ECLI:NL:GHARL:2025:7974
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Van Schuijlenburg
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding in administratief beroep verkeersvoorschriften
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene was in beroep gegaan tegen een proceskostenvergoeding toegekend door de officier van justitie. Het hof oordeelde dat het appelverbod niet van toepassing was omdat niet was gebleken dat de gemachtigde van de betrokkene daadwerkelijk was uitgenodigd voor de zitting, waardoor het recht op toegang tot de rechter was geschonden.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv op de proceskostenvergoeding toegekend door de officier van justitie in de fase van administratief beroep. De gemachtigde stelde dat deze bepaling niet van toepassing was en dat de officier van justitie daarom niet bevoegd was de vergoeding toe te kennen met de vermenigvuldigingsfactor 0,25, omdat dit volgens hem alleen aan de rechter was voorbehouden.
De advocaat-generaal verdedigde het standpunt dat artikel 13a, tweede lid, van de Wahv wel van toepassing was en dat het volgen van het standpunt van de gemachtigde tot een kennelijk onredelijk resultaat zou leiden. Het hof concludeerde dat er sprake was van een kennelijke omissie van de wetgever doordat deze bepaling niet expliciet van toepassing was verklaard op de door de officier van justitie toegekende vergoeding, maar dat dit artikel van overeenkomstige toepassing moest worden geacht.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond, waarbij het verzoek om vergoeding van proceskosten werd afgewezen. Hiermee werd bevestigd dat de officier van justitie terecht artikel 13a, tweede lid, van de Wahv had toegepast bij de vaststelling van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter, verklaart het beroep tegen de proceskostenvergoeding van de officier van justitie ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.