heeft enkel zijn eigen financiële gewin vooropgesteld. Dit terwijl verdachte eerder voor soortgelijke cyberfeiten is veroordeeld. Ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten liep verdachte bovendien in de proeftijd van één van die veroordelingen. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om wederom soortgelijke strafbare feiten te plegen.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 27 oktober 2025. Daaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.
Het hof heeft tevens meegewogen de reclasseringsadviezen van 22 juni 2023, 30 oktober 2024 en 30 september 2025 die met betrekking tot verdachte door Reclassering Nederland zijn opgemaakt. Uit de rapporten komt naar voren dat de reclassering een groot recidivegevaar bij verdachte ziet. Of verdachte wederom de fout in zal gaan, hangt volgens de reclassering echter met name af van verdachtes eigen motivatie. Hij is een intelligente jongeman die beschikt over voldoende steun, financiële middelen en vaardigheden om de verschillende leefgebieden vorm te geven. Gelet hierop en op de aard van de door verdachte gepleegde feiten ziet de reclassering geen noodzaak of meerwaarde in reclasseringsbemoeienis.
Het hof heeft ook acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze op de zitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. Verdachte heeft verklaard dat hij momenteel in detentie zijn best doet. Hij probeert zichzelf te blijven ontwikkelen. Zo heeft hij meegedaan aan verschillende programma’s en heeft hij verschillende cursussen gevolgd in detentie. Ook is hij begonnen aan de hbo-studie Bedrijfskunde. Verdachte heeft verder aangegeven dat hij momenteel behandeld wordt door een psycholoog. Dit omdat hij op het gebied van emoties en empathie problemen ervaart. Verder heeft verdachte zelf geregeld dat hij begeleid wordt door een maatschappelijk werker. Deze bezoekt hem periodiek.
Gelet op het hiervoor overwogene en nu het hof tot een bewezenverklaring van minder feiten dan de rechtbank is gekomen, acht het hof passend en noodzakelijk de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur 31 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel (mogelijk) de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

11.Vorderingen van de benadeelde partijen

11.1.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 7.825,22 aan materiële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 6.778,47. [benadeelde partij 1] heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over het bij de rechtbank oorspronkelijk gevorderde bedrag.
Op basis van het dossier en de door [benadeelde partij 1] overgelegde stukken is het hof van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [benadeelde partij 1] ten gevolge van het onder 3 en 6 bewezenverklaarde handelen van verdachte materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 6.778,47 ten aanzien van de schadeposten bestaande uit:
  • € 5.857,00 aan weggenomen cryptocurrency op [handelsplatform 2] ;
  • € 786,52 aan weggenomen cryptocurrency op [handelsplatform 1] ;
  • € 83,85 aan kosten voor een nieuw paspoort;
  • € 51,10 aan kosten voor een nieuw rijbewijs.
In zoverre is de hoogte van de vordering van [benadeelde partij 1] ook niet betwist door de verdediging. Het hof zal daarom de vordering tot voornoemd bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, toewijzen.
Om te bevorderen dat de toegewezen materiële schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
Voor het overige zal het hof [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering ten aanzien van de posten die zien op de vakantie-uren, het paspoort voor [benadeelde partij 5] en het paspoort voor [benadeelde partij 1] . Op dit punt is de vordering namelijk onvoldoende onderbouwd.
11.2.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.796,45 aan materiële schade ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft niet in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Bovendien is het feit waarop de vordering gebaseerd is, gelet op het hiervoor ten aanzien van de ontvankelijkheid van verdachte overwogene, ook niet meer aan de orde in hoger beroep. De vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 2] ligt daarom niet (meer) voor ter beoordeling aan het hof.
11.3.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
heeft een vordering tot schadevergoeding van € 19.515,00 aan materiële schade ingediend. [benadeelde partij 3] is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. [benadeelde partij 3] heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over het bij de rechtbank oorspronkelijk gevorderde bedrag.
Uit de door [benadeelde partij 3] overgelegde bankafschriften volgt dat haar ten gevolge van de onder 8 ten laste gelegde oplichting een bedrag van in totaal € 56.862,00 afhandig is gemaakt. Uit het dossier en de door [benadeelde partij 3] overgelegde stukken blijkt dat een bedrag van € 13.062,00 is vergoed op de bankrekening van de benadeelde partij bij de [bank] .
Het hof heeft, net als de rechtbank, bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting voor dit bedrag van € 13.062,00. Uit de stukken is gebleken dit bedrag is vergoed aan [benadeelde partij 3] , en er in zoverre dus geen schade meer is. Het hof zal [benadeelde partij 3] in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren.
11.4.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.640,00 aan materiële schade ingediend. [benadeelde partij 4] is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering omdat uit de stukken niet bleek dat de indiener van de vordering (de heer [naam 13] ) bevoegd was dit namens [benadeelde partij 4] te doen. [benadeelde partij 4] heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. In hoger beroep heeft [benadeelde partij 4] ook een machtiging aan het hof overgelegd waaruit blijkt dat de heer [naam 13] gemachtigd is om namens haar te handelen. Het hof acht [benadeelde partij 4] daarom ontvankelijk in de vordering en zal een beslissing nemen over het bij de rechtbank oorspronkelijk gevorderde bedrag.
Op basis van het dossier en de door [benadeelde partij 4] overgelegde stukken is het hof van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [benadeelde partij 4] ten gevolge van het onder 8 bewezenverklaarde handelen van verdachte materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 4.640,00 ten aanzien van de uitgekeerde schadeloosstelling aan [benadeelde partij 3] (€ 4.400,00) en de kosten die zijn gemaakt voor het fraudeonderzoek (€ 240,00). De vordering is voldoende onderbouwd en de verdediging heeft de hoogte van de vordering ook niet betwist. Het hof zal de vordering dan ook, vermeerderd met de wettelijke rente, toewijzen.
Voor zover het hof de vordering van [benadeelde partij 4] zal toewijzen, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het hof af dient te zien van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof volgt de raadsman niet in zijn standpunt en zal de schadevergoedingsmaatregel ook hier opleggen om te bevorderen dat de schade daadwerkelijk door verdachte zal worden vergoed. Dat [benadeelde partij 4] een financiële instelling is, is geen criterium dat bij de keuze voor het al dan niet opleggen van de schadevergoedingsmaatregel een rol dient te spelen, zodat dit aspect het oordeel van het hof niet anders maakt. Daarbij komt dat het grootste deel van de schadevordering van [benadeelde partij 4] is geleden doordat zij het bij [benadeelde partij 3] weggenomen geldbedrag deels heeft vergoed. Hiermee heeft de bank geprobeerd te bewerkstelligen dat [benadeelde partij 3] zo min mogelijk met de financiële gevolgen van de helpdeskfraude zal worden geconfronteerd. Onder die omstandigheden acht het hof het aangewezen ervoor zorg te dragen dat de [benadeelde partij 4] de geleden schade op relatief eenvoudige wijze op verdachte kan verhalen.
11.5.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 1.293,00 aan materiële schade. De rechtbank heeft dit bedrag geheel toegewezen. Bovendien heeft benadeelde partij [benadeelde partij 5] in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over het bij de rechtbank oorspronkelijk gevorderde bedrag.
Op basis van het dossier en de door benadeelde partij [benadeelde partij 5] overgelegde stukken is het hof van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat benadeelde partij [benadeelde partij 5] de gevorderde schade heeft geleden ten gevolge van het onder 9 bewezenverklaarde handelen van verdachte. Door de verdediging is de hoogte van deze schade niet betwist. Het hof is dan ook van oordeel dat de vordering van € 1.293,00, vermeerderd met de wettelijke rente, kan worden toegewezen.
Om te bevorderen dat de toegewezen schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

12.Vordering tot tenuitvoerlegging

In de zaak met parketnummer 18-194702-21 is verdachte op 1 december 2022 door de rechtbank Noord-Nederland veroordeeld. Aan verdachte is toen onder andere een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 24 maanden met een proeftijd van drie jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging, gezien verdachtes persoonlijke omstandigheden, dient te worden afgewezen. Het hof volgt de verdediging niet in dit standpunt. Verdachte heeft zich op grote schaal schuldig gemaakt aan dezelfde soort cyberdelicten waarvoor hij ook door de rechtbank Noord-Nederland op 1 december 2022 is veroordeeld. Dit is een bewuste keus geweest van verdachte. Hij wist dat hij in de proeftijd liep en hem een voorwaardelijke veroordeling van 24 maanden gevangenisstraf was opgelegd. Dat verdachte momenteel voorzichtige stappen in de goede richting heeft gezet en gemotiveerd lijkt te zijn zichzelf te ontwikkelen, doet hieraan niet af. Het hof zal daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden bevelen.

13.Wetsartikelen

De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 138ab, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

14.BESLISSING

Het hof:
verklaartde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 en het onder 8 impliciet cumulatief ten laste gelegde in de zaak van [benadeelde partij 2] .
Vernietigthet vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaartniet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Verklaarthet onder 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezenverklaarde strafbaar,
kwalificeertdit als hiervoor vermeld en
verklaartde verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
31 (eenendertig) maanden.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van
voorarrestis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst toede vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 3 en 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 6.778,47 (zesduizend zevenhonderdachtenzeventig euro en zevenenveertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaartde benadeelde partij voor het overige
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeeltde verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legtaan de verdachte de verplichting
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het onder 3 en 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 6.778,47 (zesduizend zevenhonderdachtenzeventig euro en zevenenveertig cent)als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaaltde duur van de
gijzelingop ten hoogste
68 (achtenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaaltdat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaaltde aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
30 april 2023.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Verklaartde benadeelde partij [benadeelde partij 3]
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeeltde benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]
Wijst toede vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het onder 8 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 4.640,00 (vierduizend zeshonderdveertig euro) ter zake van materiële schade.
Veroordeeltde verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legtaan de verdachte de verplichting
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4] , ter zake van het onder 8 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 4.640,00 (vierduizend zeshonderdveertig euro)als vergoeding voor materiële schade.
Bepaaltde duur van de
gijzelingop ten hoogste
56 (zesenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaaltdat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaaltde aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
21 juni 2023.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Wijst toede vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.293,00 (duizend tweehonderddrieënnegentig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeeltde verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legtaan de verdachte de verplichting
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 5] , ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 1.293,00 (duizend tweehonderddrieënnegentig euro)als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaaltde duur van de
gijzelingop ten hoogste
22 (tweeëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaaltdat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaaltde aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
18 april 2023.
Beveeltde
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 1 december 2022, parketnummer 18-194702-21, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Voorlopige hechtenis
Heft ophet bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit arrest is gewezen door mr. M.C. van Linde, mr. T.H. Bosma en mr. I. Augusteijn, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 12 december 2025.

Voetnoten

1.Wanneer in het vervolg van dit arrest naar processen-verbaal wordt verwezen, worden hiermee bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm, door de daartoe bevoegde ambtenaren, zijn opgemaakt en opgenomen in het politiedossier 01Den/NNRAA23011 van Politie Noord-Nederland (met documentnummer EPV001) van 24 oktober 2023, gesloten en ondertekend op ambtsbelofte op 24 oktober 2023 door verbalisant H. de Jager.